Wanneer heb je een ‘vaste inrichting’ in België?
Ben je als buitenlandse onderneming in België actief, dan richt je daarvoor niet noodzakelijk al direct een vennootschap op in België. Je start hier gewoon je activiteit, en op termijn zal je dan wel zien of het de moeite loont om je aanwezigheid hier te formaliseren via een Belgische dochtervennootschap. Je activiteit in België kan echter wel al bepaalde gevolgen met zich meebrengen. Waarop moet je letten?
Fiscale gevolgen?
Van zodra je in België geacht wordt over een vaste inrichting te beschikken, ben je aan de Belgische btw-, boekhoud- en belastingwetgeving onderworpen en moet je onder andere in België ook een belastingaangifte indienen (voor de belasting der niet-inwoners). Daarbij moet je een aantal regels en deadlines respecteren om problemen met de Belgische fiscus te vermijden.
Internationale belastingregels
De meeste landen hebben onderling zogenaamde ‘dubbelbelastingverdragen’ met elkaar afgesloten. Zo heeft België een dubbelbelastingverdrag met bijvoorbeeld Nederland, Frankrijk, Duitsland, de VS, China, ... (de volledige lijst vind je hier). Die verdragen bepalen welk van beide landen in een grensoverschrijdende situatie belastingen mag heffen.
Ben je dus bijvoorbeeld een Nederlands bedrijf dat ook in België actief is, dan zal het dubbelbelastingverdrag tussen België en Nederland bepalen welke inkomsten die je hier behaalt, hier ook belastbaar zullen zijn.
Het voornaamste criterium dat bepaalt of je ondernemingswinsten die je in België behaalt hier ook belastbaar zijn, is het al dan niet hebben van een ‘vaste inrichting’ in België. Blijkt uit de concrete omstandigheden dat je hier een vaste inrichting hebt, dan zijn de winsten die daaraan toegerekend kunnen worden in België belastbaar. Die winsten zullen dan uiteraard niet ook nog eens in Nederland belast worden.
Wat is een ‘vaste inrichting’?
Of je in België een over een vaste inrichting beschikt is een zogenaamde ‘feitenkwestie’. Dat moet met andere woorden blijken uit bepaalde concrete omstandigheden.
Een vaste inrichting van een buitenlands bedrijf in België kan omschreven worden als een vaste bedrijfsplaats waar de werkzaamheden van de onderneming geheel of gedeeltelijk uitgeoefend worden.
Er zijn enkele belangrijke criteria om te bepalen of er sprake is van een vaste inrichting:
- Fysieke aanwezigheid: er moet een fysieke locatie zijn waar de bedrijfsactiviteiten plaatsvinden. Dit kan bijvoorbeeld een kantoor, fabriek, werkplaats of zelfs een bouwplaats zijn die langer dan twaalf maanden duurt.
- Duurzaamheid: de locatie moet een zekere mate van permanentie hebben, en dus niet louter tijdelijk of incidenteel zijn.
- Bedrijfsactiviteiten: de activiteiten die op deze locatie uitgevoerd worden, moeten een essentieel en substantieel deel van de bedrijfsactiviteiten van de onderneming vormen.
Daarnaast kan de aanwezigheid van personeelsleden die gemachtigd zijn om namens de onderneming contracten af te sluiten of andere bindende handelingen te verrichten (een zogenaamde ‘afhankelijke vertegenwoordiger’), of zelfs de aanwezigheid van personen zonder handtekeningsbevoegdheid leiden tot de kwalificatie van een ‘personele’ vaste inrichting.
Omgekeerd heb je dus géén vaste inrichting in België wanneer je louter vanuit je bedrijf in Nederland Belgische klanten op het Belgisch grondgebied bedient, zonder dat je in België over een fysieke bedrijfslocatie of personeel beschikt.
Tip. Werkzaamheden die louter van voorbereidende aard zijn of het karakter van hulpwerkzaamheden hebben leiden op basis van het dubbelbelastingverdrag niet tot een belastbare activiteit in België. Heb je bijvoorbeeld een simpele opslagplaats in België, of heb je hier een voorraad goederen die uitsluitend bestemd is voor be- of verwerking door een andere onderneming, dan zorgt dit er niet voor dat je een vaste inrichting in België hebt (maar mogelijk wel een ‘Belgische inrichting’; zie verder).
Goed om te weten. Ook de interne Belgische wetgeving bevat een definitie van een vaste inrichting, de zogenaamde ‘Belgische inrichting’. Die definitie is ruimer dan deze in de dubbelbelastingverdragen. Een dubbelbelastingverdrag heeft echter altijd voorrang op de interne wetgeving van een land. Is er dus volgens de Belgische wetgeving sprake van een Belgische inrichting maar is deze volgens het dubbelbelastingverdrag geen vaste inrichting, dan is je winst niet in België belastbaar. Die Belgische interne wetgeving is dus enkel van toepassing wanneer er geen dubbelbelastingverdrag van toepassing is.
Let op
- Van zodra je over een Belgische inrichting beschikt, moet je een aantal fiscale verplichtingen in België voldoen (ook al is je winst op basis van het dubbelbelastingverdrag hier niet belastbaar). Zo moet je onder andere een aangifte in de belasting van niet-inwoners indienen, waarin je moet aangeven dat je winst vrijgesteld is op basis van het dubbelbelastingverdrag.
- Een vaste inrichting is ook aan de Belgische boekhoudwetgeving onderworpen.
- De btw hanteert nóg een andere definitie van een vaste inrichting. De btw-regels staan los van de belastingen. Je Belgische btw-verplichtingen moeten dus ook afzonderlijk bekeken worden (ondernemingsnummer aanvragen, btw-aangiftes indienen …).
Meer weten?
Wil je graag concreet advies met betrekking tot de fiscale gevolgen van je activiteit in België, aarzel dan niet je SBB-adviseur te contacteren.