VLIF: tot 10% van de totale omzet mag uit niet-landbouwactiviteiten komen

Amelie Grammen
Zakelijk-juridisch advies

Wat zijn niet-landbouwactiviteiten?

Dat zijn activiteiten die niet uitsluitend betrekking hebben op landbouwactiviteiten, zoal het kweken, telen, bewerken en verwerken van landbouwproducten, enzovoorts. Enkele voorbeelden zijn de uitbating van een camping, manegeactiviteiten, loonwerk, teambuildings op landbouwbedrijven …

 

Bekijk hier enkele specifieke voorbeelden:

Melkveehouderij met ijssalon

De omzet uit drankenverkoop in het VLIF-gesubsidieerde degustatielokaal is niet gelimiteerd tot 5.580 euro. De VLIF-administratie eist wel dat de omzet uit ijs (want verbredingsactiviteit) steeds kleiner moet zijn dan de omzet uit landbouw. Verlies ook de btw-regelgeving niet uit het oog: als de omzet van het ijssalon de grens van 25.000 euro overschrijdt, mag je het btw-landbouwforfait niet meer toepassen.

Groenteteler met korte keten verkoop

Verkoop je in je hoevewinkel, kraam of automaat niet-landbouwproducten zoals koekjes, alcoholische dranken, mandjes, ...? De toegelaten omzet uit niet-landbouwproducten is niet langer beperkt tot 5.580 euro. Stel dat de totale omzet van je landbouwbedrijf met korte keten verkoop 80.000 euro bedraagt. Dan laat de VLIF-administratie nu een omzet van maximaal 8.000 euro uit niet-landbouw toe.

Akkerbouwer met loonwerk voor openbare diensten

Stel jij als akkerbouwer je machines ten dienste van de gemeente of andere openbare diensten? Als VLIF-gesubsidieerde landbouwer mocht de omzet uit deze diensten de grens van 5.580 euro niet overschrijden. Vanaf nu mag de omzet uit bijvoorbeeld grondwerken of loonwerken maximaal 10 % van de totale omzet van je VLIF-gerechtigd bedrijf beslaan. Vergeet niet te registreren bij douane en accijnzen voor het gemengd gebruik van je rode diesel. Verder verlies je ook je vrijstelling op de kilometerheffing zodra je machines voor niet-landbouw-activiteiten inzet.