Financiële ondersteuning van je huisartsenpraktijk: persoonlijk of via vennootschap belast?

Als huisarts kan je rekenen op enkele financiële steunmaatregelen, gaande van een geïntegreerde praktijkpremie over GMD-vergoedingen tot renteloze leningen. Deze premies en tegemoetkomingen zijn in principe belastbaar. Afhankelijk van je gekozen samenwerkingsvorm – en of je al dan niet werkt via je eigen artsenvennootschap – zijn er enkele fiscale aandachtspunten.

1.    GMD-vergoedingen

Als huisarts heb je recht op een jaarlijkse vergoeding voor het beheer van het globaal medisch dossier (GMD). Deze GMD-vergoeding komt aan jou persoonlijk toe. Je ontvangt hiervoor van het RIZIV een fiche 281.50, gekoppeld aan je RIZIV- en rijksregisternummer. De vergoeding wordt progressief belast in de personenbelasting in het jaar waarin je ze ontvangt.

Werk je via je eigen artsenvennootschap, dan stuurt het RIZIV je een fiche 281.50 op het KBO-nummer van je vennootschap. De GMD-vergoeding wordt dan belast in de vennootschapsbelasting tegen het gewone tarief van 20% of 25% in het jaar dat je ze ontvangt.

Let op! Geef aan het RIZIV altijd de juiste fiscale bestemmeling van de GMD-vergoedingen door voor een correcte opmaak van de fiche 281.50.

Stel: je stapt met meerdere artsen in een samenwerkingsverband, zoals een kostenassociatie, maatschap of middelenvennootschap. Het is mogelijk dat de GMD-vergoedingen dan op de gezamenlijke rekening van het samenwerkingsverband worden gestort. Fiscaal moet je in dit opzicht het volgende onderscheid maken:  

  • Een kostenassociatie of maatschap zonder rechtspersoonlijkheid: het RIZIV maakt de fiche 281.50 op naam van de individuele artsen/maten, waarna de vergoedingen progressief worden belast in de personenbelasting bij hen individueel in het jaar van ontvangst. Praktisch kan het wel zo zijn dat de GMD – vergoedingen toekomen op de gemeenschappelijke bankrekening en verder worden doorgestort. Het doorstorten hiervan heeft geen invloed op de individueel belastbaarheid in hoofde van het lid/de maat zelf. De vergoedingen blijven belastbaar in de personenbelasting op het moment van ontvangst ervan door het RIZIV bij de persoon op wiens RIZIV-nummer de fiche 281.50 is opgemaakt. 
  • Een middelenvennootschap: de vennootschap ontvangt de vergoedingen en het RIZIV maakt een fiche 281.50 op het KBO-nummer van de vennootschap. Ze worden belast in de vennootschapsbelasting in het jaar waarin ze gestort worden op de bankrekening van de middelenvennootschap.  De vergoedingen kunnen verder worden doorgestort aan de individuele vennoten, doch hiervoor moet de vennootschap een fiche 281.20 opmaken waarna de vennoot het aangeeft als bedrijfsleidersloon. 

 

2.    Renteloze lening en tegemoetkoming voor praktijkondersteuning

Vestig je je als erkende huisarts in een nieuwe of bestaande praktijk, dan kom je in aanmerking voor een eenmalige renteloze lening (maximaal € 35.000) van de Vlaamse Overheid. Daarnaast kan je als huisarts een tegemoetkoming krijgen in de loonkosten van een praktijkondersteuner of -verpleegkundige. In 2024 bedraagt dit maximaal € 7.847,47 per arts. Beide steunmaatregelen komen in de plaats van de vroegere Impulseopremie.  

Voortaan worden de aanvraag en uitbetaling van de renteloze lening en de tegemoetkoming voor praktijkondersteuning per arts afgehandeld. In een groepspraktijk moet daarom elke arts individueel een aanvraag indienen. 

De toegekende bedragen worden dus belast in de personenbelasting van de arts of in de vennootschapsbelasting indien de arts werkt via zijn eigen artsenvennootschap (tegen het gangbare tarief van 20% of 25%).

Stel: meerdere huisartsen werken samen binnen een kostenassociatie, waarin ze personeels- en loonkosten delen. In dat geval is het raadzaam dat elke arts de aan hem of haar gestorte tegemoetkoming doorstort van de eigen rekening naar die van de associatie. 

3.    Accrediteringspremie en geïntegreerde praktijkpremie 

Accreditering is een erkenning die je als huisarts kan krijgen voor bijscholingsactiviteiten. Als geaccrediteerde huisarts ontvang je jaarlijks van het RIZIV een vergoeding van € 733,61 (2024) om je vormingskosten te dekken. Daarnaast kan je patiënten ook een verhoogd ereloon aanrekenen op basis van je RIZIV-identificatienummer.

De geïntegreerde praktijkpremie is een jaarlijks forfaitair bedrag dat je als huisarts ontvangt van het RIZIV om je praktijkwerking en het gebruik van e-diensten te ondersteunen. Het premiebedrag varieert van € 1.000 tot € 6.000. De hoogte is afhankelijk van het softwarepakket dat je gebruikt en het aantal gebruikte e-diensten, zoals Recip-e om medicatievoorschriften te versturen, MyCareNet om GMD’s te beheren en eHealth om geïnformeerde toestemming te registreren. 

Deze premies komen aan jou persoonlijk toe. Ze worden dan ook belast in de personenbelasting tegen een progressief tarief of in de vennootschapsbelasting als je een artsenvennootschap hebt.

Wil je meer weten over de fiscale behandeling van premies en tegemoetkomingen voor jou als huisarts?

Neem contact op met onze experten. Zij wijzen je de weg.