Financiële ondersteuning bij de opstart van je huisartsenpraktijk
Huisartsen kunnen rekenen op financiële ondersteuning bij de opstart of uitbouw van hun praktijk, én wanneer de huisartsenpraktijk inzet op interdisciplinaire praktijkvoering.
Zo kan een huisarts éénmalig een renteloze lening tot 35.000 euro aanvragen bij de opstart of uitbouw van de praktijk, aangevuld met een bijkomende renteloze lening van maximum 10.000 euro voor infrastructuuraanpassingen om samen te werken met een praktijk verpleegkundige of ondersteuner. Ook jaarlijkse subsidies voor een medewerker (max. 7.847,47 euro) óf een tegemoetkoming in de kosten voor een telesecretariaat zijn mogelijk (max. 3.400 euro).
Lening voor opstart van de praktijk
Vestig je je als erkende huisarts in een nieuwe of bestaande individuele praktijk of groepspraktijk, dan kan je eenmalig een renteloze lening tot 35.000 euro krijgen. De looptijd van de lening is vijf jaar.
De lening kan enkel worden aangevraagd door startende actieve huisartsen:
- Erkende huisartsen die een praktijk opstarten, binnen de vijftien jaar na hun erkenning.
- Huisartsen die minstens één jaar actief waren in het buitenland, binnen de twee jaar na hun terugkeer.
De lening moet aangevraagd worden binnen de vijf jaar na installatie. Dat is de datum van je eerste medische permanentie. Een huisarts in opleiding kan de lening ook aanvragen als hij kan aantonen dat hij zich binnen het jaar zal installeren en een aankoopbewijs kan voorleggen van een pand. De arts moet ook aangesloten zijn bij de huisartsenkring van de regio.
Bijkomende renteloze lening
Investeer je in multidisciplinaire samenwerking en opleiding, dan kan je tot 10.000 euro bijkomende steun krijgen. Die samenwerking kan de vorm aannemen van een administratieve kracht of managementassistent tot een praktijkverpleegkundige.
Bij deze renteloze lening gelden dezelfde voorwaarden als voor de lening tot 35.000 euro, met uitzondering van de termijn van vijf jaar na de opstart om de aanvraag te doen.
Bijkomende voorwaarden?
- Je sluit een arbeidscontract af met de praktijkverpleegkundige of -ondersteuner met wie je samenwerkt.
- Je nieuwe medewerker moet in loondienst werken.
- Het geld draagt bij in de kosten voor een bijkomende ruimte of infrastructuur en mag niet gebruikt worden om personeelskosten te dekken.
Hoe de leningen aanvragen?
De aanvraag voor een renteloze lening verloopt via de digitale applicatie van het Departement Zorg van de Vlaamse overheid.
Tegemoetkoming in loonkosten
Een actieve huisarts in Vlaanderen (incl. Brussel) kan bovendien een tegemoetkoming krijgen in de loonkosten van minstens 1/3 VTE praktijkondersteuner of praktijkverpleegkundige.
Deze tegemoetkoming bedraagt maximum 7.847,47 euro per arts (2024). Het maximumbedrag kan verhoogd worden met 800 euro als de huisarts of de huisartsenpraktijk inzet op extra vorming voor die medewerker(s). De huisarts moet aangesloten zijn bij de huisartsenkring van zijn regio.
De tegemoetkoming kan aangevraagd worden uiterlijk op 30 juni van het jaar dat volgt op het jaar waarin de loonkosten gemaakt zijn via de digitale applicatie.
Tegemoetkoming voor een telesecretariaat
Ook een tegemoetkoming voor een telesecretariaat – gelijk aan de helft van de reële kosten en maximum 3.400 euro per jaar – is mogelijk. Een telesecretariaat moet minimaal een online agenda en het beantwoorden en triëren van telefonische oproepen voor de huisarts omvatten.
Deze tussenkomst kan wel niet gecombineerd worden met de (hogere) tegemoetkoming voor het loon van een praktijkondersteuner of praktijkverpleegkundige.
Huisartsen kunnen deze tegemoetkoming aanvragen, uiterlijk op 30 juni van het jaar volgend op het jaar waarin de kosten gemaakt zijn. Je kan de tussenkomt hier aanvragen.
Reken op je SBB-expert
Nood aan ondersteuning bij de opstart of uitbouw van je praktijk? Neem dan contact op met één van onze experten.