Vzw's en bedrijfswagens: de 5 spelregels van de autofiscaliteit

Gerelateerde expertises

Stelt je vzw bedrijfswagens ter beschikking aan medewerkers of aan de bestuurder van de vereniging, dan gelden een aantal fiscale spelregels. Door de vergroening van de wagenfiscaliteit, de hervorming van de patrimoniumtaks en solidariteitsbijdragen, wordt dat steeds meer specialistenwerk. Een overzicht.

1.    Het voordeel van alle aard (VAA)

Werk je in de vereniging alleen met poolwagens voor professioneel gebruik, dan mag je deze paragraaf overslaan. Maar zodra je medewerkers of de bestuurder van de vzw de bedrijfswagen ook voor privéverplaatsingen of woon-werkverkeer gebruiken, is er sprake van een privévoordeel. Op dat voordeel betalen ze belastingen – tenzij ze het terugbetalen aan de vzw. De belasting wordt geïnd via de personenbelasting en volgens deze formule: 

Cataloguswaarde x leeftijdspercentage x CO₂-coëfficiënt x 6/7

Ook de vereniging zelf wordt belast op dat VAA, vóór de aftrek van eventuele eigen bijdragen van de bestuurder of werknemer. Concreet: 17% van het VAA wordt belast – mét brandstofkosten loopt dat op tot 40%. Het belastbaar bedrag moet ook in de aangifte van de rechtspersonenbelasting komen. Hier geldt een belastingtarief van 25%.

2.    Fiscale aftrekregels voor wagens

Door de vergroening en bijbehorende wijzigingen in de autofiscaliteit voor bedrijfswagens zijn er in de rechtspersonenbelasting twee extra belastingen:

  1. 25% op de kosten van bedrijfswagens met CO₂-uitstoot die vanaf 1 januari 2026 gekocht, geleased of gehuurd worden. De datum van de bestelbon of het lease- of rentingcontract geeft hierbij de doorslag.
  2. 25% op de kosten van emissievrije bedrijfswagens die vanaf 1 januari 2027 aangeschaft worden, voor het gedeelte van de kosten dat niet aftrekbaar is overeenkomstig de personen- of vennootschapsbelasting. Concreet geldt dit voor:
    • 5% van de kosten van voertuigen aangeschaft vanaf 2027
    • 10% van de kosten van voertuigen aangeschaft vanaf 2028
    • 17,5% van de kosten van voertuigen aangeschaft vanaf 2029
    • 25% van de kosten van voertuigen aangeschaft vanaf 2030
    • 32,5% van de kosten van voertuigen aangeschaft vanaf 2031

 

3.    Btw en recht op aftrek

Bij gemengd gebruik professioneel-privé is de btw op de auto- en brandstofkosten aftrekbaar op basis van het werkelijke beroepsmatige gebruik, met een maximum van 50%. Er bestaan 3 methoden om dat te berekenen:

  1. Werkelijk beroepsgebruik: je werknemer of bzw-bestuurder houdt een rittenadministratie bij van de gereden beroepskilometers.
  2. Semi-forfaitair beroepsgebruik: voor de beroepskilometers maak je gebruik van de formule van de FOD Financiën: 1 – {[(afstand woon-werkverkeer x 2 x 200) + 6.000 km andere privéverplaatsingen] / totale afstand}.
  3. Forfaitair beroepsgebruik: 35% van het totaal aantal gereden kilometers.

Let wel: heel wat verenigingen hebben geen volledig recht op btw-aftrek. Dat komt omdat ze gemengd btw-plichtig zijn. In dat geval is de aftrekbare btw beperkt tot het eigen aftrekpercentage zoals bepaald door het algemeen verhoudingsgetal.

Stel: het beroepsgebruik van je medewerker is 80% van het totaal aantal gereden kilometers en het algemeen verhoudingsgetal van de vzw is 50%. Dan is het werkelijke btw-aftrekpercentage 40%. De niet-recupereerbare btw (in dit voorbeeld 60%) vormt een kost voor de vzw, maar beïnvloedt de belastbare basis in de rechtspersonenbelasting niet.

4.    Solidariteitsbijdrage

Rijden je werknemers privékilometers met hun bedrijfswagen, dan betaalt de vereniging daar ook een solidariteitsbijdrage of CO2-taks op. Voor de firmawagen van de bestuurder van de vzw en poolwagens geldt deze verplichting niet. 

Belangrijk: voor wagens die aangeschaft zijn vanaf 1 juli 2023 moet je de solidariteitsbijdrage vermenigvuldigen met factor 2,25. De komende jaren zal die factor verder oplopen:

  • 2,75 vanaf 2025
  • 4,00 vanaf 2026
  • 5,50 vanaf 2027

Let op: ook de niet-geïndexeerde minimumbijdrage wordt vanaf volgend jaar opgetrokken:

  • 23,41 euro/maand vanaf 2025
  • 25,99 euro/maand vanaf 2026
  • 28,57 euro/maand vanaf 2027
  • 31,15 euro/maand vanaf 2028

5.    Patrimoniumtaks

(Internationale) vzw’s en private stichtingen betalen elk aanslagjaar een belasting op hun vermogen, namelijk de patrimoniumtaks. Ook bedrijfswagens maken deel uit van dit vermogen. Let wel: de belastbare waarde is niet de boekwaarde uit de balans, maar de realistische verkoopwaarde op 1 januari van het kalenderjaar.

Belangrijk: in tegenstelling tot financiële leasingwagens worden rentingwagens en operationele leasingwagens als kosten geboekt in de resultatenrekening. Ze vallen daardoor buiten het vermogen van de vzw – dus ook buiten de patromiumtaks. 

Door de hervorming van de patrimoniumtaks is deze verkoopwaarde van de bedrijfswagen niet langer belastbaar aan een vast percentage van 0,17%, maar aan de volgende progressieve tarieven:

  • Tot 50.000 euro: vrijstelling
  • Van 50.000,01 tot 250.000 euro: 0,15%
  • Van 250.000,01 tot 500.000 euro: 0,30%
  • Meer dan 500.000 euro: 0,45%

Je merkt het: autofiscaliteit in je vereniging komt met heel wat kleine lettertjes. En aan elke beslissing die je neemt, hangen weer andere fiscale spelregels vast. Je SBB-adviseur schetst de scenario’s, maar gaat meteen ook een stap verder. Zo checken we welke optimalisaties mogelijk zijn en met welke toekomstige maatregelen je best vandaag al rekening houdt.

Persoonlijke en pragmatische begeleiding in een complex fiscaal landschap?

Dieter Bonny
Dieter Bonny
consultant accountancy & fiscaliteit
  • Fiscaal advies

    Neem je een beslissing, dan hangen daar vaak ook fiscale gevolgen aan vast. Je SBB-adviseur schetst de scenario’s, maar gaat meteen ook een stap verder. Zijn er slimme optimalisaties mogelijk? En met welke toekomstige maatregelen hou je best vandaag al rekening?

Gerelateerde blogs