Van je vaste inrichting een dochtervennootschap maken: de voordelen en aandachtspunten
Je bent als buitenlandse onderneming in België actief, en voor de fiscus beschik je hier over een vaste inrichting zodat de winst die je in België behaalt, hier ook belast wordt. Je overweegt nu om van die vaste inrichting ineens een echte Belgische dochtervennootschap te maken (‘filialisering’), in de plaats van met een ‘halfslachtige’ vaste inrichting te blijven werken. Waarop moet je letten bij die omvorming?
Fiscale gevolgen goed inschatten
De inbreng van een vaste inrichting in een Belgische dochtervennootschap kan op een ‘fiscaal neutrale’ manier gebeuren, zowel op het vlak van de directe belastingen als van de registratierechten, en eventuele bestaande verliezen kunnen door de nieuwe vennootschap gebruikt worden om belastbare winsten in de toekomst te compenseren. Daarvoor moeten alle spelregels wel gerespecteerd worden. Gezien de complexiteit daarvan doe je het best een beroep op een ervaren adviseur.
Waarom zou je naar een dochtervennootschap overstappen?
Daarvoor kunnen verschillende redenen bestaan. Een belangrijke reden is de beperking van de aansprakelijkheid van je buitenlandse onderneming voor de verplichtingen en schulden van je Belgische vestiging. Maar ook een betere verankering in België en ‘meer cachet’ aan je onderneming in België geven, kunnen een goede reden zijn.
Alles over het verschil tussen werken met een vaste inrichting (‘bijkantoor’) of een Belgische dochtervennootschap lees je hier. Over de fiscale gevolgen van het hebben van een vaste inrichting in België, lees je hier meer.
Waarop moet je letten?
Boekhouding
Een Belgische dochtervennootschap is onderworpen aan de Belgische boekhoudwetgeving. Voor een vaste inrichting is dat niet het geval, al moet deze op fiscaal vlak sowieso ook wel aan vrij ruime boekhoudverplichtingen voldoen.
Voor fiscale doeleinden is een vaste inrichting immers verplicht een bewijskrachtige boekhouding bij te houden om op een correcte manier de in België belastbare winst te bepalen in de belastingen der niet-inwoners. Daardoor zal de overstap naar de volledige Belgische boekhoudverplichtingen in de praktijk doorgaans nogal meevallen.
De vaste inrichting in de vennootschap inbrengen
Om van een vaste inrichting naar een vennootschap over te stappen, richt je in principe een Belgische vennootschap op en breng je vervolgens die vaste inrichting daarin onder.
De vaste inrichting omvat in principe alles wat je in België gebruikt voor de uitoefening van je activiteit. Het kan gaan om een (huurcontract van een) gebouw, materieel, voertuigen, arbeidscontracten met je personeelsleden in België, het cliënteel dat je in België al opgebouwd hebt ...
Al deze elementen die samen je vaste inrichting vormen noemen we een ‘algemeenheid van goederen’. Die algemeenheid breng je in de vennootschap in als kapitaal, in ruil voor aandelen van de vennootschap. Die aandelen komen in het vermogen van je buitenlandse vennootschap terecht. Zo wordt deze de ‘moedervennootschap’ van je Belgische dochtervennootschap.
Wanneer deze inbreng volgens de regels van de (fiscale) kunst gebeurt, is hij ‘fiscaal neutraal’. Dat betekent dat de overdracht van de vaste inrichting naar de vennootschap geen aanleiding zal geven tot belastingheffing.
Goed om te weten. Je kan die vaste inrichting ook aan je nieuw opgerichte vennootschap verkopen (in plaats van in te brengen als kapitaal), maar in dat geval zal je in principe wél belast worden op de meerwaarden die daarbij vastgesteld of gerealiseerd worden.
Tip. Bij de inbreng van de algemeenheid van de vaste inrichting in de vennootschap, moet in principe ook geen registratiebelasting op de overdracht van de onroerende goederen betaald worden. Enkel het vast recht van 50 euro is verschuldigd.
Verliezen mee overdragen?
Stel dat je vaste inrichting over een bepaald bedrag aan overgedragen verliezen beschikt (bijvoorbeeld als gevolg van de hoge opstartkosten). Kan de nieuw opgerichte vennootschap die verliezen dan overnemen en in de toekomst in mindering brengen van haar in België belastbare winst? Onder bepaalde voorwaarden en afhankelijk van de concrete omstandigheden wel. Raadpleeg dus zeker vooraf je SBB-adviseur.
Dividenden
Wanneer de Belgische dochtervennootschap (een deel van) haar winst via een dividend aan je buitenlandse moedervennootschap uitkeert, zal deze – als bepaalde voorwaarden voldaan zijn – niet op die dividenden belast worden (ze zijn immers al bij de Belgische dochter belast).
Meer weten?
Wil je graag concreet advies met betrekking tot de omvorming van de Belgisch bijkantoor in een Belgische vennootschap, aarzel dan niet je SBB-adviseur te contacteren.