VLIF laat hogere omzet uit niet-landbouw toe

Geertrui Goyens
Zakelijk-juridisch advies

Aan VLIF-investeringssteun is een rist van voorwaarden verbonden.  Eén voorwaarde was dat de omzet uit niet-landbouwactiviteiten maximaal € 5.580 mag bedragen. De VLIF-administratie laat nu een versoepeling toe. De omzet uit niet-landbouwactiviteiten mag vanaf vandaag ook maximaal 10% van de totale omzet bedragen. Dit opent mogelijkheden voor (verbrede) activiteiten op VLIF-gesubsidieerde landbouwbedrijven.

Bekijk hier enkele voorbeelden.

Melkveehouderij met ijssalon

De omzet uit drankenverkoop in het VLIF-gesubsidieerde degustatielokaal is niet langer gelimiteerd tot € 5.580. De VLIF-administratie eist wel dat de omzet uit ijs (want verbredingsactiviteit) steeds kleiner moet zijn dan de omzet uit landbouw. Verlies ook de btw-regelgeving niet uit het oog: als de omzet van het ijssalon de grens van € 25.000 overschrijdt, mag je het btw-landbouwforfait niet meer toepassen.

Groenteteler met korte keten verkoop

Verkoop je in je hoevewinkel, kraam of automaat niet-landbouwproducten zoals koekjes, alcoholische dranken, mandjes, etc.? Vanaf nu is de toegelaten omzet uit niet-landbouwproducten niet langer beperkt tot € 5.580. Stel dat de totale omzet van je landbouwbedrijf met korte keten verkoop € 80.000 bedraagt. Dan laat de VLIF-administratie nu een omzet van maximaal € 8.000 uit niet-landbouw toe.

Akkerbouwer met loonwerk voor openbare diensten

Stel jij als akkerbouwer je machines ten dienste van de gemeente of andere openbare diensten? Als VLIF-gesubsidieerde landbouwer mocht de omzet uit deze diensten de grens van € 5.580 niet overschrijden. Vanaf nu mag de omzet uit bijvoorbeeld grondwerken of loonwerken maximaal 10 % van de totale omzet van je VLIF-gerechtigd bedrijf beslaan. Vergeet niet te registreren bij douane en accijnzen voor het gemengd gebruik van je rode diesel. Verder verlies je ook je vrijstelling op de kilometerheffing zodra je machines voor niet-landbouw-activiteiten inzet.

Varkenskweker met verhuur stal

De VLIF-administratie beschouwt huurinkomsten als niet-landbouw-inkomsten. Landbouwbedrijven met VLIF-steun zijn voor hun huurinkomsten niet langer gelimiteerd tot € 5.580 maar tot 10 % van hun totale omzet.