Geen looncompensatie meer voor seizoenarbeiders?
In een arrest van 12 juni 2025 heeft het Grondwettelijk Hof een fiscaal voordeel vernietigd voor bedrijven in de groente- en fruitteelt die seizoenarbeiders tewerkstellen. Het gaat meer bepaald om de vrijstelling van doorstorting van een stuk van de bedrijfsvoorheffing. Welke gevolgen heeft dit arrest voor jou als groente- of fruitteler?
De essentie
Ten gevolge van de vernietiging van de vrijstelling moet je als groente- of fruitteler voortaan de volledige bedrijfsvoorheffing doorstorten naar de staat. Bovendien kan de fiscus de niet-doorgestorte bedrijfsvoorheffing van de voorbije twee jaar in principe terugvorderen. De vakorganisaties van de land- en tuinbouwsector werken aan een oplossing voor de toekomst.
Waarover gaat het?
Op 1 juli 2023 werd de regeling voor seizoenarbeid in de groente- en fruitteelt aangepast. Sindsdien mogen seizoenarbeiders 100 dagen per jaar (in de plaats van 65) onder het voordelige statuut werken, weliswaar tegen een hoger minimumloon dan voorheen. Om die loonstijging te compenseren, moest de werkgever een stukje van de bedrijfsvoorheffing (ter grootte van de loonstijging) niet aan de staat doorstorten. Op het stuk van de bedrijfsvoorheffing dat hij niet moest doorstorten, werd de teler wel belast.
Deze vrijstelling gold enkel voor werknemers die rechtstreeks door de groente- of fruitteler tewerkgesteld worden, maar niet voor werknemers die via een interimkantoor in een groente- of fruitbedrijf tewerkgesteld worden.
Vrijstelling is vernietigd door het Grondwettelijk Hof
Federgon, de beroepsvereniging van uitzendkantoren, voelde zich benadeeld en vocht deze ‘selectieve’ vrijstelling aan voor het Grondwettelijk Hof, dat deze vrijstelling nu vernietigd heeft (Grondwettelijk Hof, 12 juni 2025). Het Hof stelt dat de vrijstelling een vorm van staatssteun is en daarom vooraf gemeld had moeten worden bij de Europese Commissie, wat niet gebeurd is (over de vraag of de regeling discrimineert tussen rechtstreekse en onrechtstreekse tewerkstelling van seizoenarbeiders in de groente- en fruitteelt spreekt het Hof zich niet uit).
Voortaan geen compensatie meer
Voortaan kan je als teler de vrijstelling dus niet meer toepassen. Voor dit jaar gaat het om een vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing van 1,27 euro per door de seizoenarbeider gewerkt uur. Voortaan moet je met andere woorden de volledige bedrijfsvoorheffing doorstorten.
Wat met het verleden?
Aangezien de wet die de vrijstelling invoerde door het Hof vernietigd is, wordt hij geacht nooit bestaan te hebben. Dat betekent dat je de vrijstelling in feite nooit had mogen toepassen. Heb je dat wel gedaan, dan was dat ten onrechte.
In eerste instantie werd nog gehoopt dat de fiscus mild zou zijn en niet alle bedrijfsvoorheffing die je in 2024 en 2025 (tot en met juni) niet doorgestort hebt, nu alsnog zou komen opeisen (voor 2023 is er geen probleem omdat er toen een andere, tijdelijke regeling van kracht was die niet door het Hof vernietigd werd).
Dat blijkt echter ijdele hoop te zijn. De fiscus is immers begonnen met het versturen van aangetekende brieven, waarin hij de niet doorgestorte bedrijfsvoorheffing van 2024 en 2025 opeist. Voor veel telers gaat het om een groot bedrag. Dat je dit bedrag dan wel in je volgende belastingaangifte als beroepskost in aftrek kan brengen, is uiteraard slechts een schrale troost…
Wat nu?
De vakorganisaties van de land- en tuinbouwsector doen er momenteel alles aan om tot een oplossing te komen. Ze bepleiten bij de wetgever een solide wettelijk herstel van de compensatie (in principe tegen half oktober 2025), waarmee aan de verzuchtingen van het Grondwettelijk Hof tegemoet gekomen wordt, zonder discriminatie van de interim sector. Zo zou dit fiscale voordeel voor de toekomst op een juridisch sluitende manier in ere hersteld moeten worden.
We informeren je van zodra er meer nieuws is.