Wat betekent de meerwaardebelasting voor jou als ondernemer?
Meerwaarden op aandelen (en op quasi alle andere financiële producten) zijn sinds 1 januari 2026 belastbaar, maar de definitieve wetteksten zijn nu pas door het parlement goedgekeurd. Dat betekent dat ook jij, als ondernemer met een vennootschap, met die meerwaardebelasting geconfronteerd zal worden wanneer je je aandelen verkoopt. Hoeveel belastingen zal je betalen, en hoe moet je daar nu al rekening mee houden? Luk Janssens, Senior Fiscaal Adviseur bij SBB Accountants & Adviseurs, licht toe.
Wat houdt de meerwaardebelasting in?
Luk: De algemene regel is dat je sinds 1 januari 2026 10% belastingen betaalt op de meerwaarde die je op financiële activa (en dus ook op aandelen) realiseert. Enkel de eerste 10.000 euro wordt vrijgesteld. Maak je van deze vrijstelling geen gebruik, dan komt daar gedurende vijf jaar telkens 1.000 euro per jaar bij (tot een maximum van 15.000 euro dus). Die vrijstelling geldt per persoon. Ben je dus samen met je echtgeno(o)t(e) eigenaar van de aandelen, dan genieten jullie samen van een vrijstelling van maximaal 30.000 euro.
Op welk bedrag word je dan precies belast?
Luk: De belastbare meerwaarde is gelijk aan de verkoopprijs min de aankoopprijs. Heb je de financiële activa die je verkoopt via een schenking of erfenis verkregen, dan is de meerwaarde gelijk aan de verkoopprijs min de initiële aankoopprijs die de schenker of erflater betaald heeft. Zie evenwel verder voor de bepaling van de meerwaarde op de aandelen van je eigen vennootschap.
Goed om te weten is wel dat er bij een schenking geen belastbare meerwaarde ontstaat wanneer de waarde van de aandelen op het moment van de schenking groter is dan op het moment van de aankoop erven. Hetzelfde geldt voor aandelen die je erft. Enkel bij een verkoop van financiële activa kan sprake zijn van een belastbare meerwaarde.
Kan je daar nog bepaalde bedragen van aftrekken?
Luk: Eventuele minderwaarden binnen hetzelfde jaar en binnen dezelfde categorie van financiële activa mogen in aftrek genomen worden. Ze zijn echter niet overdraagbaar naar een volgend jaar. Bovendien komen enkel verliezen die ontstaan na het 'fotomoment' van 31 december 2025 (zie verder) in aanmerking. Historische verliezen van vóór die datum zijn dus niet aftrekbaar.
Voor wie geldt de meerwaardebelasting?
Luk: De meerwaardebelasting geldt voor natuurlijke personen die in België wonen en die aandelen van een vennootschap (of andere financiële activa) bezitten. Voor vennootschappen die aandelen bezitten (bijvoorbeeld een holdingvennootschap of de beleggingsaandelen die in je vennootschap zitten) verandert er niets. Voor vennootschappen zijn meerwaarden op aandelen in principe gewoon belastbaar in de vennootschapsbelasting.
Ook op rechtspersonen die onder de rechtspersonenbelasting vallen, is de meerwaardebelasting van toepassing. Het gaat bijvoorbeeld om vzw’s, met uitzondering van de erkende vzw’s die (fiscaal aftrekbare) giften kunnen ontvangen met een fiscaal attest.
Wordt er voor ondernemers geen uitzondering gemaakt?
Luk: Ja en neen. Ook ondernemers worden in principe belast op de meerwaarde die ze realiseren bij de verkoop van de aandelen van hun eigen vennootschap. Heb je echter een ‘aanmerkelijk belang’ in een vennootschap, dan geniet je van een voordeliger regeling. Een aanmerkelijk belang is een participatie van minstens 20%. Je moet met andere woorden op het moment waarop je de aandelen verkoopt, minstens 20% van de aandelen van de vennootschap in handen hebben om van het voordeliger regime te kunnen genieten.
Wat houdt die ‘aanmerkelijk belang regeling’ dan precies in?
Luk: Deze voordelige regeling voor een aanmerkelijk belang houdt in dat je niet op de totale meerwaarde tegen 10% belast wordt. Tot 1.000.000 euro is de meerwaarde immers vrijgesteld van belasting. Vervolgens gelden er getrapte tarieven. Pas vanaf een belastbare meerwaarde van 10 miljoen euro geldt het tarief van 10%.
Concreet gelden bij een ‘aanmerkelijk belang’ volgende tarieven:
- Meerwaarde tot 1.000.000 euro: 0%. Deze vrijstelling geldt per periode van vijf jaar en per persoon. Er kan dus niet elk jaar opnieuw 1 miljoen vrijgesteld worden.
- Tussen 1.000.000 en 2.500.000 euro: 1,25%
- Tussen 2.500.000 en 5.000.000 euro: 2,5%
- Tussen 5.000.000 en 10.000.000 euro: 5%
- Boven 10.000.000 euro: 10%
Goed om te weten
Goed om te weten is dat ook de aandelen van holdings en patrimoniumvennootschappen hieronder vallen.
Bedraagt je participatie minder dan 20%, dan wordt de volledige meerwaarde tegen 10% belast en heb je dus geen recht op de vrijstelling en de lagere tarieven.
Kunnen familieleden in dat geval hun aandelen niet ‘bundelen’ om toch aan 20% te komen?
Luk: Neen, familieleden kunnen hun aandelen niet bundelen om aan die 20% te komen. Elke verkopende aandeelhouder moet met andere woorden individueel aan 20% komen om recht te hebben op het verlaagd tarief.
Maar sowieso wordt je meerwaarde dus nooit zwaarder dan tegen 10% belast?
Luk: In uitzonderlijke gevallen kan dat wél het geval zijn. Meerwaarden in het kader van beleggingen, die gerealiseerd worden via ‘speculatief beleggen’, vallen in principe immers niet onder de toepassing van deze nieuwe meerwaardebelasting, maar zijn in principe belastbaar als een zogenaamd ‘divers inkomen’ (speculatieve winsten en baten) tegen 33% (plus gemeentebelastingen). Dat is op zich niet nieuw, dat was vroeger ook al het geval en deze regel staat ook volledig los van de nieuwe meerwaardebelasting.
Vanaf wanneer geldt de meerwaardebelasting?
Luk: De meerwaardebelasting is van toepassing voor alle meerwaarden op financiële activa die sinds 1 januari 2026 gerealiseerd worden. Ook is enkel de waardestijging die sinds 01.01.2026 ontstaan is, belastbaar. De zogenaamde ‘historische meerwaarden’ tot en met 31.12.2025 blijven dus in principe vrijgesteld. Je moet op het moment van de verkoop met andere woorden kunnen aantonen welke waarde je aandelen hadden op 31.12.2025. Het (positieve) verschil tussen die waarde en de verkoopprijs, is belastbaar.
Hoe moet je de aandelen van je vennootschap waarderen om die historische meerwaarde aan te tonen?
Luk: Er is een wettelijke waarderingsmethode voorzien om de aandelen op 31.12.2025 te waarderen. De standaardmethode die toegepast wordt is: (ebitda x 4) + eigen vermogen. EBITDA, ofwel Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation, and Amortization, is een winstmaatstaf die de operationele prestaties van een bedrijf meet, zonder rekening te houden met rente, belastingen, afschrijvingen en waardeverminderingen.
Is die methode altijd verplicht?
Luk: Neen, die methode is niet verplicht. Je kan dus ook een andere methode hanteren. Je zal uiteraard wel moeten kunnen aantonen dat je een aanvaardbare waarderingsmethode gebruikt hebt. Je kan die waardering overigens niet zelf maken. Dat moet gebeuren door een bedrijfsrevisor of een onafhankelijke accountant.
Om bijvoorbeeld de waarde van de aandelen van een vastgoedvennootschap te bepalen, is de wettelijk voorziene methode niet de meest geschikte. De ebitda van een vastgoedvennootschap is vaak immers relatief laag, terwijl de vennootschap mogelijk wel grote meerwaarden op haar activa realiseert. In dat geval is een andere methode dan ook meer aangewezen. Vaak is het dan ook beter om op basis van verschillende methoden een waardering te maken, en daarvan het gemiddelde te nemen.
Wanneer moet die waardering gebeuren?
Luk: Het startpunt voor de bepaling van de meerwaarde is zoals gezegd 31.12.2025. In principe zou je dus ten laatste tegen dan een waardering van je aandelen moeten laten maken hebben met het oog op een latere verkoop. Omdat het weinig realistisch is dat iedereen met een aanmerkelijk belang op zo’n korte termijn een waardering kon laten maken, is voorzien dat je tot 31.12.2027 de tijd hebt om een waarderingsverslag te laten maken.
Zijn er nog zaken waarmee je rekening moet houden?
Luk: Denk eerst goed na over wat je op termijn van plan bent met je vennootschap. Ben je nu al zeker dat je ze zal verkopen? Aan een derde of aan je eigen kinderen? Of zal je misschien de aandelen aan je kinderen schenken? Bij een schenking is geen meerwaardebelasting verschuldigd, maar mogelijk later wel wanneer de begiftigde de geschonken aandelen verkoopt. Stel dat je (een deel van) je aandelen aan je kinderen schenkt, waarna de ene de andere zal uitkopen, dan is de omvang van de participatie die verkocht zal worden belangrijk met het oog op de meerwaardebelasting. Wil je alle aandelen in één keer schenken of verkopen, of in stukjes gespreid over een langere termijn?
Je toekomstperspectief is dus van belang voor de manier waarop je je aandelen waardeert. Het lijkt misschien verleidelijk om nu te kiezen voor een waarderingsmethode die de waarde van je aandelen wat hoger inschat, om de latere meerwaarde zo klein mogelijk te maken. Maar als je dan later je aandelen uiteindelijk niet verkoopt maar aan je kinderen schenkt, kan je ze niet plots tegen een lagere waarde gaan schenken (de schenkbelasting wordt op de verkoopwaarde berekend).
Meer weten?
Het is dus zeer belangrijk om een goede langetermijnvisie voor je vennootschap te ontwikkelen en deze te bespreken met je SBB-adviseur. Wil je meer weten over de impact van de meerwaardebelasting voor jouw vennootschap aarzel dan niet om contact op te nemen.
Neem contact op