Komt de continuïteit van je onderneming in het gedrang? Laat je bestuursorgaan dan maatregelen nemen

Heeft je bedrijf het moeilijk? Dan ligt je focus waarschijnlijk op de cijfers en op mogelijke herstelmaatregelen. Verlies echter ook niet je administratieve verplichtingen uit het oog. Als vennootschap in moeilijkheden moet je namelijk een aantal procedures volgen. Het gaat dan bijvoorbeeld om de alarmbelprocedure. Daarnaast rust er nog een belangrijke wettelijke verplichting op bestuurders of de zaakvoerders. Brengen bepaalde feiten de continuïteit van je onderneming in het gedrang, dan moet het bestuursorgaan beraadslagen over de maatregelen om de continuïteit van de economische activiteit voor een minimumduur van twaalf maanden te vrijwaren.

Waar gaat het over?

Het bestuursorgaan moet samenkomen, zo stelt de wet, wanneer “gewichtige en overeenstemmende feiten de continuïteit van de onderneming in het gedrang kunnen brengen”. 

Continuïteit betekent dat je onderneming in staat is haar activiteiten verder te zetten gedurende een bepaalde periode. Om te kunnen blijven bestaan, heeft je onderneming nood aan een minimale rentabiliteit, voldoende liquiditeiten en aan solvabiliteit. Lijkt het erop dat je vennootschap in moeilijkheden zou komen of zelfs op een faillissement afstevent indien je geen maatregelen zou nemen, dan is er sprake van feiten die de continuïteit van je onderneming in het gedrang brengen.

De drempel voor de procedure continuïteit ondernemingen is niet dezelfde als de drempel voor de alarmbelprocedure. In de praktijk komen deze procedures echter vaak naast elkaar voor.  Als bijvoorbeeld in een BV het netto-actief negatief is geworden, moet je de alarmbelprocedure toepassen. Deze situatie is ook vaak een feit dat de continuïteit van de onderneming in het gedrang kan brengen. 

Let wel op: de alarmbelprocedure is enkel van toepassing op de BV, de CV en de NV. De procedure continuïteit onderneming geldt breder. Deze is namelijk van toepassing op de CommV, de VOF, de BV, de CV, de NV en zelfs op vzw’s en ivzw’s.

Wat moet het bestuursorgaan doen?

Je moet als bestuursorgaan van de vennootschap of vereniging samenkomen en nagaan welke maatregelen je kan nemen om de continuïteit van je onderneming toch te waarborgen, ondanks de precaire situatie. Je zal dus maatregelen moeten nemen die de continuïteit van je onderneming alsnog verzekeren. Dit kan bijvoorbeeld het aangaan van een lening zijn, het doen van een bijkomende inbreng, of het verkopen van een onroerend goed eigendom van de onderneming. Je documenteert deze beraadslaging schriftelijk. Zo kan je als bestuurder of zaakvoerder later aantonen dat je tijdig actie hebt ondernomen.

Let wel op: het beraadslagen over herstelmaatregelen is slechts stap één. Deze moeten natuurlijk ook in de praktijk worden uitgevoerd, zodat je beslissing geen dode letter blijft en er echt aan de continuïteit van de onderneming wordt gewerkt.

Welk risico loop je als je dit niet doet?

Het is van belang dat je als bestuurder of zaakvoerder aan deze verplichting voldoet. Bij een later faillissement van de vennootschap, zal je handelswijze uitgebreid worden onderzocht. Heb je je niet gedragen zoals een zorgvuldige bestuurder of zaakvoerder, dan hangt je een aansprakelijkheidsclaim boven het hoofd. De volgende gronden van aansprakelijkheid kunnen bijvoorbeeld worden ingeroepen:

  • De gewone gronden van bestuursaansprakelijkheid blijven relevant na een faillissement. Denk bijvoorbeeld aan aansprakelijkheid wegens inbreuken op de wet of op de statuten. 
  • Je kan als bestuurder of zaakvoerder aansprakelijk worden gesteld wegens een kennelijk grove fout die heeft bijgedragen tot het faillissement. Heb je zo’n fout gemaakt? Dan kan je worden veroordeeld tot betaling van het geheel of een deel van de schulden van de onderneming dat de onderneming niet meer kan terugbetalen aan haar schuldeisers. Dit geldt bijvoorbeeld in het geval van ernstige fiscale fraude.
  • Aansprakelijkheid wegens “wrongful trading”. Bestuurders of zaakvoerders die de vennootschap verder laten bestaan, ook al beseffen ze (of zouden ze moeten beseffen) dat deze eigenlijk een zinkend schip is, kunnen aansprakelijk worden gesteld voor het geheel of een deel van de schulden van de onderneming die onbetaald blijven.

Bovendien is het in de praktijk uiteraard ook nuttig af en toe stil te staan bij de solvabiliteit van de onderneming, los van enige sanctie voor jou als bestuurder of zaakvoerder. Dit zal je bedrijf zelf alleen maar ten goede komen.

Wil je claims in bestuurdersaansprakelijkheid vermijden?

Waak er dan over dat je aan je wettelijke verplichtingen voldoet. Het is van belang dat je dit ook schriftelijk documenteert, dit om latere problemen te vermijden. Geen idee hoe je hieraan begint? Wend je tot het SBB-kantoor in je buurt of tot onze juridische adviseurs.

Neem contact op

Johanna Waelkens
Johanna Waelkens
productmanager legal consulting