Forfaitaire of reële beroepskosten als zelfstandige? Beide opties gewikt en gewogen

Ils Caestecker
Fiscaal advies

Van kantoormateriaal over een laptop tot elektriciteit: als zelfstandige heb je heel wat zaken nodig om je zaak te doen draaien. Die uitgaven – beroepskosten genoemd – mag je aftrekken van je omzet.

Cruciale spelregels

Het resultaat is je belastbaar-inkomen, waarop je belastingen betaalt. Hoe meer beroepskosten je inbrengt, hoe minder belastingen je dus betaalt. Al spreekt het voor zich dat je niet zomaar alles kan inbrengen als beroepskost.

Een essentiële voorwaarde? Je moet altijd bewijsmateriaal hebben van de uitgave in de vorm van een factuur of rekening – de ‘bonnetjes’ dus. Die stuur je eenvoudig door naar je boekhouder via je digitale administratie, of je kiest voor the old classic way en dropt ze om de zoveel tijd op zijn of haar kantoor.

Wat zijn forfaitaire beroepskosten?

De forfaitaire beroepskosten maken komaf met de lawine van kastickets. Sinds januari 2018 mag je ook als eenmanszaak een vast percentage van je omzet aftrekken, zonder bonnetjes of aankoopbewijzen.

Het grootste voordeel? Jij (of je boekhouder) verliest geen tijd meer aan die talloze facturen. Bovendien riskeer je niet dat de fiscus bepaalde uitgaven betwist – waardoor je plots meer belastingen moet betalen. En in het beste geval houdt een forfaitaire aftrek een mooie belastingverlaging voor jou in.

Hoeveel mag je forfaitair inbrengen?

Heb je een eenmanszaak, dan mag je maximaal 30% van je brutowinst aftrekken. Dat is je winst, verminderd met je rechtstreekse aankoopkosten en sociale bijdragen. Voor de kosten die je maakte in 2018 (en aangeeft in aanslagjaar 2019) geldt er een bovengrens van 4.720 euro. Val je onder de hoogste belastingschijf, dan betaal je dit jaar dus tot 2.360 euro minder belastingen.

Een praktisch voorbeeld

Bonnie startte een eenmanszaak als juwelenontwerpster. Haar omzet in 2018 bedroeg 70.000 euro. Voor haar materialen betaalde ze 15.000 euro, terwijl ze 8.150 euro aan sociale bijdragen neertelde. Andere kosten heeft ze niet. Volgens de werkelijke beroepskosten bedraagt haar winst 46.850 euro. Op dat bedrag zal ze belastingen betalen.

Kiest ze om forfaitaire beroepskosten in te brengen, dan ziet de berekening er zo uit:

  • Haar brutowinst: 70.000 euro omzet - (15.000 euro aankoopgoederen + 8.150 euro sociale bijdragen) = 46.850 euro
  • Haar forfaitaire onkosten: 46.850 euro x 30% = 14.055 euro. Maar er geldt een plafond van 4.720 euro.

In dit geval houdt Bonnie 42.130 euro winst over en zal ze dus minder belastingen betalen.

Werkelijke of forfaitaire beroepskosten?

Wanneer je weinig werkelijke beroepskosten hebt (minder dan 4.720 euro in 2018) of die moeilijk kan bewijzen, is forfaitaire beroepskosten inbrengen een slimme zet. Liggen je uitgaven hoger? Dan kies je beter om de werkelijke beroepskosten aan te geven. Je boekhouder rekent de voordeligste optie voor je uit.

 

Een eigen zaak starten? Met onze startersgids – die alle need-to-know info bundelt – kom je voorbereid aan de start. Hier download je hem helemaal gratis.