‘Code van Goede Prakijk’ geeft richtlijnen voor vul- en spoelplaatsen en watercaptatiepunten
Sproei je als land- of tuinbouwer zelf gewasbeschermingsmiddelen, dan is het belangrijk te voorkomen dat restanten van deze stoffen in het oppervlaktewater en het grondwater terechtkomen. Daarom stelde het Agentschap Landbouw en Zeevisserij een ‘Code van Goede Praktijk’ op met richtlijnen om via aangepaste infrastructuur en correct gebruik van gewasbeschermingsmiddelen de waterkwaliteit te verbeteren. Wat moet je daarover weten?
De essentie van de Code van Goede Praktijk
De ‘Code Goede Praktijk’ heeft betrekking op
- de aanleg van vul- en spoelplaatsen voor spuittoestellen;
- de inrichting van watercaptatiepunten;
- en biedt land- en tuinbouwers duidelijke richtlijnen om via aangepaste infrastructuur en correct gebruik van gewasbeschermingsmiddelen de waterkwaliteit te verbeteren.
Waarom nieuwe richtlijnen voor de omgang met gewasbeschermingsmiddelen?
Mede onder druk van Europa staat de Vlaamse land- en tuinbouwsector voor de uitdaging om op korte termijn de emissie van gewasbeschermingsmiddelen naar oppervlakte- en grondwater in de mate van het mogelijke uit te sluiten. Puntvervuiling met gewasbeschermingsmiddelen is immers de belangrijkste oorzaak van verontreinigingen met chemische stoffen in de land- en tuinbouwsector in Vlaanderen.
Daarom heeft het Agentschap Landbouw en Zeevisserij, in samenwerking met het Departement Omgeving, OVAM en VMM en met medewerking van Inagro, pcfruit, Viaverda en ILVO duidelijke richtlijnen opgesteld over de aanleg van een vul- en spoelplaats en een watercaptatiepunt. Die richtlijnen werden gebundeld in een nieuwe ‘Code van Goede Praktijk’.
Wat houdt de ‘Code van Goede Praktijk’ precies in?
De Code wil vooral puntvervuiling tegengaan. Puntvervuiling ontstaat op een specifieke, aanwijsbare plaats, zoals het erf van een landbouwbedrijf. Het gaat meestal om een relatief kleine hoeveelheid vloeistof met een zeer hoge concentratie aan middelen, bijvoorbeeld door te morsen met vloeistof tijdens het vullen van het spuittoestel, het reinigen van de machine op een ongeschikte ondergrond of lekkage bij de opslag of bij het transport naar het veld.
Als een gevolg van dergelijke incidenten kunnen gewasbeschermingsmiddelen insijpelen in de bodem of in waterlopen en rioleringen terechtkomen. Doordat de concentraties op die ene plek zo hoog zijn, kan een kleine fout al leiden tot een sterke overschrijding van de toegelaten normen in nabijgelegen waterlopen.
De ‘Code Goede Praktijk’ voor vul- en spoelplaatsen van spuittoestellen en watercaptatiepunten wil land- en tuinbouwers duidelijke richtlijnen bieden voor de aanleg van aangepaste infrastructuur om deze problemen te voorkomen.
Door een correct ingerichte vul- en spoelplaats of watercaptatiepunt te gebruiken, minimaliseer je het risico op verontreiniging. De code voorziet vier types van inrichtingen:
- Overdekte vul- en spoelplaatsen (met of zonder verwerking van restvloeistoffen)
- Niet-overdekte vul- en spoelplaatsen (met of zonder verwerking van restvloeistoffen)
- Een spoelplaats (voor beschutte of open teelten)
- Een watercaptatiepunt
Een overdekte locatie biedt het voordeel dat regenwater niet verontreinigd raakt en de ruimte als stalling voor het spuittoestel kan dienen. Bij een niet-overdekte vul- en spoelplaats moet regenwater opgevangen en verwerkt worden als bedrijfsafvalwater.
Voor welk type van inrichting je het beste kiest en wat je dus waar mag doen, hangt af van de concrete omstandigheden: hoe werk je in de praktijk precies en over welke uitrusting beschik je?
Wat is waar toegelaten?
| Waar? | Water vullen | GBM vullen | Intern reinigen | Extern reinigen |
|---|---|---|---|---|
| Te behandelen veld | Ja | Ja | Ja | Ja |
| Overdekte vul- en spoelplaats | Ja | Ja | Ja | Ja |
| Niet-overdekte vul- en spoelplaats | Ja | Ja | Ja | Ja |
| Spoelplaats | Nee | Nee | Ja | Nee |
| Watercaptatiepunt | Ja | Nee (tenzij via speciaal systeem) | Nee | Nee |
Belangrijke regels en afstandsvoorwaarden
De Code legt ook een aantal regels vast die je moet respecteren, zoals de aanbevolen minimale afstanden tot de openbare weg, oppervlaktewater, grondwaterwinningspunt, luchtinlaat van stallen, rioolaansluitingen, bewoning op het bedrijf, bewoning van derden, enz.
Let op! Bij de aanleg van de installatie moet je ook rekening houden met de milieuvoorwaarden van het VLAREM en dus mogelijk een omgevingsvergunning aanvragen (milieukundig en stedenbouwkundig luik).
Meer informatie over het voor jou meest geschikte type van installatie vind je hier.
Tips
- Voor de aanleg van een vul- en spoelplaats kan je VLIF-steun krijgen. Als je dat met de aanleg van een zuiveringssysteem combineert, kan je gebruik maken van de IPM-claim.
- Via pcfruit, Viaverda en Inagro kan je ook advies specifiek op maat van jouw land- of tuinbouwbedrijf krijgen via de kennisportefeuille.