Fiscale en juridische wijzigingen voor vzw’s in 2026: een overzicht
Zoals elk jaar start ook 2026 met een aantal fiscale en juridische nieuwigheden die voor je vzw belangrijk (kunnen) zijn. We zetten de belangrijkste zaken voor jou op een rij.
E-facturatie
Vanaf 1 januari 2026 moeten alle btw-plichtige ondernemingen, ook vzw’s, in B2B-transacties elektronisch factureren via Peppol. Je leest er hier meer over.
Meerwaardebelasting
Vanaf 1 januari 2026 wordt er een meerwaardebelasting ingevoerd. De meerwaarden op aandelen en quasi alle andere financiële producten zullen belastbaar zijn. Ook vzw’s en andere rechtspersonen die niet in de vennootschapsbelasting belast worden, zullen die meerwaardebelasting moeten betalen. Let wel, de wet die de meerwaardebelasting invoert, wordt momenteel nog in het Parlement behandeld, en is dus nog niet goedgekeurd. Toch zal de meerwaardebelasting vanaf 1 januari 2026 van toepassing zijn.
Mobiliteitsbudget
Vanaf 1 januari 2026 moet elke werkgever die bedrijfswagens aan zijn personeelsleden aanbiedt, ook een mobiliteitsbudget aanbieden. Dat biedt werknemers de mogelijkheid om een bedrijfswagen in te ruilen voor een elektrische wagen of een alternatieve vervoersoplossing (leasefiets, treinabonnement,…) om hun CO2-uitstoot te verminderen.
Wijziging autofiscaliteit
Rechtspersonen zijn belastbaar op alle kosten van voertuigen die CO2 uitstoten en die vanaf 1 januari 2026 worden aangekocht, geleased of gehuurd, en op een gedeelte van de kosten van voertuigen die geen CO2 uitstoten die vanaf 1 januari 2027 worden aangekocht, geleased of gehuurd. Het percentage van die kosten waarop de rechtspersoon belast wordt, bedraagt 5% in 2027 en loopt op tot 32,5% in 2031. Het gaat wel enkel om de kosten van andere voertuigen dan uitsluitend voor bezoldigd vervoer van personen gebruikte personenauto's, auto's voor dubbel gebruik en minibussen, inclusief ‘valse’ lichte vrachtauto’s. Bepaalde kosten worden evenwel niet belast. Het gaat om het voordeel van alle aard (vaa) en de eigen bijdrage van de gebruiker (deze worden immers al in de personenbelasting belast). De forfaitaire bedragen van 17% en 40% van het vaa blijven daarentegen wél deel uitmaken van de belastbare grondslag in de rechtspersonenbelasting. Ook de autokosten die aan derden terugbetaald worden (bijvoorbeeld kosten die terugbetaald worden aan werknemer(s) of vrijwilligers die voor de rechtspersoon een opdracht uitvoeren) worden niet belast.
Auteursrechten
Een vergoeding in auteursrechten is fiscaal gezien interessant omdat ze (tot 75.360 euro) als een roerend inkomen belast wordt, tegen 15%. Van een eerste schijf tot 20.100 euro mag forfaitair 50% als kost afgetrokken worden. Van een tweede schijf van 20.100 tot 40.190 euro is dat 25%. Die forfaitaire kostenaftrek wordt vanaf 1 januari 2026 geschrapt (behalve voor kunstenaars). Enkel de werkelijke (bewezen) kosten zijn nog aftrekbaar.
Btw
De btw-wijzigingen die initieel voorzien waren inzake afhaal- en meeneemmaaltijden en sport (tickets voor wedstrijden, fitnessabonnement,…), cultuur en entertainment (o.a. pretparken) en toerisme (hotels en campings), zijn voorlopig opgeschort en worden herbekeken. Daarover wordt later meer duidelijkheid verwacht.
Hogere bijdragen Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ)
Voor een gewoon VAPZ stijgt de fiscaal aftrekbare maximumbijdrage die een zelfstandige kan jaarlijks kan storten van 8,17% van zijn referentie-inkomen naar 8,50%. De maximale bijdrage blijft evenwel geplafonneerd op 4.000,44 euro (maximumbedrag voor 2025). Voor een sociaal VAPZ stijgt de bijdrage van 9,40% naar 9,78%, met een plafond van 4.602,71 euro (maximumbedrag voor 2025).
Maaltijdcheques
In 2026 stijgt de maximumwaarde van maaltijdcheques van 8 naar 10 euro per gewerkte dag. Als werkgever kies je zelf of je die verhoging toekent of niet. Houd er wel rekening mee dat een verhoging van de waarde van de maaltijdcheques extra kosten met zich meebrengt, ook al wordt de fiscale aftrek ervan verhoogd. Trek je het bedrag van de maaltijdcheques die je toekent op van 8 naar 10 euro, dan stijgt de maximale werkgeversbijdrage van 6,91 naar 8,91 euro per cheque. Ook een administratieve meerkost is niet uitgesloten (afhankelijk van de emittent van de cheques).
EPC-certificaat
Vanaf 1 januari 2026 wordt het EPC-certificaat verplicht voor alle grote niet-residentiële gebouwen in Vlaanderen (o.a. kantoren, winkels, …). Die onroerende goederen moeten voortaan over een EPC niet-residentieel (EPC NR) beschikken, ongeacht of ze verkocht of verhuurd worden.
Ketenaansprakelijkheid
Ketenaansprakelijkheid betekent dat jij als opdrachtgever, (hoofd)aannemer of tussenpersoon mee aansprakelijk kan zijn als een (onder)aannemer illegaal verblijvende derdelanders tewerkstelt, als werknemer of zelfstandige. Meer daarover lees je hier. Om te vermijden dat je aansprakelijk gesteld kan worden voor inbreuken begaan door je rechtstreekse (onder)aannemer, moet je sinds 1 januari 2026 een aantal stukken opvragen en bewaren van die rechtstreekse onderaannemer, indien hij actief is in één van de risicosectoren (werken in onroerende staat, levering van stortklaar beton, vleessector en koeriersdiensten).
Vragen over de fiscale of juridische impact voor jouw vzw?
Onze SBB-experts helpen je graag om deze wijzigingen correct toe te passen. Contacteer vrijblijvend je SBB-adviseur.