Aandachtspunten voor beschermingsstroken langs VHA-waterlopen in het najaar

Vanaf 2026 werden de regels rond beschermingsstroken langs VHA-waterlopen strenger. Zo moet er naast elke VHA-waterloop een beschermingsstrook van 3 of 5 meter liggen, afhankelijk van gebiedstype, ligging en teelt. In dit artikel lichten we graag nog enkele aandachtspunten voor het najaar toe. 

Denk tijdig vooruit

De regels rond beschermingsstroken zorgen vaak voor vragen. Zo is het mogelijk om op percelen in gebiedstype 2 of 3 van 3 naar 5 meter beschermingsstrook (of omgekeerd) te gaan. Dit is niet altijd evident. Maak het jezelf daarom niet te moeilijk.

Enkele kernprincipes: 

- Een perceel in groene bestemming of SBZ-H: beschermingsstrook altijd 5 meter (ongeacht de teelt)
- Een perceel in gebiedstype 0 of 1: beschermingsstrook van 3 meter (ongeacht de teelt)
- Een perceel in gebiedstype 2 of 3: 
     > Als het een nitraatgevoelige teelt is dan beschermingsstrook van 5 meter
     > Als een niet-nitraatgevoelige teelt, dan beschermingsstrook van 3 meter 

In gebiedstype 2 en 3 kan het dus gebeuren dat een perceel van een beschermingsstrook van 3 meter naar 5 meter gaat, of omgekeerd. Maar let op, er hangen regels aan vast wanneer je de omschakeling kan maken. 

Opgepast! In 2027 zullen de gebiedstypes veranderen. Dit heeft ook een effect op de breedte van de beschermingsstroken die je dient te voorzien. 
 

Basisprincipes

1. De hoofdteelt bepaalt de breedte van de beschermingsstrook
De breedte van de beschermingsstrook wordt bepaald door de hoofdteelt en niet door een tussen-, voor- of nateelt.

2. De breedte geldt voor het volledige teeltjaar
Tussenteelten, nateelten of voorteelten veranderen daar niets aan. De hoofdteelt blijft het uitgangspunt en dat voor het hele jaar.

3. Eén januari is een belangrijke sleuteldatum
Vanaf 1 januari moet het perceel voldoen aan de voorwaarden die horen bij de hoofdteelt van het nieuwe jaar. Dat betekent dat je bij de inzaai van een voorteelt of overwinterende nateelt best al rekening houdt met de hoofdteelt die daarna op het perceel komt.

Uitzondering: Overwinterende nateelt
  • Wordt de overwinterende nateelt geen hoofdteelt in het volgende jaar? Dan blijft de breedte van de beschermingsstrook bepaald door de hoofdteelt van dit jaar. 
  • Wordt de overwinterende nateelt wel de hoofdteelt van het volgende jaar? Dan moet de beschermingsstrook voldoen aan de voorwaarden die horen bij die hoofdteelt van de overwinterende nateelt.

Voorbeeld 1: 

Wintertarwe wordt in het najaar van 2026 ingezaaid als hoofdteelt voor 2027 op een perceel in gebiedstype 2 of 3. In dat geval mag bij de inzaai al rekening gehouden worden met de beschermingsstrook die hoort bij de hoofdteelt van 2027. Je kan dus dan de breedte verkleinen naar 3 meter, indien je dit wil. (Dit is geen verplichting).

Voorbeeld 2: 

Een groenbedekker wordt in najaar van 2026 ingezaaid. In 2027 zullen aardappelen als hoofdteelt op het perceel in gebiedstype 2 of 3 komen. Bij de grondwerkzaamheden in het voorjaar dien je ten laatste je beschermingsstrook te verbreden van 3 naar 5 meter. Van zodra de voorbereidende grondwerkzaamheden starten correcte beschermingsstrook aanwezig te zijn.

Weet je al welke hoofdteelt er in 2027 komt?

Controleer dan nu al of de beschermingsstrook moet worden aangepast. Weet je het nog niet zeker, versmal de bestaande strook dan nog niet. Zo vermijd je problemen vanaf 1 januari.

Amelie Grammen
Amelie Grammen
landbouwadviseur
  • Sectorspecifiek advies voor land- en tuinbouwers

    Land- of tuinbouw is een roeping: je bedrijf is je leven en je bent een specialist in je vak. Laat de snel evoluerende regelgeving en de vele administratieve verplichtingen daar vooral geen domper op zetten. Reken ervoor op onze sectorspecialisten – ze kennen je noden en uitdagingen.

Gerelateerde blogs

Benieuwd hoe we samen je bedrijf vooruit stuwen?

Maak – volledig vrijblijvend – een afspraak voor een eerste gesprek met onze agro bedrijfsadviseur.