Verzamelaanvraag 2025: wat is er nieuw?
Het moment waarop je jouw verzamelaanvraag voor 2025 dient in te vullen, nadert weer. Hoewel het GLB startte in 2023, zijn er voor 2025 ook terug enkele belangrijke wijzigingen in voege. Wat is er voor jou als landbouwer van belang? In dit artikel vatten we de nieuwigheden van 2025 kort samen.
Waarom belangrijk?
De deadline voor het indienen van je verzamelaanvraag in 2025 nadert weer. Enkele belangrijke nieuwigheden zullen van kracht zijn. Zo zal je ofwel aan gewasrotatie of gewasdiversificatie moeten voldoen, bestaan M-percelen niet meer, moet je in bepaalde situaties beschermingsstroken aanleggen …
1. Alle zaakvoerders een rustpensioen? Geen GLB-actieve landbouwer meer.
Nieuw is dat er een vijfde voorwaarde wordt toegevoegd aan de definitie van actieve landbouwer. De bijkomende voorwaarde stelt dat er binnen het landbouwbedrijf minstens één bedrijfshoofd, zaakvoerder, lid, vennoot of bestuurder moet zijn die geen rustpensioen ontvangt. Een landbouwbedrijf waarbij alle zaakvoerders een rustpensioen ontvangen, heeft bijgevolg geen recht meer op steun.
En nu? Stel dat je door deze bijkomende voorwaarde in 2025 geen actieve landbouwer meer zal zijn: contacteer dan zeker zo snel mogelijk jouw consulent en vraag raad.
2. M-percelen bestaan niet meer
Vanaf 2025 heeft de landbouwer die de hoofdteelt verbouwt op het perceel de bemestingsrechten en dit ongeacht het gebiedstype. Dit betekent dat het vanaf 2025 niet meer mogelijk is om de mestrechten aan een andere landbouwer toe te wijzen. Met andere woorden: de M-percelen bestaan niet meer. Een ander gevolg hiervan is dat formulier 4 ook niet meer gebruikt kan worden.
Kortom: de landbouwer die de hoofdteelt verbouwt moet in kader van het Mestdecreet het volledige teeltplan aangeven (hoofdteelt, eventueel voor- en nateelt).
3. Conditionaliteit
In de conditionaliteit zijn vanaf 2025 ook enkele wijzigingen van toepassing. Zo zal je als landbouwer niet meer moeten voldoen aan de voorwaarde rond niet-productieve elementen en arealen. Deze conditionaliteit werd geschrapt.
Op vlak van gewasrotatie werd een grotere wijziging doorgevoerd. Zo zal je als landbouwer ofwel aan gewasrotatie ofwel aan gewasdiversificatie moeten voldoen. Heb je minder dan 10 ha bouwland? Dan ben je wel vrijgesteld van deze voorwaarde.
Voor meer informatie verwijzen we graag door naar ons artikel in verband met gewasrotatie.
4. Beschermingsstroken aanleggen volgens MAP7
Als landbouwer moet je afstandsregels langs waterlopen respecteren. Vanuit MAP7 werden hieromtrent nieuwe voorwaarden opgelegd, die integraal overgenomen zijn in de conditionaliteit van het GLB.
In 2025 moet je op een perceel met een nitraatgevoelige teelt die gelegen is naast een blauwe waterloop in gebiedstype 2 en 3 een beschermingsstrook van 5 meter aanleggen. Deze stroken zijn bovendien teelt-, bemestings- en pesticidevrij. Op alle andere percelen naast blauwe of roze waterlopen blijven de bestaande afstandsregels van toepassing.
5. Duurzame landbouwpraktijken
Met de invoering van MAP7 moet je als landbouwer geen verplicht doelareaal meer realiseren. De vanggewasverplichting wordt vervangen door de introductie van duurzame landbouwpraktijken. Dit houdt in dat er verscherpte bemestingsnormen worden toegepast, maar er door het toepassen van specifieke technieken een terugwinpercentage is per techniek. Je kan dus als landbouwer uit een onderbouwde lijst van technieken kiezen en dan worden de inspanningen à rato gewaardeerd. Deze technieken zal je per perceel moeten aanduiden in de verzamelaanvraag.
Let op!
Bij het niet-naleven van de gekozen techniek zal er een boete van 250 euro per ha zijn, waarop de goede landbouwpraktijk niet werd toegepast.
De basismaatregel in gebiedstype 1, 2 en 3 blijft wél behouden. Dit houdt in dat je als de oogst van de hoofdteelt gebeurde voor 31 augustus op een perceel, niet gelegen in zware kleigronden, ofwel een vanggewas voor 15 september moet ingezaaid worden ofwel een nateelt.
6. IPM-checklist: teeltrotatie maïs
In de nieuwe IPM-checklist is een extra voorwaarde opgenomen voor de teelt van maïs (silomaïs en korrelmaïs) als niveau 2 eis in 2026. Dit houdt in dat je maximaal 3 jaar na mekaar maïs kan telen op eenzelfde perceel. Een niveau 2 eis wil zeggen dat er nog enige vrije keuze is en dat je als teler op je bedrijf aan 80% van de niveau 2 eisen moet voldoen die op je bedrijf van toepassing zijn.
Deze voorwaarde van teeltrotatie maïs in de IPM-checklist is van toepassing voor alle landbouwers die aan IPM dienen te voldoen, ongeacht of ze GLB-premies ontvangen. De overige conditionaliteitsvoorwaarden van het GLB zitten niet langer vervat in de IPM-checklist.
Voor meer informatie verwijzen we graag door naar ons artikel in verband met IPM-checklist 2025.
Meer weten?
Heb je vragen? Aarzel dan niet om contact op te nemen met je SBB-kantoor of je SBB-consulent. Wij helpen je graag verder.