Het nieuwe ondernemingsrecht: wat zijn de gevolgen voor kmo’s en zelfstandigen?

Sofia Van Gerven
Zakelijk-juridisch advies

The bigger picture

Het opgefriste ondernemingsrecht kadert binnen een grootschalige hervorming van het economisch recht, die ook aanleiding gaf tot:

  • Een hervormd insolventierecht, geldig sinds 1 mei 2018.
  • Een grondig aangepast verenigingen- en vennootschapsrecht, dat er in 2019 komt. Wat deze hervorming voor je zaak in petto heeft, legt juridisch adviseur Sofie Libotton hier helder uit.

De 5 belangrijkste wijzigingen en hun gevolgen

1. Een ruimer ondernemingsbegrip

Beginnen doen we met de meest ingrijpende verandering: de verouderde term ‘handelaar’ werd afgeschaft en is vervangen door het bredere begrip ‘onderneming’. Worden vandaag als onderneming beschouwd:

  • Iedere natuurlijke persoon die een zelfstandige beroepsactiviteit uitoefent. Dus ook zaakvoerders, bestuurders en beoefenaars van een vrij beroep.
  • Iedere rechtspersoon, waaronder vzw’s en stichtingen. Publiekrechtelijke rechtspersonen die geen goederen of diensten aanbieden, de staat en haar diensten vallen hierbuiten.
  • Iedere andere organisatie zonder rechtspersoonlijkheid, tenzij ze niet aan winstuitkering doet of dat beoogt te doen. De maatschap is dus ook een onderneming, feitelijke verenigingen zonder uitkeringsoogmerk blijven buiten schot.

2. Enter de ‘ondernemingsrechtbank’

De rechtbank van koophandel heet voortaan de ‘ondernemingsrechtbank’: ze is bevoegd voor geschillen tussen ondernemingen, maar mag ook uitspraken doen over discussies rond de transacties van aandelen of lidmaatschappen. Vroeger waren vrije beroepers, landbouwers en vzw’s aangewezen op de rechtbank van eerste aanleg. Nu kunnen ook zij bij de ondernemingsrechtbank terecht.

3. Een voorsmaakje van het nieuwe vennootschapsrecht

Hoewel de hervorming van het vennootschapsrecht pas plaatsvindt in 2019, zijn er al enkele wijzigingen doorgevoerd. Zo moest je vroeger voor burgerlijke activiteiten (bv. een samenwerking tussen twee advocaten) een juridische vorm kiezen uit het burgerlijk wetboek (bv. de maatschap). Voor commerciële activiteiten moest dat een juridische vorm zijn uit het Wetboek van Koophandel (bv. een nv of comm.v).

Wie voortaan een vennootschap opricht, heeft de keuze uit alle vormen: het onderscheid tussen commerciële en burgerlijke vennootschappen bestaat niet meer. Bijgevolg spreken we ook niet langer over tijdelijke en stille handelsvennootschappen, maar gewoon tijdelijke en stille vennootschappen.

4. In lijn met het insolventierecht

Het vernieuwde ondernemingsrecht leunt nu ook meer aan bij het reeds aangepaste insolventierecht, van kracht sinds 1 mei 2018. Er zijn meer maatregels om ondernemers een tweede kans te gunnen en ook de bestuurdersaansprakelijkheid werd uitgebreid. In deze blogpost lees je meer over de gevolgen van het nieuwe insolventierecht.

5. Nieuwe verplichtingen voor de burgerlijke maatschap

De burgerlijke maatschap is gegeerd voor de familiale vermogensplanning: hiermee kan je immers je vermogen fiscaal voordelig aan volgende generaties doorgeven. Tot voor kort was deze structuur ook aan weinig regels onderworpen, maar sinds 1 november 2018 wordt de burgerlijke maatschap ook als onderneming beschouwd. Daardoor komen er twee belangrijke verplichtingen bij:

  • Inschrijving in de KBO: maatschappen opgericht vóór 1 november 2018 hebben tot 30 april 2019 om zich in de KBO in te schrijven. Wie dit niet doet, riskeert een boete tot 10.000 euro.
  • Boekhoudplicht: met een jaaromzet lager dan 500.000 euro (exclusief btw) mag je een vereenvoudigde boekhouding voeren. Ligt die hoger, dan is een dubbele boekhouding verplicht. Je boekhouddocumenten moet je minstens 7 jaar bijhouden, de neerlegging of publicatie van een jaarrekening is niet nodig.

Overgangsperiode

Bestond je maatschap al vóór 1 november 2018, dan geldt je boekhoudplicht vanaf het eerste volledige boekjaar na 1 mei 2019. Voorbeeld: een maatschap opgericht vóór 1 november 2018, waarvan het boekjaar start op 1 januari 2019, heeft pas een boekhoudplicht vanaf 1 januari 2020.

 

Benieuwd welke impact deze nieuwe wetgeving heeft op je zaak? Je persoonlijke SBB-adviseur bekijkt het graag samen met jou.