Luiquidatiereserve uitkeren: vanaf wanneer en hoe belast?

sluit popup

Beste klant,

Naar aanleiding van de verstrengde coronamaatregelen hebben wij onze dienstverlening opnieuw bijgestuurd.

  • Onze kantoren werken met gesloten deuren. Je kan enkel mits afspraak naar kantoor komen.
  • Onze medewerkers blijven steeds bereikbaar via telefoon, Teams of mail.
  • Indien je documenten wenst binnen te brengen, gebruik hiervoor maximaal onze brievenbussen of tijdens de kantooruren, de boxen die hier speciaal voor voorzien zijn. Deze worden dagelijks meermaals leeggemaakt.
  • Maak maximaal gebruik van ons digitaal platform sbbSLIM om documenten door te sturen. Indien je hier nog niet mee werkt, neem contact met ons kantoor via mail of telefoon. Hier helpen we je graag verder.
  • Indien het gaat om een essentieel klantenbezoek dat niet digitaal georganiseerd kan worden, is een fysieke afspraak wel toegestaan, mits het respecteren van de nodige veiligheidsmaatregelen. Heb je een afspraak op kantoor of bij jou ter plaatse, dan word je vooraf geïnformeerd door je dossierbeheerder over de te respecteren hygiëne- en afstandsregels.

Op de hoogte blijven van de laatste maatregelen voor ondernemingen omtrent het coronavirus? Check onze pagina www.sbb.be/corona-info voor meer informatie.

Gregory Henin
Fiscaal advies

De winsten van je vennootschap kan je jaarlijks uitkeren, maar dat is fiscaal niet zo interessant. Beter is om die als ‘liquidatiereserve’ te boeken op je balans. De reserve die je in het boekjaar 2020 hebt aangelegd, mag je in 2026 voor het eerst uitkeren aan 5% belasting. Dat is een pak voordeliger dan de 30% belasting op een gewoon dividend. Anders dan de naam doet vermoeden, hoef je je vennootschap niet eerst op te doeken.

Liquidatiereserve: wat is het? 

Net als bij een gewone reserve dient een liquidatiereserve als een soort van interne ‘spaarpot’ voor je kapitaal. Je kan de opgepotte gelden op elk moment aanwenden om dividenden uit te keren. Hierop word je tot tweemaal toe belast: 

  • een 1e keer bij de aanleg van de liquidatiereserve: je betaalt de gewone vennootschapsbelasting + een bijzondere aanslag van 10 % 
  • een 2e keer bij de uitkering van de liquidatiereserve: je draagt 20 %, 17 % of 5 % roerende voorheffing af, afhankelijk van het moment waarop je de reserve uitkeert. 

 

Vanaf wanneer mag je de liquidatiereserve uitkeren?

De eerste winst die je als een liquidatiereserve op de balans kon boeken was die van het aanslagjaar 2015 (inkomstenjaar 2014). Heb je voor dat jaar een reserve aangelegd, dan kan je die na 5 jaar uitkeren tegen het gunsttarief van 5%. Vanaf 1 januari 2020 dus als jouw boekjaar overeenstemt met het kalenderjaar.

De wachttermijn van 5 jaar start op de eerste dag die volgt op het boekjaar. De laatste dag van het boekjaar, de zogenaamde balansdatum, bepaalt dus de start van de wachttermijn. Keer je de liquidatiereserve vroeger uit, dan betaal je 17 % belastingen in plaats van 5 %. Opgelet, de liquidatiereserves die vanaf aanslagjaar 2018 zijn aangelegd en tijdens de wachttermijn van 5 jaar worden uitgekeerd, worden belast aan 20 % roerende voorheffing.

Dit overzicht maakt het duidelijk voor aanslagjaar 2021: 

Balansdatum 20% roerende voorheffing 5% roerende voorheffing Ontbinding/vereffening van de vennootschap
31 december 2020 Toekenning dividend t.e.m. 31 december 2025 Toekenning dividend vanaf 1 januari 2026 0 %, zelfs als je de vennootschap ontbindt tijdens de wachttermijn van 5 jaar
31 maart 2021 Toekenning dividend t.e.m. 31 maart 2026 Toekenning dividend vanaf 1 april 2026
30 juni 2021 Toekenning dividend t.e.m. 30 juni 2026 Toekenning dividend vanaf 1 juli 2026
30 september 2021 Toekenning dividend t.e.m. 30 september 2026 Toekenning dividend vanaf 1 oktober 2026

Stemt het boekjaar van je vennootschap overeen met het kalenderjaar, dan mag je de liquidatiereserve voor 2020 uitkeren vanaf 1 januari 2026. Eindigt het boekjaar op 30 juni 2021, dan mag je de reserve pas uitkeren vanaf 1 juli 2026.

Opgelet, indien je meerdere liquidatiereserves hebt aangelegd in jouw vennootschap, dan mag je niet kiezen welke liquidatiereserve je eerst uitkeert. De uitkering moet verplicht gebeuren volgens de FIFO-methode (first in, first out)

Dubbele uitkeringstest

Sinds 1 januari 2020 is de uitkering van het dividend onderworpen aan een dubbele uitkeringstest: de balanstest en de liquiditeitstest. Kort gezegd, je mag de liquidatiereserve enkel uitkeren als: 

  • de uitkering van het dividend niet tot gevolg heeft dat het netto-actief daalt onder een minimumgrens (balanstest).
  • de vennootschap haar opeisbare schulden kan blijven betalen gedurende minstens 12 maanden volgend op de uitkering (liquiditeitstest)

Beide testen zijn verplicht voor o.a. de besloten vennootschap (bv) maar niet voor de commanditaire vennootschap (CommV) en de vennootschap onder firma (vof). Welke vennootschapsvorm het best bij je zaak past kon je hier al lezen. Onze adviseurs begeleiden je graag bij de uitvoering ervan en het opmaken van de verslagen. 

Liquidatiereserves uitkeren aan 0%?

Dat kan! Zelfs tijdens de wachttermijn van 5 jaar. Dan moet je je vennootschap wel definitief stopzetten door die te ontbinden en te vereffenen.

Opgelet! Als je je vennootschap ontbindt louter om de liquidatiereserves uit te keren aan 0% en vervolgens richt je een nieuwe vennootschap op met exact dezelfde activiteit en dezelfde personen, dan wordt dit door de fiscus beschouwd als een fiscaal misbruik. Dat kan je dus maar beter vermijden.

 

Heb je vragen over de bovenstaande verplichtingen? Neem zeker contact op met een SBB-adviseur bij jou in de buurt. Hij of zij helpt je graag verder.