Wat is er op fiscaal vlak nieuw in 2026 voor je kmo?
Zoals elk jaar start ook 2026 met een aantal fiscale nieuwigheden die voor je kmo belangrijk (kunnen) zijn. We zetten de belangrijkste zaken voor jou op een rij.
E-facturatie
Vanaf 1 januari 2026 moeten alle btw-plichtige ondernemingen in B2B-transacties elektronisch factureren via Peppol. Je leest er hier meer over.
Strengere voorwaarden verlaagd vennootschapstarief
Vanaf aanslagjaar 2027 (boekjaar 2026) wordt het verlaagd vennootschapstarief van 20% op de eerste 100.000 euro winst aan strengere voorwaarden onderworpen. Je zal als bedrijfsleider een minimumbezoldiging van 50.000 euro per jaar (jaarlijks te indexeren) moeten opnemen i.p.v. 45.000 euro (het mag ook minder zijn als de bezoldiging minstens gelijk is aan de belastbare winst van de vennootschap). Bovendien mogen de forfaitaire voordelen van alle aard die je vennootschap je als bedrijfsleider toekent (bv. bedrijfswagen, gsm, woning …) maximaal 20% bedragen van je totale belastbare jaarbezoldiging.
Hogere belastingdruk op dividenden (18% i.p.v. 15%)
Je leest er hier meer over. Let wel, deze wet is nog niet goedgekeurd. De regels zullen pas ingaan vanaf de maand na de publicatie in het Belgisch Staatsblad.
Investeringsaftrek
Voor activa die zijn verkregen of tot stand gebracht vanaf 1 januari 2025 kan de overgedragen investeringsaftrek onbeperkt aangewend worden, is de basisaftrek in de vennootschapsbelasting onbeperkt overdraagbaar in de tijd en werd het cumulverbod tussen de toepassing van de verhoogde thematische aftrek en de aanvraag voor een gewestelijke steun geschrapt. Ook worden vanaf aanslagjaar 2027 de tarieven van 30% van de verhoogde thematische aftrek voor grote vennootschappen en 40% voor kleine vennootschappen geharmoniseerd naar 40% voor alle vennootschappen.
Belastingkrediet
Het belastingkrediet voor zelfstandigen was in 2025 gelijk aan 10% van het verschil tussen enerzijds het eigen vermogen van het aanslagjaar en anderzijds de hoogste waarde van het eigen vermogen in één van de drie voorgaande aanslagjaren. Het belastingkrediet bedroeg maximaal 3.750 euro. Vanaf aanslagjaar 2026 wordt dit belastingkrediet verdubbeld tot 20% met een maximum van 7.500 euro.
Meerwaardebelasting
Vanaf 1 januari 2026 wordt er een meerwaardebelasting ingevoerd. De meerwaarden op aandelen (en quasi alle andere financiële producten) zullen belastbaar zijn. Dat betekent dat ook jij, als ondernemer met een vennootschap, met die meerwaardebelasting geconfronteerd zal worden wanneer je je aandelen verkoopt. Je leest er hier meer over. Let wel, de wet die de meerwaardebelasting invoert, wordt momenteel nog in het Parlement behandeld, en is dus nog niet goedgekeurd. Toch zal de meerwaardebelasting vanaf 1 januari 2026 van toepassing zijn.
Mobiliteitsbudget
Vanaf 1 januari 2026 moet elke werkgever die bedrijfswagens aan zijn personeelsleden aanbiedt, ook een mobiliteitsbudget aanbieden. Dat biedt werknemers de mogelijkheid om een bedrijfswagen in te ruilen voor een elektrische wagen of een alternatieve vervoersoplossing (leasefiets, treinabonnement …) om hun CO2-uitstoot te verminderen.
Wijziging fiscale aftrek bedrijfswagen
Voor voertuigen met een benzine- of dieselmotor die besteld worden vanaf 1 januari 2026 is er geen recht meer op een fiscale aftrek in de vennootschapsbelasting. Er bestaat wel een overgangsregeling voor voertuigen die tussen 1 juli 2023 en 31 december 2025 aangeschaft werden. Je leest er hier meer over.
Auteursrechten
Een vergoeding in auteursrechten is fiscaal gezien interessant omdat ze (tot 75.360 euro) als een roerend inkomen belast wordt, tegen 15%. Van een eerste schijf tot 20.100 euro mag forfaitair 50% als kost afgetrokken worden. Van een tweede schijf van 20.100 tot 40.190 euro is dat 25%. Die forfaitaire kostenaftrek wordt vanaf 1 januari 2026 geschrapt (behalve voor kunstenaars). Enkel de werkelijke (bewezen) kosten zijn nog aftrekbaar.
Btw
De btw op afhaal- en meeneemmaaltijden (frituur, snackbar, sushi, verse pizza in de supermarkt …) stijgt van 6% naar 12%. Het gaat om alle maaltijden die binnen twee dagen geconsumeerd moeten worden. Ook de btw op sport (tickets voor wedstrijden, fitnessabonnement …), cultuur en entertainment (o.a. pretparken) en toerisme (hotels en campings) stijgt van 6% naar 12%. De btw op non-alcoholische dranken in de horeca daalt van 21% naar 12%.
Hogere bijdragen Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ)
Voor een gewoon VAPZ stijgt de fiscaal aftrekbare maximumbijdrage die een zelfstandige jaarlijks kan storten van 8,17% van zijn referentie-inkomen naar 8,50%. De maximale bijdrage blijft evenwel geplafonneerd op 4.000,44 euro (maximumbedrag voor 2025). Voor een sociaal VAPZ stijgt de bijdrage van 9,40% naar 9,78%, met een plafond van 4.602,71 euro (maximumbedrag voor 2025).
Wijninckx-bijdrage
In bijdragejaar 2026 stijgt de zogenaamde Wijninckx-bijdrage op de hoogste extralegale pensioenen van 3% naar 12,5% (de bijdrage is verschuldigd als de som van het wettelijk en het aanvullend pensioen dat je tot nu opgebouwd hebt, hoger is dan het maximale ambtenarenpensioen voor een vergelijkbare duurtijd van de loopbaan).
Maaltijdcheques
In 2026 stijgt de maximumwaarde van maaltijdcheques van 8 naar 10 euro per gewerkte dag. Als werkgever kies je zelf of je die verhoging toekent of niet. Houd er wel rekening mee dat een verhoging van de waarde van de maaltijdcheques extra kosten met zich meebrengt, ook al wordt de fiscale aftrek ervan verhoogd. Trek je het bedrag van de maaltijdcheques die je toekent op van 8 naar 10 euro, dan stijgt de maximale werkgeversbijdrage van 6,91 euro naar 8,91 euro per cheque, en wordt de fiscale aftrek verhoogd van 2 tot 4 euro. Van de kostenstijging van 2 euro recupereer je via de vennootschapsbelasting (gerekend tegen 25%) dus maar 0,50 euro. Ook een administratieve meerkost is niet uitgesloten (afhankelijk van de emittent van de cheques).
Vastgoed in vennootschap
Bezit je vennootschap onroerend goed dat hoofdzakelijk tot bewoning bestemd is, dan kan de waarde van dat onroerend goed voortaan niet meer tegen het gunsttarief van 0% geschonken worden (behalve voor projectontwikkelaars en bepaalde vastgoedvennootschappen). Op de waarde van dat onroerend goed zal dan 3% (of eventueel 7%) schenkbelasting (of erfbelasting) betaald moeten worden. Je leest er hier meer over.