Generatieve AI als juridisch hulpmiddel, maar ook niet meer dan dat
Generatieve AI-toepassingen, zoals de alom bekende Copilot en ChatGPT, raken vandaag de dag meer en meer ingeburgerd. Terecht, want zij kunnen voor heel wat efficiëntiewinst zorgen. Een snelle data-analyse, de opmaak van presentaties, het opstellen en beheren van e-mails, het organiseren en notuleren van vergaderingen… De voorbeelden zijn talloos. Talloos, maar – ook al gaat dit in tegen de perceptie van velen – niet eindeloos. Je begeeft je echt wel op glad ijs als je bijvoorbeeld verwacht dat deze tools solide contracten of adequate juridische documenten kunnen opstellen. ChatGPT of Copilot is geen alternatief voor een jurist.
De verleiding om generatieve AI-toepassingen te gebruiken om juridische documenten op te stellen, is voor sommigen groot. Dit is echter een vergissing. Generatieve AI is een taalmodel. Het analyseert de vraagstelling en zoekt tekstfragmenten die statistisch gezien vaak in verband worden gebracht met de gestelde vraag. Maar noch Copilot, noch ChatGPT zijn juridische databases. Ze zijn zelfs met de beste wil van de wereld niet te vergelijken met een ervaren jurist. Geen enkele tool kijkt naar de kwaliteit van een bron of gaat na of de bron nog wel actueel en relevant is. Wat generatieve AI als oplossing aanreikt zou wel eens bijzonder gedateerd kunnen zijn, ongenuanceerd, onvolledig of zelfs ronduit fout. De tools doorzoeken in principe het hele Internet. In België staat niet alle rechtspraak online, verre van zelfs, om nog maar te zwijgen over de kwaliteit van de Belgische ‘rechtsleer’ die je gratis op het internet kan vinden.
Is AI daarmee een doodgeboren kind in juridische kringen? In geen geval. AI wordt nu al gebruikt in juridische databanken om zoekopdrachten binnen beperkte en kwalitatieve bibliotheken aan te sturen. Voor juristen is het dus een nuttig instrument, omdat AI de essentie kan filteren, en omdat je binnen een betrouwbare en begrensde omgeving op zoek gaat. AI kan ook meer efficiëntie brengen in documentbeheer. AI-aangedreven tools, zoals Clausebase, kunnen snel grote hoeveelheden juridische clausules oproepen en vergelijken, wat dan de juiste clausule kan opleveren voor een specifiek contract. Met AI kunnen juristen zich ook voorzichtig wagen aan ‘voorspellingen’ om de uitkomst van een procedure in te schatten. AI biedt dus kansen en is een hulpmiddel, maar het blijft een instrument waarbij de jurist in elk geval de touwtjes in handen moet houden.
En dat is net de valkuil. Blind vertrouwen op AI kan niemand, zeker de jurist niet. In New York vond advocaat Steven Schwartz het in een geding nuttig om ChatGPT vragen te stellen over precedenten die hem konden helpen in zijn rechtszaak tegen een luchtvaartmaatschappij. ChatGPT gaf hem munitie en zelfverzekerd trok hij ermee naar de rechtbank. Hij had echter niet beseft dat ChatGPT de precedenten had verzonnen. Schwartz ging – omdat hij blindelings op AI vertrouwde en zijn bronnen niet had gecontroleerd – compleet de mist in.
Generatieve AI is dus een hulpmiddel, maar ook niet meer dan dat. Nooit zal dergelijke tool de ervaren jurist kunnen vervangen. Diepgaand juridisch analyseren kunnen AI-toepassingen niet. Dat geeft Copilot trouwens zelf toe. Als je vraagt “Kan artificiële intelligentie een jurist vervangen?”, dan antwoordt Copilot: “Het is een interessante vraag of artificiële intelligentie (AI) een jurist kan vervangen. AI kan de menselijke creativiteit en het oordeelkundig gebruik van juridische kennis niet volledig vervangen. Juristen blijven noodzakelijk om de output van AI te verifiëren en te interpreteren.”
AI zorgt dus wel voor efficiëntiewinst, maar erkent zelf – terecht – zijn beperkingen. En vanuit die invalshoek moet het ook gebruikt worden door eenieder die met generatieve AI problemen wil aanpakken: als hulpmiddel, niet als oplossing.