Meer mogelijkheden om in te grijpen in bestaande omgevingsvergunningen
Vanaf 20 augustus 2026 krijgen adviesinstanties en de bevoegde overheid ruimere mogelijkheden om een bestaande omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit (IIOA), waaronder ook vergunningen voor grondwaterwinningen en lozingsvergunningen, bij te stellen en dus te beperken.
Eerdere verstrengingen voor grondwaterwinningen: de Grondwatertrein
De Grondwatertrein, van kracht sinds het najaar van 2024, voerde al een aantal verstrengingen door voor vergunningen voor grondwaterwinningen.
Zo werd de geldigheidsduur van nieuwe omgevingsvergunningen voor grondwaterwinningen sinds 6 oktober 2024 beperkt tot maximaal 20 jaar. Daarnaast geldt er een overgangsregeling voor vergunningen voor grondwaterwinningen die vóór 6 oktober 2024 werden afgeleverd:
- bestaande vergunningen van onbepaalde duur worden automatisch ingekort tot 20 jaar na de datum van de vergunning;
- vergunningen voor bepaalde duur behouden hun oorspronkelijke geldigheidsduur, met een maximum van 20 jaar na de datum van de vergunning.
Bijstelling van de milieuvoorwaarden kan voortaan op elk moment door een adviesinstantie
Voortaan kan een adviesinstantie (denk aan de VMM, maar ook aan andere adviesinstanties) op elk moment een procedure tot bijstelling van de milieuvoorwaarden opstarten, zonder een evaluatiemoment te moeten afwachten. Tot nu toe moest een verzoek tot bijstelling van de milieuvoorwaarden door een adviesinstantie worden ingediend binnen de 30 dagen vóór de maand waarin de evaluatie zou plaatsvinden. Die koppeling met het evaluatiemoment verdwijnt nu.
Bijstelling van het voorwerp en de duur van de omgevingsvergunning mogelijk: voor de VMM voortaan ook op elk moment
Een gelijkaardige versoepeling geldt voor de procedure tot bijstelling van het voorwerp en de duur van een omgevingsvergunning voor de exploitatie van een IIOA.
Omgevingsvergunningen gelden in de regel voor onbepaalde duur. Om de 20 jaar kan het voorwerp of de duur van vergunningen van onbepaalde duur worden aangepast, onder meer op verzoek van de leidend ambtenaar van een adviesinstantie. De leidend ambtenaar dient een dergelijk verzoek tot bijstelling in te dienen binnen een termijn van 30 dagen na de bekendmaking van het verstrijken van elke geldigheidsperiode van 20 jaar van een omgevingsvergunning van onbepaalde duur.
Voortaan geldt deze vereiste niet meer voor verzoeken tot bijstelling van het voorwerp of de duur die de leidend ambtenaar van de VMM indient met het oog op de implementatie van de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water. De VMM kan zo een verzoek tot bijstelling van het voorwerp en de duur van vergunningen nu op elk moment indienen.
De bevoegde overheid kan in haar beslissing over het verzoek tot bijstelling voortaan:
- de milieuvoorwaarden wijzigen of aanvullen;
- het voorwerp van de exploitatie van de IIOA beperken, voor zover de risico's en de hinder niet via milieuvoorwaarden tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden herleid;
- de duur van de omgevingsvergunning voor de exploitatie van een IIOA beperken, voor zover het een geval betreft waarin de overheid een omgevingsvergunning voor bepaalde duur kan verlenen. Dit is onder meer het geval voor grondwaterwinningen en indirecte lozingen van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater in grondwater.
Conclusie
Door deze aanpassingen is het vanaf nu mogelijk dat:
- een adviesinstantie op elk moment een procedure kan opstarten om de milieuvoorwaarden van een omgevingsvergunning te verstrengen;
- de VMM op elk moment een verzoek tot bijstelling van het voorwerp en de duur van een vergunning voor de exploitatie van een IIOA kan indienen, indien dat vereist is met het oog op de implementatie van de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water;
- de duur van bestaande vergunningen voor grondwaterwinningen via een bijstellingsprocedure bijkomend kan worden beperkt, bovenop de beperkingen die de Grondwatertrein al invoerde.
Meer weten?
Heb je vragen na het lezen van dit artikel? Aarzel niet om contact op te nemen met je SBB-adviseur.