AGR-GPS-app verplicht vanaf 1 juli bij vervoer van vloeibare dierlijke mest naar eigen grond – en waar je deze zomer en dit najaar verder op moet letten
Sinds vorig jaar is er een nieuwe verplichting om de eigen mesttransporten van vloeibare dierlijke mest naar eigen percelen die jaarlijks vanaf 1 juli gebeuren, uit te voeren met de AGR-GPS-app. Hiervoor zijn in principe geen transportdocumenten nodig, maar je moet het transport wel registreren in een AGR-GPS-app. Let op: als je percelen hebt in gebiedstype 2 en 3, kan er een strengere verplichting van toepassing zijn om hiervoor een erkende mestvoerder in te schakelen.
Tijdens de zomer en het najaar gelden bovendien soms andere regels dan in het voorjaar. Hieronder zetten we de AGR-GPS-verplichting en de belangrijkste aandachtspunten voor de zomer- en najaarsbemesting op een rij.
Welke mestsoorten worden als vloeibare mest beschouwd?
Hieronder vallen alle mestsoorten van het type vloeibaar, mengmest en gier. Ook effluent dat afkomstig is van de verwerking van dierlijke mest, is vloeibare dierlijke mest.
Wie moet de AGR-GPS-app gebruiken?
Bij eigen mest naar eigen grond moet de landbouwer de mest zelf vervoeren met de AGR-GPS-app. Wil de landbouwer toch een derde partij inschakelen voor het transport, dan moet die partij erkend zijn als mestvoerder en de transporten registreren met een mestafzetdocument en met haar eigen AGR-GPS-systeem.
Voor het vervoer van eigen mest naar eigen grond bestaat op dit moment geen transportdocument. Om de AGR-GPS-app te kunnen gebruiken, is er wel een transportnummer nodig. Als transportnummer geef je je exploitatienummer in de AGR-GPS-app in. Bij vervoer tussen meerdere van uw exploitaties kies je het nummer van de exploitatie van de laadplaats.
Ter verduidelijking, afhankelijk van de situatie geef je in de app een ander nummer in:
• Burenregeling: je vult het nummer van de burenregeling in.
• Eigen mest naar eigen grond: je vult het exploitatienummer van het landbouwbedrijf in.
Wanneer moet je een erkende mestvoerder inschakelen voor mesttransporten vanaf 1 juli?
Jaarlijks vanaf 1 juli moet elk vervoer van vloeibare dierlijke mest naar een perceel in gebiedstype 2 of gebiedstype 3, waarop geen grasland of blijvende teelt wordt verbouwd, gebeuren door een erkende mestvoerder. Die regeling geldt niet als de afnemer van de mest een geldige vrijstelling voor de gebiedsgerichte maatregelen heeft.
Het vervoer van vloeibare dierlijke mest naar die percelen in gebiedstype 2 of 3 kan dus niet met een burenregeling en ook niet volgens de regeling van eigen mest op eigen grond zonder transportdocumenten. Ook het vervoer in het kader van een grensboerregeling naar die percelen moet gebeuren door een erkende mestvoerder.
Uitzondering: voor grasland, blijvende teelten en bij een vrijstelling van gebiedsgerichte maatregelen is een erkende mestvoerder niet verplicht. Of je een zo'n vrijstelling hebt, kan worden nagekeken op het Mestbankloket.
Let op: ook bij een vrijstelling blijft het gebruik van de AGR-GPS-app verplicht vanaf 1 juli. Op de verplichting voor het gebruik van de AGR-GPS-app is de vrijstelling dus niet van toepassing.
Hoe werkt de AGR-GPS-app?
Je moet een AGR-nummer aanvragen bij de Mestbank en een dienstverlener kiezen die een AGR-GPS-app aanbiedt. Vervolgens installeer je de AGR-GPS-app op uw smartphone.
Telkens wanneer de mest wordt geladen, wanneer hij wordt gelost en wanneer het transport is afgelopen, moet je dit registreren. Zo kan de Mestbank het transport nauwgezet opvolgen.
Waar moet u deze zomer en dit najaar nog op letten?
Naast de AGR-GPS-verplichting wijzigen in de zomer en het najaar ook de regels voor het uitrijden zelf. De Vlaamse Landmaatschappij (VLM) zet de belangrijkste aandachtspunten op een rij. Hieronder vind je de punten die het meest relevant zijn wanneer je nu nog mest opbrengt.
Bemesting na de oogst: alleen onder bepaalde voorwaarden
Na de oogst van de hoofdteelt is bemesten in principe verboden. Er zijn wel uitzonderingen voor niet-nitraatgevoelige hoofdteelten en voor vanggewassen of nateelten, al dan niet gecombineerd met dosisbeperkingen. Raadpleeg de uitrijkalender voor het volledige overzicht van wat in uw situatie mag.
Geen effluent meer vanaf 1 september
Sinds MAP 7 gelden er nieuwe regels voor effluent. Vanaf 1 september mag effluent niet meer worden opgebracht. Alleen effluent met een lage stikstofinhoud (maximaal 0,6 kg stikstof per ton, met attest) kan onder strikte voorwaarden nog worden gebruikt op zware kleigronden.
Dosisbeperking voor stalmest vanaf 1 september
Stalmest, champost en andere traagwerkende meststoffen mogen nog worden opgebracht tot en met 31 oktober. Van 1 september tot en met 31 oktober geldt echter een dosisbeperking van maximaal 50 kg werkzame stikstof per hectare over de volledige periode.
Meer weten?
Heb je nog vragen over de AGR-GPS-app of over de bemestingsregels tijdens de zomer en het najaar? Aarzel niet om contact op te nemen met je SBB-adviseur.