De patrimoniumtaks voor vzw’s: een actuele stand van zaken
Elk jaar moet je vzw in principe een zogenaamde patrimoniumtaks betalen. Hoe hoog is die taks, hoe wordt hij precies berekend en wat komt er allemaal bij kijken?
De patrimoniumtaks in een notendop
Het tarief van de taks is progressief en varieert van 0,15% tot 0,45%, afhankelijk van de omvang van het vermogen van je vereniging. Bedraagt haar vermogen minder dan 50.000 euro, dan moet ze de taks niet betalen en ook geen aangifte indienen. De taks wordt berekend op de verkoopwaarde van het totale vermogen van je vereniging, met uitzondering van de normale werkingsmiddelen. De bezittingen van bepaalde vzw’s die actief zijn in de zorg-, sport-, onderwijs- en cultuursector zijn voor 62,3% vrijgesteld van de patrimoniumtaks. Deze gedeeltelijke vrijstelling komt te vervallen voor aangiftes vanaf 2027, tenzij de wetgever alsnog een nieuwe vrijstellingsregeling uitwerkt.
Wat is de patrimoniumtaks?
De patrimoniumtaks is een belasting die jaarlijks geheven wordt op het vermogen van vzw’s en private stichtingen ter compensatie van de successierechten. Hun vermogen ontsnapt immers aan de successierechten aangezien ze niet kunnen ‘overlijden’. Om dat gebrek aan successierechten te compenseren, moet elke vereniging jaarlijks de patrimoniumtaks betalen op haar bezittingen.
De patrimoniumtaks is in principe op alle vzw’s van toepassing (zie evenwel verder).
Progressief tarief zoals voor de erfbelasting
De patrimoniumtaks is progressief: hoe groter het vermogen van de vereniging, hoe hoger de patrimoniumtaks (ter info: vroeger gold een vlak tarief van 0,17%, ongeacht de omvang van het vermogen). Hierdoor zullen vzw’s met een klein patrimonium minder taks betalen en vzw’s met een groter patrimonium meer.
Het tarief bedraagt:
| Op de schijf van | Tarief |
|---|---|
| 50.000,01 – 250.000 | 0,15% |
| 250.000,01 – 500.000 | 0,30% |
| > 500.000 | 0,45% |
De eerste schijf van 50.000 euro is vrijgesteld. Blijft het vermogen van je vereniging met andere woorden onder deze grens, dan hoeft ze geen aangifte in te dienen en geen taks te betalen.
Waarop wordt de patrimoniumtaks berekend?
Je vereniging wordt belast op de waarde van al haar bezittingen (haar totale vermogen dus). Concreet gaat het om haar roerende en onroerende goederen (en de zakelijke rechten daarop zoals een opstal- of erfpachtrecht), geldbeleggingen, termijnrekeningen, enz.
Dat vermogen wordt gewaardeerd volgens de verkoopwaarde op 1 januari van het jaar waarin de taks betaald moet worden.
Tip. Met zichtrekeningen en kasgelden hoef je geen rekening te houden, op voorwaarde dat het om ‘werkingsmiddelen’ gaat. Dat zijn de budgetten die je gedurende het volgende jaar nodig hebt om je vereniging te laten draaien. Ook met het kapitaal op de spaarrekening van je vereniging dat je voor de dagelijkse werking gebruikt in het volgende jaar, hoef je geen rekening te houden bij de patrimoniumaangifte.
Voor de berekening van de patrimoniumtaks mag je van (de verkoopwaarde van) dit vermogen geen kosten in mindering brengen. De enige bedragen die je in mindering mag brengen zijn:
- Nog niet betaalde termijnen van een hypothecaire lening mits de hypotheek gevestigd is op goederen van de vzw en ze minstens 50% van de hoofdsom van de lening waarborgt;
- Nog te betalen bedragen aan bijzondere legatarissen ingeval de vzw algemeen legataris is van een erfenis.
Is je vereniging in een welbepaalde sector actief of geniet ze een specifieke erkenning, dan wordt de waarde van haar bezittingen gedeeltelijk vrijgesteld, (voorlopig?) tot en met de aangifte van 2026 (zie verder).
Let op! Ook onroerende goederen gelegen in het buitenland zijn onderworpen aan de taks. Het gaat om gronden en gebouwen waarvan je vereniging eigenaar is of waarop ze een zakelijk gebruiksrecht heeft.
Tip. Betaalt je vereniging in het buitenland op die goederen een soortgelijke taks? Dan kan je deze met de Belgische patrimoniumtaks verrekenen (lees: in mindering brengen).
Gedeeltelijke vrijstelling voor bepaalde verenigingen
De bezittingen van bepaalde vzw’s die actief zijn in de zorg-, sport-, onderwijs- en cultuursector zijn voor 62,3% vrijgesteld van de patrimoniumtaks. De hoofdactiviteit of de aanwending van het vermogen bepaalt of de vzw van deze gedeeltelijke vrijstelling kan genieten.
Deze gedeeltelijke vrijstelling geldt ook voor vzw’s met een erkenning als maatwerkbedrijven, medische huizen, dierenasielen en centra voor private archieven. De erkenning of de aanwending van het vermogen bepaalt of de vzw voor de vrijstelling in aanmerking komt.
Het Grondwettelijk Hof heeft echter deze regeling voor gedeeltelijke vrijstelling vernietigd en in een overgangsperiode voorzien. Aangiftes voor 2026 kunnen op die manier nog gebruik maken van de gedeeltelijke vrijstelling, daarna zal deze niet meer toegepast kunnen worden. Tenzij de regering de wetgeving aanpast tegen eind 2026.
Aangifte
Je vereniging moet de jaarlijkse aangifte voor de patrimoniumtaks uiterlijk op 31 maart indienen bij het bevoegde Kantoor Rechtszekerheid (het vroegere registratiekantoor).
De aangifte moet elektronisch via MyMinfin ingediend worden. Is dat niet mogelijk, dan kan ze ook op papier ingediend worden.
De verschuldigde taks moet ook uiterlijk op deze datum (vóór 12u) betaald worden.
Meer weten?
Raadpleeg je SBB-adviseur om je bij te staan bij de opmaak van de jaarlijkse aangifte voor de patrimoniumtaks en om na te gaan of je vereniging recht heeft op de gedeeltelijke vrijstelling van de taks.