Aanpassing VLIF-reglementering
Voor VLIF steun- en betalingsaanvragen zal de maximale steun vanaf april 2026 afgetopt worden op het factuurbedrag. Bijkomend zal de gesubsidieerde investering tot 5 jaar na de uitbetaling van de steun in gebruik moeten blijven bij een actieve landbouwer.
De Vlaamse regering heeft recent haar principiële goedkeuring gegeven aan een wijziging binnen de VLIF-reglementering. Als deze beslissing definitief wordt goedgekeurd, resulteert dit in twee belangrijke aanpassingen.
1. Aanpassing van het steunbedrag
Sinds 2023 werkt het VLIF voor de meeste subsidiabele investeringen met een “vereenvoudigde kostenoptie”, ook wel “normbedrag” genoemd. Concreet komt het erop neer dat het steunpercentage niet wordt toegekend op basis van het bedrag dat je als landbouwer investeert, maar wel op basis van een door het VLIF vastgesteld gemiddeld investeringsbedrag. Op die manier krijg je steun op basis van een marktconform bedrag. Investeer je dus in het neusje van de zalm, dan zal je hiervoor niet méér steun krijgen dan iemand die investeert in een basisversie.
Uitzonderlijk doet zich ook het omgekeerde voor. Een landbouwer die zeer goedkoop investeert, krijgt eveneens steun op basis van het (in dit geval) hogere normbedrag. Zo kan hij méér steun ontvangen dan wat hij in realiteit heeft geïnvesteerd … Deze anomalie wordt nu aangepakt. Vanaf april 2026 zal je, mits definitieve goedkeuring van het decreet, nooit méér steun kunnen ontvangen dan je effectief hebt betaald.
2. Aanpassing van de voorwaarden
Ook de voorwaarden waaraan je als landbouwer moet voldoen na de uitbetaling van de steun worden aangepast. De huidige regelgeving stelt: “Tot vijf jaar nadat de steun is uitbetaald, blijft het goed verbonden aan het bedrijf dat de steun heeft verkregen of de overnemer van dat bedrijf.”
Volgens de nieuwe regelgeving zal de begunstigde of de overnemer eveneens moeten voldoen aan de voorwaarden van “actieve landbouwer”. Concreet betekent dit dat een landbouwer onder de oude regelgeving na het ontvangen van zijn steun op pensioen kon gaan en de ontvangen VLIF-steun mocht behouden. In de toekomst zal een landbouwer die op pensioen gaat en daardoor niet meer voldoet aan de definitie van “actieve landbouwer”, de ontvangen VLIF-steun pro rata moeten terugbetalen.
Meer weten?
Wens je meer info over bovenstaande, aarzel dan niet om contact op te nemen met een SBB-adviseur.