Het minimum algemeen rekeningstelsel voor vzw’s: wat is er veranderd?

Nick Meerlaen
Accountancy & boekhouding

Fondsen van de vereniging (klasse 10)

Het MAR voorziet niet langer in rekeningnummers voor de opdeling tussen het beginvermogen en permanente financiering. Het blijft echter verplicht om de opsplitsing te maken. Wij raden daarom aan om de vroegere opdeling én nummers te behouden: 

  • 100 – Beginvermogen 
  • 101 – Permanente financiering

Vaste activa (klasse 2)

De bestaande opdeling op basis van het eigendomsrecht werd geschrapt. Vroeger was dit voor alle materiële vaste activa (grond, gebouw, installaties, computers…) voorzien. De jaarrekening vraagt deze opsplitsing vandaag wel nog, dus je behoudt dit beter ook in je boekhouding. Dit maakt bovendien een wezenlijk verschil bij de interpretatie van de balans, de opdeling zal hierbij noodzakelijk zijn om een waar en getrouw beeld van de werkelijkheid te geven.

Schenkingen (klasse 64) 

Deze worden niet meer opgesplitst naargelang het wel of niet bestaan van een terugnemingsrecht. Omdat de opdeling ook hier relevant is bij de interpretatie van de rekeningen, suggereren we om ze toch te behouden: 

  • 6431 – Schenkingen met terugnemingsrecht
  •  6432 – Schenkingen zonder terugnemingsrecht

Belastingen (klasse 67) 

Deze klasse werd grondig herzien en is eigenlijk nog enkel bruikbaar als je vereniging onder de vennootschapsbelasting valt. Geen enkele rubriek heeft immers betrekking op de rechtspersonenbelasting of patrimoniumtaks aangezien dit geen belastingen op het resultaat zijn. Onze suggestie is om deze rekeningen aan te maken: 

  • 674 – Rechtspersonenbelasting
  • 675 – Patrimoniumtaks

Lidgeld, schenkingen, legaten en subsidies (klasse 73)

In de klasse 73 zijn de meeste bestaande rekeningen verschoven. Daarnaast is de opdeling tussen werkelijke en toegetreden leden is verdwenen. Toch blijft het nuttig om deze splitsing te maken vanwege het grote inhoudelijke verschil tussen beide categorieën. Door deze opsplitsing te behouden kan je het ontvangen lidgeld bovendien eenvoudiger aftoetsen aan het ledenbestand.

Onze suggestie voor de lidgelden:

  • 7300 – Lidgelden werkelijke leden
  • 7301 – Lidgelden toegetreden leden

Verder worden ook hier de schenkingen niet meer opgesplitst naargelang het wel of niet bestaan van een terugnemingsrecht. Hetzelfde geldt hier voor legaten. Omdat de opdeling wel relevant is bij de interpretatie van de rekeningen, suggereren we om ze toch te behouden: 

  • 7311 – Schenkingen met terugnemingsrecht
  • 7312 – Schenkingen zonder terugnemingsrecht
  • 7321 – Legaten met terugnemingsrecht
  • 7322 – Legaten zonder terugnemingsrecht

Tip!

Over het algemeen brengt de herindeling van het MAR verschuivingen van reeds bestaande rekeningen met zich mee. In de praktijk zal dit in de meeste verenigingen voor problemen zorgen als in het verleden al op deze rekeningen werd geboekt. Afhankelijk van de specifieke situatie van de vereniging kan het aangewezen zijn om met een nieuw dossier en dus een schone lei te beginnen. In andere gevallen kan het aanmaken van nieuwe rekeningen en het aanpassen van bestaande omschrijvingen volstaan. 

Wat met de jaarrekening?

Tot slot nog dit. De modellen van de jaarrekening werden nog niet gewijzigd, waardoor er een mismatch kan zijn tussen het MAR en de jaarrekening. SBB volgt deze ontwikkelingen op de voet. Van zodra er nieuwe schema’s zijn, komen we hier op terug. 

Meer weten? 

Het nieuwe MAR is terug te vinden in een Koninklijk Besluit tot uitvoering van het wetboek Economisch recht. Voor meer gebruiksgemak maakten wij dit complete overzicht van het MAR voor verenigingen en stichtingen.

Wil je meer weten over deze en andere wijzigingen, dan kan je terecht bij je SBB-adviseur. Hij of zij helpt je graag verder.