Ondersteuning nodig voor je huisartsenpraktijk? Zo stel je het verloningspakket samen
Afspraken inplannen, patiënten ontvangen tijdens het spreekuur, dossiers op orde houden … Met een ondersteunende medewerker kan jij je als huisarts nog meer focussen op jouw kerntaak: de zorg voor je patiënten. Welke opties heb je en vooral: wat is het prijskaartje dat eraan vasthangt?
Wie doet wat in de praktijkondersteuning?
Vandaag kan je jouw huisartsen praktijk versterken met een praktijkondersteuner en/of een praktijkverpleegkundige. Deze profielen werken in dienstverband, dus ze komen op de loonlijst van de praktijk.
Een praktijkondersteuner hoeft niet over een specifiek diploma te beschikken. Hij of zij voert secretariaatstaken en eenvoudige medische prestaties uit (bv. stalen afnemen voor het labo, bloeddruk checken).
Een praktijkondersteuner mag echter geen inspuitingen geven of andere medische handelingen stellen. Deze taken zijn voorbehouden aan de huisarts zelf. Of (deels) aan de praktijkverpleegkundige, een ander ondersteunend profiel voor huisartsenpraktijken die wel over een specifiek diploma dienen te beschikken.
Binnenkort komt daar nog een derde ondersteunend profiel bij in het kader van de zogenaamde “New Deal”: de praktijkassistent. Hij of zij zal allerhande taken kunnen opnemen, van secretariaatsbeheer over boekhoudkundige verantwoordelijkheden tot de zogeheten eenvoudige medische prestaties. Een diploma zal vereist zijn, maar de opleiding is nog volop in ontwikkeling. Het zal dus nog enkele jaren duren voor de eerste gediplomeerde praktijkassistenten op de arbeidsmarkt komen.
Hoe bepaal je het verloningspakket van een praktijkondersteuner?
Een praktijkondersteuner heeft een arbeidsovereenkomst als bediende. Stem het brutoloon zeker af op de progressieve tarieven in de personenbelasting en op jouw huisartsvennootschap die de loonkosten betaalt. Een hoger brutoloon betekent mogelijks ook meer dubbel vakantiegeld, eindejaarspremie (afhankelijk van het bevoegde paritair comité) en eventueel een hogere groepsverzekering voor de praktijkondersteuner. Goed afwegen wat haalbaar is, is dus de boodschap.
Tip: leg een provisie aan voor vakantiegeld
Je kan in jaar X-1 een potje aanleggen voor vakantiegeld dat je moet uitbetalen in jaar X. Het voordeel is dat zo’n provisie aftrekbaar is als beroepskosten. Let wel: het bedrag moet overeenstemmen met het minimumbedrag van het vakantiegeld dat later uitbetaald moet worden. Voor het vakantiegeld van 2024 gaat het concreet om 18,20% van de vaste en variabele bezoldigingen aan bedienden in 2023.
Van het brutoloon dat je uitbetaalt aan je praktijkondersteuner gaat een RSZ-bijdrage van 13,07% af en vervolgens een bedrijfsvoorheffing die tot 53,50% kan oplopen. Anders gezegd: brutolonen worden erg zwaar belast in ons land. Daarom is het raadzaam om de loonkosten te optimaliseren. Dan kan zo:
- In ruil voor het behalen van een voorafbepaalde en verifieerbare collectieve doelstelling kan je een loonbonus – oftewel ‘niet-recurrente resultaatgebonden voordelen’ – uitkeren. Deze bonus is fiscaal vrijgesteld tot een maximumbedrag van 3.496 euro (2024) per kalenderjaar en per werknemer. Bovendien is het bedrag fiscaal aftrekbaar voor jou als uitbetaler. Je hebt er wel een bonusplan voor nodig. Zie je daartegen op? Dan is de winstpremie een alternatief.
- Laat je medewerkers instappen in een collectieve groepsverzekering. De gestorte premies tellen onder voorwaarden niet mee als voordeel van alle aard in de personenbelasting en zijn aftrekbaar in de vennootschapsbelasting. Dit evenwel op voorwaarde dat een regelmatige en maandelijkse bezoldiging wordt toegekend en het wettelijk pensioen vermeerderd met het aanvullend pensioen niet meer bedraagt dan 80% van het toegekende brutoloon van het laatst gekende jaar
- Een onkostenvergoeding is belastingvrij voor je werknemer en aftrekbaar voor jou als werkgever. Voorwaarde is wel dat het om kosten gaat in het kader van de beroepsactiviteit.
- Afhankelijk van het gebruikte vervoermiddel kan je een fiscaal vriendelijke woon-werkvergoeding toekennen. Zo is woon-werkverkeer met de eigen wagen belastingvrij tot een maximumbedrag van 470 euro per jaar.
Vergeet de ficheplicht niet!
Forfaitaire terugbetalingen en loonkosten zijn aftrekbare beroepskosten voor je vennootschap. Op voorwaarde dat je een (correcte) fiche 281.10 opmaakt. Doe je dat niet, dan is de loonkost niet aftrekbaar en riskeer je bovendien een aanslag geheime commissielonen of administratieve boete.
Tot slot nog dit: kan je financieel wel een duwtje in de rug gebruiken om je praktijk te versterken? Werf je een praktijkondersteuner of -verpleegkundige aan, dan heb je recht op een financiële tegemoetkoming vanwege de Vlaamse overheid.
Persoonlijke en pragmatische begeleiding in een complex juridisch landschap?
Laat je bijstaan door een SBB-adviseur van SBB in jouw buurt. Wij helpen je graag verder.