Nieuwe aandachtspunten VLIF-steun op mest(zuig)robots en mestschuiven

Voor VLIF-aanvragen ingediend vanaf 1 juli 2025 verwacht de VLIF-administratie dat de betoelaagde mest(zuig)robot of mestschuif op het moment van de betalingsaanvraag zal aangemeld en opgenomen zijn in de omgevingsvergunning. Bovendien mag de investering, om 80% steun te genieten, enkel gebruikt worden voor dierplaatsen waarvoor de PAS-maatregel erkend is.

Stikstofdecreet: hoe ammoniakemissie laten dalen?

Het stikstofdecreet bepaalt dat iedere rundveehouder tegen eind 2025 een maatregel moet nemen om zijn ammoniakemissie met minstens 5% te doen dalen. Dit kan hij realiseren door minder dieren te houden, door ammoniakemissie reducerende (AER) technieken toe te passen of door een combinatie van beiden. 

Melkveehouders die niet wensen in te boeten op het aantal gehouden dieren, maken vaak gebruik van mestrobots om hun doelstelling te realiseren. De implementatie op het bedrijf is vrij eenvoudig (veel eenvoudiger dan bijvoorbeeld roosters te vervangen) en de investeringskost is relatief behapbaar. Bovendien is er 80% VLIF-steun mogelijk op de investering in mestrobots. Het VLIF legt echter ook een aantal voorwaarden op. Sinds 1 juli 2025 zijn er bij de reeds gekende voorwaarden nog een aantal extra voorwaarden bijgekomen.

Welke (bijkomende) voorwaarden gelden voor VLIF-steun voor mestrobots?

Een mestrobot staat enkel voor melkkoeien op de lijst met erkende PAS-technieken en dus niet voor jongvee en andere runderen. Om 80% VLIF-steun te bekomen mag de mestrobot dus enkel ingezet worden op dierplaatsen bestemd voor melkvee. Het VLIF hanteert gelukkig wel een tolerantiemarge van 15% waardoor de VLIF-steun niet onmiddellijk verloren gaat bij toepassing van een mestrobot in een melkstal met daarin enkele droogstaande koeien. Een mestrobot in een jongveestal is echter duidelijk niet in overeenstemming met de lijst van erkende PAS-technieken en dus is geen 80%-steun mogelijk maar “slechts” 30%. Dit onderscheid moet al gemaakt worden bij de VLIF-aanvraag door het gebruik van enerzijds de code “mestrobot met registratieapparatuur i.k.v. PAS” en anderzijds de code “mestrobot”.

Om in orde te zijn met de eerder aangehaalde 5% maatregel moet iedere rundveehouder de gekozen maatregel melden bij de vergunningverlenende overheid. Ook hierop zal het VLIF controleren voor aanvragen vanaf 1 juli 2025. Heb je dus als melkveehouder geïnvesteerd in een mestrobot en heb je hierop 80% VLIF-steun aangevraagd, dan moet op het moment van de betalingsaanvraag de mestrobot gemeld én opgenomen zijn in de omgevingsvergunning. Vanaf 1 januari 2026 wordt deze voorwaarde nog wat strikter en verwacht het VLIF dat de melding en aktename al gebeurd zijn van bij de VLIF-aanvraag zelf. Zorg er bovendien voor dat de VLIF-code overeenstemt met de techniek die gemeld wordt. Vraag bij het VLIF dus geen steun aan met de code “mestrobot met registratieapparatuur en sproei installatie i.k.v. PAS” als in de omgevingsvergunning geen melding wordt gemaakt van de sproei installatie. De VLIF-steun zal dan niet uitbetaald worden. Als je VLIF-steun aanvraagt op de sproei installatie, moet deze ook opgenomen zijn in de omgevingsvergunning.

Tot slot stippen we nog aan dat het aantal aanwezige dieren niet hoger mag zijn dan het aantal vergunde dieren. Dit is geen nieuwe of bijkomende voorwaarde maar moet uiteraard wel gerespecteerd worden om in aanmerking te komen voor VLIF-steun.

Meer weten over VLIF-steun voor mest(zuig)robots en mestschuiven?

Aarzel net om je SBB-adviseur te contacteren. We staan je graag bij.

Neem contact op

Jeroen Kellers
Jeroen Kellers
productmanager landbouw
  • Sectorspecifiek advies voor land- en tuinbouwers

    Land- of tuinbouw is een roeping: je bedrijf is je leven en je bent een specialist in je vak. Laat de snel evoluerende regelgeving en de vele administratieve verplichtingen daar vooral geen domper op zetten. Reken ervoor op onze sectorspecialisten – ze kennen je noden en uitdagingen.

Gerelateerde blogs