Bijlageplicht bij huur en zakelijk gebruiksrecht op vastgoed

Wil je als huurder of houder van een zakelijk gebruiksrecht de betaalde of toegekende vergoedingen fiscaal in aftrek brengen, dan moet je vanaf aanslagjaar 2024 een nieuw verplichte bijlage toevoegen aan jouw aangifte in de inkomstenbelasting.

Waarom is dit belangrijk?

Voeg je geen bijlage toe aan jouw aangifte, dan is jouw aangifte onvolledig en zijn deze vergoedingen niet aftrekbaar. Besteed hier dus zeker de nodige aandacht aan. SBB kan je hierin bijstaan.

Voor wie is deze bijlage verplicht?

Deze bijlage is verplicht voor huurders of houders van een zakelijk gebruiksrecht (namelijk recht van erfpacht, opstal of vruchtgebruik en erfdienstbaarheid), meer specifiek natuurlijke personen die de vergoedingen aftrekken als werkelijke beroepskost, vennootschappen en vzw’s. Dus ook wanneer jouw vennootschap een kantoorruimte in jouw privéwoning huurt, moet ze een bijlage opmaken om deze huur in aftrek kunnen te nemen.

Let op. Trek je als natuurlijk persoon deze vergoedingen niet af in jouw werkelijke beroepskosten, dan hoef je dus geen bijlage toe te voegen aan jouw aangifte. In tegenstelling tot vennootschappen en vzw’s die een bijlageplicht hebben ongeacht of de vergoeding in de kosten wordt afgetrokken. 

Onder deze vergoedingen verstaan we de eigenlijke (huur)vergoedingen alsook de voordelen toegekend aan de verhuurder of verlener van het zakelijk gebruiksrecht. Denk bijvoorbeeld aan de onroerend voorheffing die je als huurder ten laste neemt.

Uitzonderingen

Op deze bijlageplicht gelden twee uitzonderingen:

  1. Beschik je over een btw-factuur of document opgesteld voor btw, dan hoef je geen bijlage op te maken.
  2. Betreft het een privéverhuur met een kosteloze registratie van de woninghuurovereenkomst, dan zijn de huurvergoedingen vanaf aanslagjaar 2024 niet langer aftrekbaar bij de huurder. Dit om te vermijden dat je als natuurlijk persoon-verhuurder op de werkelijk huur (in plaats van het kadastraal inkomen) wordt belast wanneer de huurder de woning (gedeeltelijk) gebruikt voor het uitoefenen van zijn beroepswerkzaamheid. Hiervoor moet je dus geen bijlage opmaken. Stel je daarentegen deze woning ter beschikking aan een werknemer of bedrijfsleider, dan zijn de huurvergoedingen wel aftrekbaar maar moet je dus ook een bijlage toevoegen aan jouw aangifte.

Hoe maak je deze bijlage op?

Hiervoor gebruik je het modelformulier 207 MLH.

Deze bijlage moet je per onroerend goed opmaken, ook indien de vergoedingen betrekking hebben op meerdere onroerende goederen en/of huurovereenkomsten. Eén uitzondering: verschillende gronden waarvoor je één globale vergoeding betaalt, mag je in één bijlage opnemen.

Je moet de volgende gegevens vermelden in de bijlage:

  • jouw identificatiegegevens als huurder of houder van het zakelijk gebruiksrecht (naam, adres en rijksregisternummer),
  • de identificatiegegevens van de huurder of verlener van het zakelijk gebruiksrecht (naam, adres en rijksregisternummer of KBO-nummer voor rechtspersonen),
  • het adres van het onroerend goed, én
  • de betaalde of toegekende vergoedingen alsook de vergoedingen die als (werkelijke) beroepskosten zijn ingebracht.

Weetje. De wetgever geeft uitdrukkelijk de toestemming om het rijksregisternummer van de natuurlijke personen op te vragen en te gebruiken.