Selecteer uw kantoor uit onderstaande lijst

Op basis van uw locatie selecteerden wij ons kantoor in . Wijzigen? Zoek SBB-kantoor.

Interesten op leningen tussen vzw’s correct aangeven in de rechtspersonenbelasting

24 aug 18 Door Sarah Leclercq

In de maand september dienen de meeste vzw’s de aangifte rechtspersonenbelasting in. Een veelvoorkomende hersenbreker is het correct aangeven van de interesten van een lening tussen twee vzw’s. Deze blogpost maakt alles helder.

Deze situatie zal sommige verenigingen bekend in de oren klinken: om de aankoop van IT-materiaal van haar Belgische koepelorganisatie te ondersteunen, staat een vereniging een lening toe. De interesten die deze laatste vzw daarvoor ontvangt, zijn roerende inkomsten. Die is onderworpen aan 30% roerende voorheffing (RV). De heffing gebeurt ‘aan de bron’: de koepelorganisatie zal 30% RV op de interest inhouden en doorstorten naar de fiscus.

Aangifte voor de schuldenaar

Binnen de 15 dagen na de betaling van de interesten moet de schuldenaar – in ons voorbeeld de koepelorganisatie – een aangifte roerende voorheffing (model 273) indienen.

In de rechtspersonenbelasting vallen interesten op leningen onder de rubriek ‘Inkomsten van gelddeposito’s, schuldvorderingen, leningen of andere aan de roerende voorheffing onderworpen inkomsten’. Op de aangifte moet de vzw bij de codes 5451 t.e.m. 5454 informatief deze zaken vermelden:

  • Inkomsten
  • Verschuldigde roerende voorheffing
  • Ontvangkantoor
  • Datums van storting

Aangifte voor de ontvanger

De vzw die periodiek de afbetaling en interesten ontvangt, hoeft indien er voldoende roerende voorheffing werd ingehouden niets in de eigen aangifte op te nemen.

In het geval dat de niet-inhouding van de RV aan de bron een rechtsgrond heeft moet volgens circulaire 2018/C/52 van 2 mei 2018 de ontvangende vzw zelf, ten laatste tegen 15 januari na het jaar waarin zij de interesten ontving, de aangifte roerende voorheffing indienen en betalen. In de aangifte rechtspersonenbelasting worden de codes 5401 t.e.m. 5404 ingevuld bij het vak ‘Verkregen inkomsten onderworpen aan de roerende voorheffing’. Moeten worden vermeld:

  • Inkomsten
  • Verschuldigde roerende voorheffing
  • Ontvangkantoor
  • Datums van storting

Conclusie

We kunnen besluiten dat er in de meeste gevallen geen naheffing zal gebeuren in de aangifte rechtspersonenbelasting. De heffing aan de bron is immers gelijk aan de definitieve rechtspersonenbelasting. Wilt u graag op zeker spelen? Contacteer een SBB-kantoor in uw buurt. Onze adviseurs helpen u met plezier verder.

Sarah

Sarah

adviseur social profit

Schrijf u in op de sectornieuwsbrief en blijf steeds op de hoogte van veranderingen.