Selecteer uw kantoor uit onderstaande lijst

Op basis van uw locatie selecteerden wij ons kantoor in . Wijzigen? Zoek SBB-kantoor.

Het minimumloon voor bedrijfsleiders: de 45.000 euro-regel in de praktijk

30 jan 18 Door Gregory Henin

Kmo-vennootschappen betalen sinds 2018 slechts 20,4% vennootschapsbelasting op hun eerste schijf van 100.000 euro winst. Dat is onmiskenbaar een positieve uitkomst van het Zomerakkoord. Maar er ligt ook een adder onder het gras: om van dit verlaagd tarief te kunnen profiteren, moeten bedrijfsleiders een minimumloon ontvangen van 45.000 euro bruto.

Voor kmo’s betekent de vennootschapsbelasting vanaf 2018 een stevige fiscale korting. Daardoor wordt het echter voor eenmanszaken een stukje aantrekkelijker om de stap naar een vennootschap te zetten. Om te vermijden dat zelfstandigen massaal vennootschappen zouden oprichten, besliste de regering om de drempel daarvoor iets te verhogen.

Voor wie geldt deze minimale bezoldiging?

Alle vennootschappen moeten in de regel aan minstens één bedrijfsleider natuurlijke persoon een minimale bezoldiging toekennen. Al zijn er twee grote uitzonderingen. Een bezoldiging lager dan 45.000 euro mag, op voorwaarde dat:

  1. Het loon minstens gelijk is aan de belastbare vennootschapswinst.
  2. Het om een startende onderneming gaat (= minder dan 4 jaar oud).

Starters kunnen dus tot 4 jaar lang vrijgesteld worden van dit minimumloon.

Wat als …?

Keert u zichzelf of andere bedrijfsleiders geen minimumloon uit, dan volgt er een dubbele sanctie:

  1. Al uw winst wordt belast aan 29,58% in plaats van 20,40%.
  2. U betaalt een bijkomende (aftrekbare) heffing van 5,1% op het tekort aan loon dat niet is toegekend (10% vanaf boekjaar 2020). Stel dat u bijvoorbeeld kosteloos werkt als bedrijfsleider, dan bedraagt die heffing 2.295 euro (45.000 x 5,1%).

Heeft uw vennootschap geen natuurlijke persoon maar enkel een zogenaamde bestuurdersvennootschap(pen) als bedrijfsleider, dan is uw zaak altijd belastbaar aan 29,58% en moet u een bijkomende heffing van maximaal 2.295 euro (45.000 x 5,1%) betalen.

Bent u een bedrijfsleider in meerdere verbonden vennootschappen waar minstens de helft van de bedrijfsleiders dezelfde personen zijn, dan moet die heffing niet noodzakelijk per individuele vennootschap worden toegepast. U mag dan de heffing toetsen aan een minimumloon van 75.000 euro, waarna enkel uw vennootschap met de hoogste belastbare winst de eventuele bijkomende heffing moet betalen.

De belangrijkste hervormingen op een rij

Naast dit minimumloon bevat het Zomerakkoord nog enkele essentiële elementen voor ondernemers. Deze longread vat ze voor u samen in 10 verhelderende vragen en antwoorden.

Gregory

Gregory

fiscaal adviseur

Schrijf u in op de sectornieuwsbrief en blijf steeds op de hoogte van veranderingen.