Je verloningspakket als bedrijfsleider aanpassen in functie van je beleggingen in je vennootschap?

Gerelateerde expertises

In de strijd tegen de ‘vervennootschappelijking’ heeft de regering beslist bepaalde fiscale voordelen afhankelijk te maken van de hoogte van je loon als bedrijfsleider. Dat geldt onder andere voor beleggingen in dbi-beveks binnen je vennootschap. Moet je nu je beleggingsstrategie in je vennootschap aanpassen? Luk Janssens, senior fiscaal adviseur bij SBB Accountants & Adviseurs, licht toe.

De essentie

Om recht te hebben op de fiscale voordelen van een belegging in dbi-beveks in je vennootschap moet je voortaan in principe een loon van minstens 51.000 euro (jaarlijks te indexeren) opnemen.

Welk effect heeft je loon op de beleggingen in je vennootschap?

Luk Janssens: De minimumbezoldiging die je vennootschap je als bedrijfsleider toekent, heeft sinds kort een impact op het fiscaal gunstregime voor beleggingen in (onder andere) dbi-beveks. Aan dat gunstregime werd recent gesleuteld. Belegt je vennootschap in een zogenaamde dbi-bevek, dan moet je voortaan met strengere regels rekening houden om de fiscale voordelen daarvan te behouden. 

Welke fiscale voordelen heeft een belegging in dbi-beveks?

Luk Janssens: Die fiscale voordelen waren tot en met aanslagjaar 2025 de volgende:

  • De ontvangen bruto dividenden kunnen vrijgesteld worden van de vennootschapsbelasting. De vrijstelling geldt slechts ten belope van de dbi-coëfficiënt van de bevek, maar die ligt doorgaans tussen de 95% en 100%. De op de dividenden ingehouden roerende voorheffing van 30% is verrekenbaar met de vennootschapsbelasting en het overschot is terugbetaalbaar. 
  • De meerwaarde die je vennootschap realiseert bij een verkoop van de aandelen is vrijgesteld van vennootschapsbelasting ten belope van de zogenaamde dbi-coëfficiënt.

Wat verandert er nu met betrekking tot de fiscale voordelen van een belegging in dbi-beveks?

Luk Janssens: Vanaf aanslagjaar 2026 worden de voorwaarden om deze fiscale voordelen te kunnen genieten verstrengd (wet van 18 december 2025).

  • De meerwaarde op dbi-bevekaandelen wordt voortaan belast tegen 5%. 
  • Het bruto dividend kan je nog steeds laten vrijstellen, maar je vennootschap zal in dat geval de ingehouden roerende voorheffing van 30% enkel nog kunnen terugkrijgen indien zij aan minstens één bedrijfsleider-natuurlijke persoon een jaarlijkse minimumbezoldiging van 50.000 euro (jaarlijks te indexeren!) toekent. Aangezien de eerste indexering al meteen voor 2026 moet gebeuren, bedraagt het vereiste loon 51.000 euro voor inkomsten 2026. De minimumbezoldiging mag lager zijn op voorwaarde dat ze minstens gelijk is aan de belastbare winst van de vennootschap (zie ook hoger). Meer daarover lees je hier.

Gelden die voorwaarden enkel voor beleggingen in dbi-beveks?

Luk Janssens: Neen, de strengere voorwaarden gelden ook voor beleggingen in een dbi-bevak, private equity bevak (privak), openbare privak, gereglementeerde vastgoedvennootschap (GVV), gespecialiseerd vastgoedbeleggingsfonds (GVBF), European Long-Term Investment Fund (ELTIF) en hun buitenlandse equivalenten.

Moet je je beleggingsstrategie in je vennootschap aanpassen?

Luk Janssens: Niet noodzakelijk. Probeer eerst de gevolgen van de nieuwe fiscale regels correct in te schatten. Opteer je ervoor om niet de vereiste minimumbezoldiging uit je vennootschap op te nemen, dan heb je de keuze. 

  • Ofwel stel je de bruto dividenden vrij van vennootschapsbelasting maar kan je de ingehouden roerende voorheffing (30%) niet terugkrijgen. 
  • Ofwel laat je de bruto dividenden in de vennootschapsbelasting belasten (25%) en kan je de roerende voorheffing (30%) wél terugkrijgen. De tweede optie is (logischerwijze) doorgaans de voordeligste! 

Een voorbeeld. Je vennootschap heeft 30.000 euro dividenden ontvangen uit dbi-beveks. Laat je de bruto-dividenden belasten om de roerende voorheffing terug te krijgen, dan levert dit je 1.500 euro extra op (30.000 x 30% tegenover 30.000 x 25%).

Welke impact heeft de belasting van meerwaarden op dbi-beveks?

Luk Janssens: Over de belasting van 5% op de meerwaarde op een dbi-bevek hoef je je in feite geen zorgen te maken. De verkoop van een dbi-bevekaandeel gebeurt doorgaans immers niet via een klassieke koop-verkoop, maar wel via een ‘inkoop’ van de aandelen door de dbi-bevek zelf. Bij zo’n inkoop realiseert je vennootschap een meerwaarde die fiscaal kwalificeert als een dividend (ook wel ‘inkoopbonus’ genoemd). Hierop wordt geen roerende voorheffing ingehouden. Dat dividend is ook niet belastbaar tegen het nieuwe tarief van 5% terwijl het wel vrijgesteld blijft van vennootschapsbelasting ten belope van de dbi-coëfficiënt van de bevek.

Wil je weten wat deze fiscale wijziging betekent voor jouw onderneming? 

Neem contact op met één van onze adviseurs.

Contacteer ons

Luk Janssens
Luk Janssens
senior tax advisor
  • Fiscaal advies

    Neem je een beslissing, dan hangen daar vaak ook fiscale gevolgen aan vast. Je SBB-adviseur schetst de scenario’s, maar gaat meteen ook een stap verder. Zijn er slimme optimalisaties mogelijk? En met welke toekomstige maatregelen hou je best vandaag al rekening?