Worden ook vzw’s door de meerwaardebelasting getroffen?
De invoering van de meerwaardebelasting lijkt op het eerste gezicht vooral beleggers en ondernemers met een vennootschap te treffen, maar ook vzw’s ontsnappen er niet aan. Welk effect heeft de meerwaardebelasting op jouw vzw, en waarmee moet je rekening houden?
Wat houdt de meerwaardebelasting precies in?
De algemene regel is dat je sinds 1 januari 2026 10% belastingen betaalt op de meerwaarde die je op financiële activa realiseert. Enkel de eerste 10.000 euro wordt vrijgesteld. Maak je van deze vrijstelling geen gebruik, dan komt daar gedurende vijf jaar telkens 1.000 euro per jaar bij (tot een maximum van 15.000 euro dus). Die vrijstelling geldt per persoon.
Onder financiële activa vallen aandelen, obligaties, ETF's, fondsen, derivaten, structured notes, maar ook cryptomunten, goud, verzekeringscontracten (bijvoorbeeld Tak 21 en Tak 23), enz.
De belastbare meerwaarde is gelijk aan de verkoopprijs min de aankoopprijs.
Tip. Eventuele minderwaarden mogen binnen hetzelfde jaar van financiële activa in aftrek genomen worden. Ze zijn echter niet overdraagbaar naar een volgend jaar.
Let op! Enkel verliezen die ontstaan na het 'fotomoment' van 31 december 2025 (zie verder) komen in aanmerking. Historische verliezen van vóór die datum zijn dus niet aftrekbaar.
Vanaf wanneer geldt de meerwaardebelasting?
De meerwaardebelasting is van toepassing op alle meerwaarden op financiële activa die sinds 1 januari 2026 gerealiseerd worden. Enkel de waardestijging die sinds 01.01.2026 ontstaan is, is belastbaar. De zogenaamde ‘historische meerwaarden’ tot en met 31.12.2025 blijven dus in principe vrijgesteld.
Je moet op het moment van de verkoop met andere woorden kunnen aantonen welke waarde je aandelen hadden op 31.12.2025. Het (positieve) verschil tussen die waarde en de verkoopprijs, is belastbaar.
Vallen ook vzw’s onder de toepassing van die meerwaardebelasting?
De meerwaardebelasting geldt voor natuurlijke personen die in België wonen én voor rechtspersonen, waaronder vzw’s en stichtingen, die onder de rechtspersonenbelasting vallen.
Tip. Er geldt een uitzondering voor erkende vzw’s die (fiscaal aftrekbare) giften kunnen ontvangen met een fiscaal attest. Zij vallen niet onder de toepassing van de meerwaardebelasting.
Let op 1! Heeft je vzw de financiële activa die ze verkoopt via een schenking of erfenis verkregen, dan is de meerwaarde gelijk aan de verkoopprijs min de initiële aankoopprijs die de schenker of erflater betaald heeft. Maar daarvoor moet je die initiële aankoopprijs dus wel kennen én kunnen bewijzen! Zo niet dreigt de volledige verkoopprijs als belastbare meerwaarde beschouwd te worden.
Let op 2! De patrimoniumtaks (0,15% tot 0,45%, afhankelijk van de omvang van het vermogen van je vereniging) blijft van toepassing. De meerwaardebelasting komt daar bovenop bij realisatie van meerwaarden. Het zijn twee verschillende belastingen.
Hoe moeten vzw’s die meerwaardebelasting betalen?
Als natuurlijke persoon heb je daarvoor twee mogelijkheden. Ofwel laat je de bank bij elke verkoop de belasting inhouden (onder de vorm van roerende voorheffing) en aan de fiscus doorstorten (‘opt in’). De vrijstelling kan je dan zelf vragen via je belastingaangifte. Ofwel laat je de bank niets inhouden en geef je je belastbare meerwaarden zelf aan in je belastingaangifte (‘opt out’). Als natuurlijke persoon heb je dus de keuze.
Als vzw heb je in principe géén keuze! Je kan niet aan de bank vragen om de belasting in te houden, maar je moet de belastbare meerwaarden sowieso zelf aangeven en ook zelf om de toepassing van de vrijstelling van maximaal 15.000 euro vragen. Je vzw zal daartoe jaarlijks een aangifte in de roerende voorheffing moeten indienen. De roerende voorheffing zal betaald moeten worden in principe ten laatste op 15 januari van het jaar volgend op het jaar waarin de meerwaarden gerealiseerd werden, en de aangifte zal binnen dezelfde termijn ingediend moeten worden.
Tip. Je krijgt jaarlijks van de bank een gedetailleerd overzicht van alle gerealiseerde meer- en minderwaarden die je vzw in dat jaar gerealiseerd heeft.
Geldt de ‘aanmerkelijk belang regeling’ ook voor vzw’s?
Voor ondernemers met een vennootschap bestaat een zogenaamde ‘aanmerkelijk belang regeling’. Hebben ze op het ogenblik van de verkoop minstens 20% van de aandelen van de vennootschap in handen, dan worden ze niet op de totale meerwaarde tegen 10% belast. Tot 1.000.000 euro is de meerwaarde onder deze regeling immers vrijgesteld van belasting. Vervolgens gelden er getrapte tarieven van 1,25% tot 5%. Pas vanaf een belastbare meerwaarde van 10 miljoen euro geldt het tarief van 10%. Je leest er hier meer over.
Die regeling geldt ook voor je vzw. Heeft ze met andere woorden een participatie (geen ‘belegging’ maar een ‘financieel vast actief’) van minstens 20% in een vennootschap, dan is de ‘aanmerkelijk belang regeling’ ook van toepassing op de meerwaarde die ze realiseert bij de verkoop van die aandelen. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn bij een vzw die een (commerciële) vennootschap opgericht heeft.
Wat moet je als vzw concreet doen?
Om alle hierboven beschreven verplichtingen vlot te kunnen voldoen, kan je het best met volgende zaken rekening houden:
- Inventariseer alle financiële activa van de vzw. Vraag aan je bank(en) om een overzicht van de effectenportefeuille van de vzw per 31/12/2025.
- Documenteer de waarde per 31 december 2025 (fotomoment).
- Bewaar aankoopbewijzen en historische waarderingen.
SBB-webinar over de meerwaardebelasting voor vzw's en stichtingen
Op dinsdag 23 juni 2026 organiseert SBB een webinar voor vzw's en stichtingen over de impact van deze nieuwe regelgeving. Met een doordachte aanpak kan je je organisatie immers tijdig voorbereiden en onaangename verrassingen vermijden.
Benieuwd hoe we samen je vzw vooruithelpen?
Maak – volledig vrijblijvend – een afspraak voor een eerste gesprek.