Investeren in een praktijkgebouw: doe je dat best privé of met je vennootschap?
Investeer je als medicus best privé in een praktijkgebouw, of hoort zo’n pand beter thuis in je exploitiatievennootschap? En wanneer is een patrimoniumvennootschap aangewezen? Alles hangt af van de bescherming die je wil inbouwen en je ambities met de praktijk.
Optie 1: vastgoed aanhouden binnen je privévermogen
Veel soloartsen baten hun praktijk uit in een deel van hun gezinswoning. Dus maakt het kabinet deel uit van het privégezinsvermogen. Heb je geen plannen om in een samenwerkingsverband te stappen, dan kan je je praktijk privé aanhouden.
Wel zijn er risico’s aan verbonden. Maak je schulden als arts, dan kunnen schuldeisers ook beslag leggen op het woongedeelte van je gezinswoning, dus niet alleen op je praktijk. Tenzij je die bescherming inbouwt met een verklaring van onbeslagbaarheid van de gezinswoning bij de notaris. Die bevat een gedetailleerde beschrijving van de woning en de delen die voor professioneel en privégebruik bestemd zijn.
Optie 2: vastgoed inbrengen in je exploitatievennootschap
Juridische bescherming is een eerste drijfveer om praktijkruimtes uit je privévermogen te halen en onder te brengen in de exploitatievennootschap. Een vennootschap heeft namelijk een aparte rechtspersoonlijkheid, dus schuldeisers kunnen niet aan je gezinsvermogen. Alle aandeelhouders van de vennootschap zijn dus mede-eigenaar van de praktijkruimte. De vennootschap kan ook ruimtes verhuren aan derden.
Ook fiscaal kan je zo voordeel doen. Huurinkomsten en andere opbrengsten uit het vastgoed worden in een vennootschap belast als gewone winst, maar je kan heel wat kosten in mindering brengen. Denk maar aan notariële kosten, onderhoud en herstellingen, intresten van een krediet, fiscale afschrijvingen van de gebouwen enzovoort. Ook voor familiale vermogensplanning is een vennootschap interessant. Het is namelijk makkelijker en voordeliger om aandelen te schenken dan onroerend goed.
Hoe komt een onroerend goed in de vennootschap terecht in?
Dat kan op verschillende manieren. Je kan een inbreng doen in het eigen vermogen (kapitaal) van de vennootschap in ruil voor aandelen. Of de vennootschap koopt het pand. In Vlaanderen gebeurt inbreng van vastgoed aan 0% registratierechten (behalve voor een woning); bij verkoop is dat 12%.
Optie 3: vastgoed onderbrengen in een aparte patrimoniumvennootschap
Je kan je praktijkvastgoed tot slot ook onderbrengen in een aparte patrimoniumvennootschap. Dat is een vennootschap die onroerend (bv. vastgoed) en roerend vermogen (bv. aandelen, huurinkomsten) beheert. Op die manier bouw je nog meer bescherming in. Want stel dat je met je exploitatievennootschap schulden maakt, dan hebben schuldeisers geen toegang tot het vastgoed.
Bovendien verlaag je er de financiële drempel mee voor nieuwe artsen of opvolgers, precies omdat je exploitatievennootschap geen – duur – vastgoed meer bevat. Ga je op pensioen, dan kan je perfect je aandelen verkopen in de exploitatievennootschap, terwijl je ze behoudt in je patrimoniumvennootschap.
Conclusie: privé, exploitatie- of patrimoniumvennootschap? De keuze hangt af van de specifieke situatie van je praktijk, hoeveel bescherming je wil inbouwen en je plannen – samenwerking, successie … – op korte en langere termijn.