Geld lenen aan uw vennootschap: wat zijn de fiscale gevolgen?

Gregory Henin

Om extra kapitaal in uw zaak te injecteren, kunt u als bedrijfsleider zelf geld lenen aan uw vennootschap. Waar moet u zoal op letten?

Heeft uw vennootschap extra financiering nodig, dan zijn er uiteenlopende opties: aankloppen bij een bank, investeerders zoeken, een kapitaalverhoging, enzovoort. Maar u kunt als vennoot ook zelf privégeld lenen aan uw zaak. Dat u dan slechts 30% roerende voorheffing betaalt op de interesten die uw vennootschap u terugbetaalt, is een duidelijk voordeel. Al moet u wel rekening houden met enkele fiscale valkuilen.

Uiteraard hebt u goede redenen voor uw lening, en zal u uw lening niet gratis verstrekken. Hoeveel rente u mag vragen aan uw vennootschap, hangt echter af van enkele parameters: de financiële situatie van uw zaak, het al dan niet achtergesteld zijn van de lening, enzovoort.

Rente-inkomsten of dividenden?

Interesten die u ontvangt, zijn roerende inkomsten belast aan 30%. In de regel wordt die belasting ingehouden door uw vennootschap door de zogenoemde roerende voorheffing. Die is ‘bevrijdend’: u hoeft de interesten niet meer aan te geven in uw aangifte van de personenbelasting. Voor uw vennootschap zijn de interestbetalingen aftrekbare kosten.

Die voordelen verdwijnen echter gedeeltelijk als de fiscus uw rente-inkomsten ‘herkwalificeert’ als dividenden. Ook hierop bedraagt de roerende voorheffing 30%, maar dividenden zijn geen aftrekbare beroepskosten. In dat geval zal uw zaak dus meer vennootschapsbelasting moeten betalen.

Wanneer vindt een herkwalificatie plaats?

Een herkwalificatie kan alleen onder bepaalde voorwaarden. Ten eerste moet de lening komen van u als aandeelhouder of bedrijfsleider 1ste categorie (bestuurder of zaakvoerder), of van uw echtgeno(o)t(e), wettelijk samenwonende partner of minderjarig kind. Daarnaast moet het gaan om een ‘overdreven’ lening of interestvoet. Dat kan in twee gevallen:

  1. Het tarief van de gestorte interesten overschrijdt de op de markt toegepaste rentevoeten.
  2. Het totale leenbedrag is hoger dan de belaste reserves aan het begin van het boekjaar, plus het gestort kapitaal aan het einde van het boekjaar.

Een voorbeeld: gedeeltelijke herkwalificatie

Uw vennootschap heeft bij het begin van het boekjaar € 8.000 aan belaste reserves, en op het einde van het boekjaar een werkelijk gestort kapitaal van € 24.000. Als vennoot staat u een voorschot toe van € 48.000, aan een rente van 6%. Die rente ligt 2% boven de gangbare marktrente van 4%. Reden genoeg voor de fiscus om een deel van uw inkomsten te herkwalificeren. Dat gaat als volgt: 

Eerste grens: € 48.000 x 2% = € 960 boven de marktrente. 

Tweede grens: (€ 48.000 – € 32.000) x 4% marktrente = € 640 boven het totale leenbedrag. 

Totaal: € 1.600 aan interesten zal in een dividend worden geherkwalificeerd.

Speciaal geval: meerdere bedrijfsleiders lenen

Lenen meerdere bedrijfsleiders geld aan de vennootschap, dan is het de som van alle voorschotten die in aanmerking komt voor de tweede grens. Een voorbeeld: uw vennootschap heeft bij het begin van het boekjaar € 14.000 aan belaste reserves, en op het einde van het boekjaar een werkelijk gestort kapitaal van € 24.000. Vennoot A geeft een voorschot van € 26.000 en vennoot B van € 20.000. De rente van 12% ligt 2% boven de marktrente van 10%.

Eerste grens:

  • Vennoot A: € 26.000 x 2% = € 520 boven de marktrente.
  • Vennoot B: € 20.000 x 2% = € 400 boven de marktrente.
  • Totaal: € 920 boven de marktrente

Tweede grens: (€ 46.000 – € 38.000) x 10% marktrente = € 800 aan interesten zal in een dividend worden geherkwalificeerd. Dit dividend zal vervolgens proportioneel verdeeld worden over de ontleners.

Met andere woorden, het gedeelte van de interesten dat geherkwalificeerd wordt tot een dividend bedraagt dus 1.720 euro en is geen aftrekbare kost voor de vennootschap. De herkwalificatie heeft dus tot gevolg dat uw vennootschap meer vennootschapsbelasting zal moeten betalen.

Heeft uw zaak extra kapitaal nodig en overweegt u een lening? Neem geen risico’s en schakel een SBB-adviseur in. Wij helpen u graag verder.