Een dividend uitkeren via vvpr-bis of liquidatiereserve: hoeveel kost het voortaan?
In uitvoering van het regeerakkoord heeft de federale regering de tarieven van de roerende voorheffing op de uitkering van een dividend via de zogenaamde vvpr-bis regeling en de liquidatiereserve verhoogd. Welke impact heeft dat voor jou als ondernemer met een vennootschap?
De essentie
Zowel voor vvpr-bis-dividenden als voor dividenden die uit een liquidatiereserve afkomstig zijn, bedraagt de wachttermijn drie jaar, en werd de totale belastingdruk verhoogd van 15% naar 18% indien ze na afloop van die wachttermijn uitgekeerd worden.
Dividenduitkering door een kmo-vennootschap
Heb je een kmo-vennootschap, dan kunnen er op een dividenduitkering verschillende fiscale regimes van toepassing zijn.
Vooreerst kan je een ‘gewone’ dividenduitkering doen, met toepassing van de fiscale standaardregels. Het standaardtarief van de roerende voorheffing die op dividenden ingehouden moet worden, bedraagt 30%.
Daarnaast bestaan er voor kmo’s ook twee fiscale gunstregelingen, waardoor uitgekeerde dividenden onder bepaalde voorwaarden minder zwaar belast worden: de vvpr-bis regeling en de liquidatiereserve. Wat houden deze fiscale gunstregelingen nu precies in?
Wat is de vvpr-bis regeling?
Kmo-vennootschappen die aan bepaalde voorwaarden voldoen, kunnen dividenden uitkeren tegen een lager tarief dan het standaardtarief van 30%. Dat tarief bedraagt tot en met 30 juni 2026 15%, maar wordt als gevolg van het meest recente begrotingsakkoord vanaf 1 juli 2026 naar 18% verhoogd.
De belangrijkste voorwaarden om dit gunstregime te kunnen toepassen zijn de volgende:
- de dividenden worden toegekend aan aandelen die sinds 1 juli 2013 uitgegeven zijn
- in ruil voor een inbreng in geld (bij de oprichting of bij een kapitaalverhoging)
- en op het ogenblik van de inbreng was de vennootschap ‘klein’
Let op! Er geldt wel een ‘wachttermijn’ van drie jaar. Wordt het dividend uitgekeerd in de eerste drie boekjaren, dan moet je vennootschap toch 30% roerende voorheffing inhouden (behalve voor bepaalde dividenden die nog onder een overgangsregeling vallen en waarop slechts 20% roerende voorheffing ingehouden moet worden indien ze in het derde boekjaar uitgekeerd worden). Pas vanaf het vierde jaar moet je vennootschap slechts 18% roerende voorheffing inhouden.
Voor de VVPR-bis-dividenden is het tarief met andere woorden afhankelijk van het moment waarop het vvpr-bis kapitaal ingebracht of gevormd werd. Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen een inbreng in geld vóór of vanaf 01.01.2026:
| Kapitaal ingebracht uiterlijk 31 december 2025 | Kapitaal ingebracht vanaf 1 januari 2026 | |
|---|---|---|
| Dividend geput uit winstverdeling jaar vorming VVPRbis-kapitaal | 30% | 30% |
| Dividend geput uit winstverdeling jaar vorming VVPRbis-kapitaal + 1 | 30% | 30% |
| Dividend geput uit winstverdeling jaar vorming VVPRbis-kapitaal + 2 | 20% | 30% |
| Dividend geput uit winstverdeling jaar vorming VVPRbis-kapitaal + 3 | 15% vóór inwerkingtreding tariefstijging - 18% vanaf 1 juli 2026 | 18% vanaf 1 juli 2026 |
Wat is een liquidatiereserve?
Sinds aanslagjaar 2015 (boekjaar 2014) kan een kmo-vennootschap elk jaar met haar (belaste) winst een ‘liquidatiereserve’ aanleggen. Op het bedrag dat ze als liquidatiereserve boekt, betaalt ze 10% extra belasting.
Wacht je tot bij de vereffening (liquidatie) van je vennootschap om de liquidatiereserve uit te keren, dan moet er op het bedrag van de liquidatiereserve geen roerende voorheffing ingehouden worden (in de plaats van de normale 30% die op een liquidatiebonus ingehouden moet worden). Dat kan natuurlijk alleen maar indien je van plan bent de vennootschap op termijn te vereffenen (bijvoorbeeld wanneer je een zuivere managementvennootschap hebt). Wil je ze aan je kinderen overlaten of verkopen, dan kan dat dus niet.
Keert ze die liquidatiereserve vóór de vereffening van de vennootschap uit onder de vorm van een dividend, dan is het tarief van de roerende voorheffing (als gevolg van een aantal recente wetswijzigingen) afhankelijk van het moment waarop de liquidatiereserve aangelegd is en het moment waarop ze uitgekeerd wordt (zie ook de tabel hieronder). Er wordt een onderscheid gemaakt tussen ‘oude’ liquidatiereserves, die vóór 31.12.2025 aangelegd werden, en ‘nieuwe’ liquidatiereserves die vanaf 31.12.2025 aangelegd worden.
‘Nieuwe’ liquidatiereserves:
- Keert de vennootschap een liquidatiereserve die aangelegd werd vanaf 31.12.2025 uit binnen de drie jaar na de aanleg ervan, dan moet ze daarop 30% roerende voorheffing inhouden. Samen met de 10% die de vennootschap bij de aanleg betaald heeft, brengt dit de totale belastingdruk op 36,36% (100-(100*100/110*70%)).
- Keert ze die liquidatiereserve uit na afloop van de wachttermijn van drie jaar, dan moet ze daarop 9,8% roerende voorheffing inhouden, wat de totale belastingdruk op 18% brengt (net zoals voor vvpr-bis dividenden).
‘Oude’ liquidatiereserves:
Voor liquidatiereserves die vóór 31.12.2025 aangelegd werden, gold oorspronkelijk een wachttermijn van vijf jaar. Eind 2025 werd die termijn echter ingekort tot drie jaar, om de regels voor vvpr-bis dividenden en liquidatiereserves zoveel mogelijk te harmoniseren. Bovendien werd de oorspronkelijke belastingdruk van 13,64% op liquidatiereserves die na de wachttermijn van vijf jaar uitgekeerd worden, op 15% gebracht wanneer ze na minstens drie jaar (en minder dan vijf jaar) uitgekeerd worden.
Daardoor heb je voor de oude liquidatiereserves de keuze:
- Ofwel keer je ze na een wachttermijn van vijf jaar uit en houdt de vennootschap 5% roerende voorheffing in (daardoor bedraagt de totale belastingdruk 13,64%).
- Ofwel keer je ze na een wachttermijn van drie jaar uit en houdt de vennootschap 6,5% roerende voorheffing in (daardoor bedraagt de totale belastingdruk 15%).
- Ofwel keer je ze na minder dan drie jaar uit en houdt de vennootschap 20% roerende voorheffing in (daardoor bedraagt de totale belastingdruk 27,27%).
Let op! Voor ‘nieuwe’ liquidatiereserves aangelegd vanaf 31.12.2025 zal enkel de nieuwe wachttermijn van drie jaar en het tarief van 9.8% gelden.
| Liquidatiereserves aangelegd op uiterlijk 30/12/2025 | Liquidatiereserves aangelegd na 30/12/2025 | |
|---|---|---|
| Uitkering binnen sperperiode van 3 jaar | 20% | 30% |
| Uitkering na 3 jaar, maar vóór verstrijken oorspronkelijke sperperiode 5 jaar | 6,5% | 9,8% |
| Uitkering na sperperiode 5 jaar | 5% | 9,8% |
| Uitkering bij vereffening | 0% | 0% |
Meer weten?
Raadpleeg je SBB-adviseur om je dividendpolitiek te bespreken en bij te sturen waar nodig, rekening houdend met een strategische langetermijnvisie.