Voor wie is de liquidatiereserve na schenking van de aandelen?

Gerelateerde expertises

In het kader van je successieplanning overweeg je de blote eigendom van de aandelen van je vennootschap aan je kinderen te schenken (een schenking ‘met voorbehoud van vruchtgebruik’). Wie heeft in dat geval recht op de liquidatiereserves? Jijzelf (de vruchtgebruiker) of je kinderen (de blote eigenaars)? En hoe kan je ongewenste gevolgen vermijden?

Samenvatting: wie krijgt de liquidatiereserve?

Na een schenking van de aandelen met voorbehoud van vruchtgebruik komt de liquidatiereserve in principe aan de blote eigenaar(s) toe. Om als vruchtgebruiker toch liquidatiereserves te bekomen, neem je het best een specifieke clausule op in de schenkingsakte.

Waarom kiezen voor schenking met voorbehoud van vruchtgebruik?

In het kader van een successieplanning worden de aandelen van een familiale vennootschap of patrimoniumvennootschap vaak aan de kinderen geschonken, onder andere om te vermijden dat de kinderen er later (veel) erfbelasting op moeten betalen.

Veel ondernemers willen enerzijds wel die erfbelasting vermijden, maar zich anderzijds toch liever niet ‘uitkleden voor het slapengaan’. Ze willen met andere woorden wel (tijdelijk of levenslang) de nodige zeggenschap over hun vennootschap behouden, en eventueel ook nog inkomsten uit de vennootschap (kunnen) verkrijgen.

Om dat doel te bereiken is een schenking ‘met voorbehoud van vruchtgebruik’ een prima oplossing. Je schenkt dan enkel de blote eigendom van de aandelen, terwijl je het vruchtgebruik ervan voor jezelf houdt. Als vruchtgebruiker van de aandelen kan je het stemrecht in de algemene vergadering blijven uitoefenen (je voorziet dat dan best wel  uitdrukkelijk in de statuten). Zo kan je zelf bepalen of en hoe lang je zaakvoerder of bestuurder blijft, hoe hoog je loon is, hoe het bedrijf gerund wordt, enz. Je hebt als vruchtgebruiker ook recht op de dividenden die uitgekeerd worden (dat zijn immers de ‘vruchten’ van de aandelen) én je beslist via je stemrecht op de algemene vergadering ook zelf over de dividenduitkeringen.

Dividenden kunnen echter uit de gewone winst van het boekjaar uitgekeerd worden door een beslissing van de jaarlijkse algemene vergadering, maar kunnen ook uitgekeerd worden uit de (liquidatie)reserves. En dat kan aanleiding geven tot discussie…

Wat is een liquidatiereserve?

Een liquidatiereserve is (een deel van) de winst die door een kmo-vennootschap (tijdelijk) – na een extra belasting van 10% - in de vennootschap ‘geparkeerd’ wordt en later tegen een verlaagde roerende voorheffing (of zelfs zonder roerende voorheffing als je wacht tot de vereffening van je vennootschap) uitgekeerd kan worden. Je leest er hier meer over.
 

Juridische discussie: wie heeft na de schenking recht op de liquidatiereserve?

Schenk je de volle eigendom van de aandelen, dan is er geen discussie. De volle eigenaar bezit immers alle rechten die aan de aandelen verbonden zijn, en heeft dus sowieso recht op de liquidatiereserve.

Schenk je daarentegen met voorbehoud van vruchtgebruik, dan is er wél discussie over het lot van de liquidatiereserve. Als vruchtgebruiker bezit je immers maar een deel van de rechten die aan de aandelen verbonden zijn en heb je enkel recht op de ‘vruchten’ (dat is wat het goed periodiek opbrengt zonder dat de waarde ervan aangetast wordt), maar niet op de ‘opbrengsten’ (dat is wat het goed opbrengt, maar waardoor de waarde ervan onmiddellijk of geleidelijk verminderd wordt). De opbrengsten komen dan ook toe aan de blote eigenaar(s). De waarde van het goed waarop het vruchtgebruik rust, mag met andere woorden niet verminderd worden door de vruchtgebruiker. Bij het einde van het vruchtgebruik moet het goed dezelfde staat en waarde hebben als bij het begin (dat is de zogenaamde ‘restitutieplicht’).

De vraag is dan ook aan wie de liquidatiereserve toekomt: aan de vruchtgebruiker van de aandelen, of aan de blote eigenaar(s)? Aangezien de vruchtgebruiker recht heeft op de ‘vruchten’ en dividenden als vruchten van de aandelen beschouwd worden, zou je op het eerste gezicht denken dat de vruchtgebruiker sowieso recht heeft op de liquidatiereserve, aangezien liquidatiereserves uitgekeerd worden onder de vorm van dividenden.

Zo eenvoudig is het helaas niet… De uitkering van een liquidatiereserve is immers enkel fiscaal gezien een dividend. Burgerrechtelijk en vennootschapsrechtelijk is dat echter niet het geval. En dat leidt tot discussie.

We vatten de juridische discussie kort voor jou samen.

Zoals hoger reeds vermeld heeft de vruchtgebruiker enkel recht op de ‘vruchten’, maar mag hij de waarde van het goed waarop het vruchtgebruik rust niet verminderen. Concreet betekent dit dat hij sowieso recht heeft op de ‘gewone’ dividenden die uitgekeerd worden uit de winst van het boekjaar, op basis van een beslissing van de jaarlijkse algemene vergadering.

Beslist de algemene vergadering om geen dividend uit te keren, en wordt de (belaste) winst in een liquidatiereserve omgezet, dan gaat ze daardoor deel uitmaken van het eigen vermogen van de vennootschap. Wat deel uitmaakt van het eigen vermogen, bepaalt mee de waarde van de vennootschap (en dus van de aandelen). Door de uitkering van een liquidatiereserve vermindert het eigen vermogen en dus ook de waarde van de vennootschap. De uitkering van een liquidatiereserve moet dan ook als een ‘opbrengst’ gezien worden. Daardoor komt de liquidatiereserve toe aan de blote eigenaar(s) en niet aan de vruchtgebruiker.

Hoe kan de vruchtgebruiker liquidatiereserves ontvangen?

Je kan in de schenkingsakte een clausule opnemen die bepaalt dat de liquidatiereserve in volle eigendom aan de  vruchtgebruiker toekomt, rekening houdend met de wettelijk voorziene restitutieplicht bij het einde van het vruchtgebruik. Tijdens de duur van het vruchtgebruik kan de vruchtgebruiker dus liquidatiereserves aan zichzelf uitkeren, zolang de aandelen bij het einde van het vruchtgebruik maar dezelfde waarde hebben als bij het begin. Is dat niet het geval, dan kan de blote eigenaar (de kinderen dus) in theorie een compensatie voor de waardevermindering eisen.

Advies over successieplanning

Wil je graag een successieplanning voor de aandelen van je vennootschap laten uitwerken waarbij je zelf (grotendeels) de controle over en inkomsten uit je vennootschap behoudt, aarzel dan niet je SBB-adviseur te raadplegen. Hij zal je, samen met onze gespecialiseerde estate planners, deskundig bijstaan bij de uitwerking van een oplossing die aan je wensen tegemoetkomt.

Neem contact op

Johanna Waelkens
Johanna Waelkens
productmanager legal consulting
  • Juridisch advies

    Een vennootschap oprichten, contracten sluiten, je bedrijf overdragen of een overname in het vizier? Al die beslissingen moeten gebeuren binnen een wettelijk kader. Die wetten en regels kennen geen geheimen voor onze juridische adviseurs. Ze adviseren je in mensentaal en brengen je proactief op de hoogte wanneer er voor jou een verandering op til is.