Jobstudenten mogen tijdens de zomer meer uren presteren

Johanna Waelkens

Normale regeling

Jobstudenten mogen per jaar maximaal 475 uren werken aan een gunsttarief. Blijven ze onder deze drempel, dan betalen ze minder sociale bijdragen dan een gewone werknemer. Bovendien wordt er geen bedrijfsvoorheffing ingehouden op hun loon. De grens is ook van belang voor de kinderbijslag: de ouders van de student die deze grens overschrijdt, ontvangen geen kinderbijslag meer.

Aanpassingen aan deze regeling

Voor het derde kwartaal van 2021, dus voor de maanden juli, augustus en september, is deze regeling versoepeld. De uren die een jobstudent tijdens deze periode presteert, tellen niet mee in de berekening van de 475 uren. De sociale bijdragen worden niet verhoogd, er wordt geen bedrijfsvoorheffing ingehouden en het recht op kinderbijslag blijft bestaan, ook al komt de student door uren gepresteerd in de zomer boven de 475 uren uit. Bovendien telt het loon van de student tijdens dit kwartaal niet mee om te bepalen of de student onder de inkomensgrenzen blijft voor de fiscale tenlasteneming van zijn of haar ouders. 

Als werkgever kan je dus tijdens de zomermaanden studenten als extra arbeidskrachten inzetten. Met deze maatregel wil de overheid de heropstart van de economie ondersteunen.

De nieuwe maatregel voor het derde kwartaal 2021 geldt voor alle studenten. Voor studenten die werken in de gezondheidszorg en het onderwijs geldt een extra voordeel. Voor hen werden de uren van het eerste en tweede kwartaal van 2021 ook al niet meegeteld.

 

Let op: als werkgever moet je de door jobstudenten gepresteerde uren wel aangeven. 

Meer weten?

Meer informatie over bijzondere maatregelen voor studenten tijdens de coronacrisis vind je op de website van de sociale zekerheid.