Schenk je beter met of zonder schenkbelasting?
Ben je van plan om aan je kinderen bijvoorbeeld een som geld te schenken, dan kan je dat op twee manieren doen: via een geregistreerde schenking (al dan niet via de notaris), of via een niet-geregistreerde schenking (meestal een bankgift). Welke manier kies je het best? Met welke factoren moet je rekening houden bij het maken van je keuze?
Waarom is dat belangrijk?
Schenk je via een geregistreerde schenking een som geld aan je kinderen, dan moet daar 3% schenkbelasting op betaald worden. Je bent dan wel zeker dat je kinderen er later, bij je overlijden, sowieso geen erfbelasting meer op moeten betalen, ongeacht wanneer je overlijdt. Schenk je die som geld daarentegen via een niet-geregistreerde schenking, dan moet er géén schenkbelasting betaald worden, maar dan moet je als schenker na de schenking nog minstens vijf jaar blijven leven opdat je kinderen op dat geld ook geen erfbelasting moeten betalen.
Wel of geen schenkbelasting?
Een schenking moet in principe voor de notaris gebeuren. Hij maakt dan een schenkingsakte op die ook geregistreerd moet worden. Bij die registratie moeten er registratierechten (in dit geval schenkbelasting) betaald worden. Schenk je bijvoorbeeld een som geld van 50.000 euro aan je kinderen, dan moeten ze daarop in principe 3% schenkbelasting (1.500 euro) betalen, bovenop het ereloon van de notaris. Op die geschonken goederen moeten je kinderen dan later, bij je overlijden, geen erfbelasting meer betalen omdat ze er al schenkbelasting op betaald hebben.
Roerende goederen kan je echter ook schenken zonder tussenkomst van een notaris. Je schenkt ze dan via een handgift (je geeft ze letterlijk van hand tot hand) of via een bankgift (je schrijft ze over van jouw (effecten)rekening naar de rekening van de begunstigde). In dat geval moet er géén schenkbelasting betaald worden (en ook geen ereloon van de notaris). Die som geld van 50.000 euro in ons voorbeeld kan je dus veel goedkoper aan je kinderen schenken via een bankgift.
Let op!
Onroerende goederen kunnen enkel via een notariële schenkingsakte geschonken worden. Daarop moet dus sowieso schenkbelasting betaald worden. Die schenkbelasting is ‘progressief’, dat wil zeggen dat het tarief hoger wordt naarmate de geschonken waarde van het onroerend goed groter is. De tarieven variëren van 3% op de eerste schijf van 150.000 euro tot 27% boven de 450.000 euro.
Ook geen erfbelasting!
Blijf je in ons voorbeeld na die bankgift van 50.000 euro aan je kinderen nog minstens vijf jaar leven (tot 1 januari 2025 was dat maar drie jaar), dan moeten ze op het geschonken bedrag ook geen erfbelasting meer betalen. Er moet dan met andere woorden op het geschonken bedrag noch schenkbelasting, noch erfbelasting betaald worden. De erfbelasting kan voor je kinderen oplopen tot 27% (de Vlaamse regering heeft aangekondigd dat ze de tarieven van de erfbelasting zal aanpassen, maar daarover bestaat op dit moment nog geen duidelijkheid).
Die termijn van vijf jaar noemt men in de praktijk de ‘verdachte periode’: alles wat het vermogen van de overledene in de laatste vijf jaar van zijn leven (via een schenking) verlaten heeft, is ‘verdacht’ want mogelijk is er nog erfbelasting op verschuldigd.
Let op!
Wil je roerende goederen schenken met voorbehoud van vruchtgebruik, dan kan dat niet via een hand- of bankgift, maar enkel via een notariële schenking. Daarop moet sowieso schenkbelasting betaald worden, en dan stelt het probleem van de ‘verdachte periode’ zich dus niet.
Let op!
Je moet zelf kunnen aantonen dat de schenking (waarop geen schenkbelasting betaald is) méér dan vijf jaar geleden gebeurd is. In de praktijk wordt daarom op het moment van de hand- of bankgift het nodige bewijsmateriaal gecreëerd door aangetekende brieven te versturen tussen de ouders en de kinderen, idealiter in combinatie met een zogenaamd ‘pacte adjoint’. Samen met de datum van de overschrijving van het geld of de effecten, bewijst dit het tijdstip waarop de schenking gedaan is. Deze vaste datum kan ook bekomen worden door het digitaal ondertekenen van de pacte adjoint.
Tip. Stel je vast dat je het einde van de termijn niet zal halen, bijvoorbeeld omdat je plots ongeneeslijk ziek wordt, dan kan je de hand- of bankgift alsnog vrijwillig laten registreren en zo de ‘fiscale schade’ tot 3% beperken (je betaalt vrijwillig alsnog 3% schenkbelasting en daardoor moet er bij je overlijden geen erfbelasting meer betaald worden).
Voor welke optie kies je?
Ben je als schenker nog relatief jong en gezond en acht je de kans klein dat je op relatief korte termijn (onverwacht) zal overlijden, dan kan je voor een niet-geregistreerde bankgift opteren. Zo vermijd je schenkbelasting en notariskosten. Mocht je onverwacht toch ernstig ziek worden, dan kan je de bankgift alsnog laten registreren (zie hoger).
Ben je al wat ouder en/of verkeer je in minder goede gezondheid, dan kan je in eerste instantie nog altijd overwegen om voor een (niet-geregistreerde) bankgift te kiezen. Je bespaart er namelijk 3% schenkbelasting én notariskosten mee. Gaat je gezondheidstoestand er nadien plots op achteruit, dan kan je de bankgift nog snel laten registreren.
Zit je echt al in je laatste levensfase, is je gezondheid acuut in gevaar (je bent bijvoorbeeld een zware hartpatiënt) of wil je gewoon helemaal zeker zijn dat er later geen erfbelasting betaald moet worden, dan neem je beter geen onnodig risico en opteer je ineens voor een geregistreerde schenking. Dat kan notarieel of via een bankgift. Je betaalt dan wel 3% schenkbelasting (en eventueel notariskosten), maar je vermijdt met zekerheid de veel hogere (tot 27%) erfbelasting.
Let op!
Met een successieverzekering kan je je eventueel indekken tegen het risico op de latere betaling van erfbelasting in geval je onverwacht zou overlijden. Zeker wanneer je nog relatief jong bent én in goede gezondheid verkeert op het moment van de schenking, valt de premie vaak lager uit dan de schenkbelasting die je zou moeten betalen.
Laat je bijstaan door een expert
Het is zeer belangrijk dat de bankgift minutieus uitgevoerd wordt om later de erfbelasting te vermijden. Laat je daarvoor dus zeker begeleiden door je SBB-adviseur.