Faillissement en aansprakelijkheid bij vzw’s: welke regels gelden er?
Ook vzw’s zijn juridisch gezien een ‘onderneming’ en kunnen failliet gaan. Ze moeten daarbij dezelfde procedure volgen als eender welke andere onderneming. Ook kunnen de bestuurders van een vzw door het statuut van ‘onderneming’ makkelijker aansprakelijk gesteld worden.
Belangrijke juridische gevolgen
Vzw’s kunnen failliet gaan, maar ze kunnen ook een beroep doen op de beschermingsprocedures van het insolventierecht (bv. de gerechtelijke reorganisatie) om zich tegen een faillissement te beschermen. Bovendien kunnen de bestuurders van een vzw, naast hun klassieke interne, externe en strafrechtelijke aansprakelijkheid, aansprakelijk gesteld worden voor onder andere een ‘kennelijk grove fout’ en voor ‘wrongful trading’.
Aansprakelijkheid van vzw’s
Sinds de hervorming van het ondernemingsrecht in 2018, worden ook vzw’s geacht een ‘onderneming’ te zijn. De voornaamste gevolgen daarvan zijn:
- Ook vzw’s kunnen failliet gaan
- Bestuurders van vzw’s kunnen makkelijker aansprakelijk gesteld worden.
1. Faillissement
Op basis van het insolventierecht kunnen ook vzw’s die in financiële moeilijkheden verkeren, een faillissement aanvragen. Anderzijds kunnen vzw’s ook een beroep doen op de beschermingsprocedures van het insolventierecht. Zo kan een vzw bijvoorbeeld een procedure van gerechtelijke reorganisatie opstarten om een nakend faillissement te vermijden.
Hoe werkt de insolventiewet concreet?
- Alle insolventieprocedures verlopen via een online platform ‘Regsol’.
- Om een faillissement te vermijden, kan een vzw een aanvraag tot gerechtelijke reorganisatie doen, of een ondernemingsbemiddelaar aanstellen.
- Je kan een gerechtsmandataris of voorlopig bewindvoerder aanstellen om je vzw tijdelijk te besturen (bijvoorbeeld als het bestuur grove fouten heeft gemaakt).
- Onder bepaalde voorwaarden kan de aansprakelijkheid van de bestuurders in het gedrang komen (zie hieronder).
2. Bestuurdersaansprakelijkheid
Traditioneel lopen bestuurders van een vzw een persoonlijk aansprakelijkheidsrisico in volgende gevallen:
- Interne aansprakelijkheid: door een fout in hun bestuur, schending van het Wetboek van Vennootschappen of inbreuk op de statuten.
- Externe aansprakelijkheid: door een contractuele of buitencontractuele fout ten opzichte van een derde partij.
- Strafrechtelijke aansprakelijkheid: door een strafrechtelijke inbreuk.
- Aansprakelijkheid wegens kennelijk grove fout: een fout van een bestuurder die bijgedragen heeft tot het faillissement (zoals de medewerking aan fiscale fraude).
- Bijzondere aansprakelijkheid inzake ‘wrongful trading’: doordat een bestuurder een evident reddeloos verloren onderneming probeerde voort te zetten.
Uitzonderingen
De aansprakelijkheid wegens een kennelijk grove fout is niet van toepassing op de ondernemingen waarvan de gemiddelde omzet over de drie boekjaren voor het faillissement minder dan 620.000 euro is of waarvan de balans van het laatste boekjaar niet hoger was dan 370.000 euro.
De aansprakelijkheid wegens wrongful trading is niet van toepassing wanneer de failliet verklaarde onderneming een vzw is die niet meer dan één van de volgende criteria overstijgt:
- 1° een jaargemiddelde van 5 werknemers;
- 2° in totaal 391.000 euro aan andere dan niet recurrente ontvangsten, exclusief btw;
- 3° in totaal 1.562.000 euro aan bezittingen;
- 4° in totaal 1.562.000 euro aan schulden.
In de praktijk: reken op je SBB-expert
Info rond faillissementen of aansprakelijkheid? Speel op zeker en schakel tijdig de hulp in van een expert. Wij ondersteunen je graag met raad en daad.