Hoe wordt een dividend van een Nederlandse dochtervennootschap bij je Belgische vennootschap belast?

Gerelateerde expertises

Je hebt in België een vennootschap die in Nederland een (dochter)vennootschap opricht. Wanneer die Nederlandse vennootschap winst maakt, is het logisch dat ze die winst via een dividend aan haar Belgische moedervennootschap uitkeert. Wordt dat dividend in Nederland of in België belast? En verandert het nieuwe Belgisch-Nederlandse Dubbelbelastingverdrag daar iets aan? Waarmee moet je rekening houden?

Geen effectieve dubbele belasting

Volgens het dubbelbelastingverdrag is België bevoegd om het dividend te belasten, maar mag ook Nederland een bronheffing van maximaal 5% inhouden, op voorwaarde dat je Belgische vennootschap minstens 10% van de aandelen van de Nederlandse vennootschap bezit. Op basis van de Europese zogenaamde ‘Moeder-dochter richtlijn’ kan je evenwel een volledige vrijstelling van belasting van dit dividend vragen.

Nederlandse activiteit

Stel je hebt in België een vennootschap en je wil een commerciële activiteit beginnen in Nederland. De meest solide manier om dat te doen is in Nederland een vennootschap oprichten. Je laat die vennootschap oprichten door je Belgische vennootschap.

Van zodra die Nederlandse vennootschap winst maakt, kan je overwegen om haar die winst via dividenden aan je Belgische vennootschap (de aandeelhouder) uit te keren.

Je Belgische vennootschap ontvangt de dividenden

Aangezien je Belgische vennootschap de aandelen aanhoudt, zal zij ook de dividenden  ontvangen.

De vraag is dan hoe en waar die dividenden belast worden. Betaalt ze er in Nederland belastingen op? Of in België?

Kijken naar het dubbelbelastingverdrag 

De bevoegdheid om die dividenden te belasten wordt geregeld door het dubbelbelastingverdrag dat tussen België en Nederland afgesloten werd. Een dubbelbelastingverdrag tussen twee landen geeft aan welk land welke inkomsten mag belasten in een grensoverschrijdende situatie.

Dat dubbelbelastingverdrag bepaalt dat dividenden die uitgekeerd worden aan een aandeelhouder-vennootschap, belastbaar zijn in de woonstaat van de ‘uiteindelijk gerechtigde’ vennootschap. Concreet: keert je Nederlandse vennootschap dividenden uit aan je Belgische vennootschap, dan mag België die dividenden belasten.

MAAR: ook Nederland mag als ‘bronstaat’ die dividenden belasten! Nederland mag een belasting van maximaal 15% ‘aan de bron inhouden’. 

Deelneming van minstens 10%: slechts 5% bronheffing

Bezit je Belgische vennootschap minstens 10% van de aandelen van de Nederlandse vennootschap (wat in principe het geval is wanneer ze die Nederlandse vennootschap zelf opgericht heeft), dan mag Nederland als ‘bronstaat’ maximaal 5% bronheffing inhouden.

Let op! 

Het standaardtarief van de dividendbelasting in Nederland is hoger dan 15%. Opdat je Nederlandse vennootschap slechts 5% of 15% bronheffing zou mogen toepassen, moet je haar een woonplaatsattest bezorgen dat bevestigt dat de moedervennootschap effectief in België gevestigd is. Dit attest moet je via MyMinfin aanvragen.

Soms volledige vrijstelling mogelijk!

Wanneer binnen de EU een dochtervennootschap een dividend uitkeert aan haar moedervennootschap, kan die moedervennootschap dit dividend op basis van de zogenaamde Moeder-dochter richtlijn volledig van belasting laten vrijstellen. 
 

Let op!

Om recht te hebben op de vrijstelling mag je Belgische vennootschap geen zuivere holdingvennootschap zijn die niets méér doet dan enkel de aandelen van je Nederlandse vennootschap beheren.

Die richtlijn zegt dus iets anders dan het dubbelbelastingverdrag (dat zegt dat beide landen het dividend mogen belasten). Dat beide elkaar tegenspreken is evenwel geen probleem, aangezien een Europese richtlijn altijd primeert op een dubbelbelastingverdrag.

Tip!

De toepassing van de Moeder-dochter richtlijn is interessanter omdat deze niet enkel in de volledige vrijstelling van het dividend voorziet, maar ook geen voorafgaande tussenkomst van de fiscus van de bronstaat vereist. Er is immers geen woonplaatsattest vereist (zie hoger). De moedervennootschap moet wel de vereiste moeder-dochter attesten aan haar dochtervennootschap bezorgen, maar ze kan deze zelf opmaken zonder tussenkomst van de fiscus.

Let op!

Bedraagt de participatie van je Belgische vennootschap in de Nederlandse vennootschap minder dan 10%, dan kan ook de moeder-dochter vrijstelling niet toegepast worden (tenzij het om een participatie van minstens 2,5 miljoen (en binnenkort zelfs 4 miljoen) euro gaat).

Verandert er iets onder het nieuwe Belgisch-Nederlandse Dubbelbelastingverdrag?

Vanaf 1 januari 2026 treedt het nieuwe Belgisch-Nederlandse Dubbelbelastingverdrag in werking. Dat verdrag voorziet eveneens in een vrijstelling van bronheffing bij een participatie van minstens 10%, in de plaats van de huidige 5%, op voorwaarde dat de moeder haar participatie minstens 365 dagen aanhoudt.

De toepassing van de Moeder-dochter richtlijn blijft ook na 1 januari 2026 interessanter, ook al voorziet het dubbelbelastingverdrag vanaf dan ook in een vrijstelling. Bij de toepassing van de Moeder-dochter richtlijn is immers geen tussenkomst van de fiscus nodig, en bij de toepassing van het dubbelbelastingverdrag wel.

Meer weten?

Wil je graag concreet advies met betrekking tot de fiscale gevolgen van je grensoverschrijdende activiteit, aarzel dan niet je SBB-adviseur te contacteren.

Neem contact op

Gregory Henin
Gregory Henin
productmanager tax
  • Fiscaal advies

    Neem je een beslissing, dan hangen daar vaak ook fiscale gevolgen aan vast. Je SBB-adviseur schetst de scenario’s, maar gaat meteen ook een stap verder. Zijn er slimme optimalisaties mogelijk? En met welke toekomstige maatregelen hou je best vandaag al rekening?