Zijn de regels rond invordering van facturen in je algemene voorwaarden conform met de B2C-wetgeving?
Is je schuldenaar die nalaat te betalen een consument? Dan heb je niet zomaar een onbeperkte vrijheid om de onbetaalde facturen in te vorderen. Consumenten hebben namelijk sinds eind 2024 een betere bescherming dan vroeger wanneer ze een factuur niet of te laat betalen. We geven een kort overzicht van waar je op moet letten.
Verplicht kosteloze eerste herinnering
Op je facturen of in je algemene voorwaarden neem je een termijn van betaling op, waarbinnen je schuldenaar de factuur moet voldoen. Wanneer de consument zijn schuld niet heeft betaald binnen deze termijn, stuur je hem een ingebrekestelling. Voor een dergelijke eerste herinnering mag je geen kosten in rekening brengen.
Let op!
De wet geeft expliciet aan wat er allemaal in deze ingebrekestelling moet worden opgenomen. Het gaat bijvoorbeeld om de vermelding van het verschuldigde saldo en het bedrag van de schadevergoeding die zal worden gevorderd bij niet-betaling, het feit dat er een betalingstermijn van 14 dagen loopt, de datum van de opeisbaarheid van de schuld enzovoort. Om zeker te zijn dat je ingebrekestelling geldig is, laat je je dus best bijstaan door een expert.
Stuur je later nog een herinnering? Dan mag je hier per bijkomende ingebrekestelling maximaal 7,5 euro in rekening brengen, bovenop de portkosten.
Plafond op nalatigheidsinteresten
Stuur je je schuldenaar-consument zo’n eerste ingebrekestelling, dan heeft hij 14 dagen de tijd om de factuur te betalen. Als hij deze termijn overschrijdt, kan je interesten beginnen aanrekenen, de zogenaamde “nalatigheidsinteresten”. Voor KMO’s geldt dat je deze interesten wel (deels) retroactief mag aanrekenen, namelijk vanaf de kalenderdag volgend op de datum van verzending van de eerste herinnering. Dergelijke interesten kan je slechts vorderen wanneer dit contractueel is bepaald. De hoogte van deze interesten is geplafonneerd. Deze mogen niet hoger zijn dan de interest tegen de referentie-interestvoet vermeerderd met acht procentpunten.
Plafond op forfaitaire schadevergoedingen
Naast de nalatigheidsinteresten, rekenen ondernemingen vaak ook een schadevergoeding aan bij laattijdige betaling. Deze vormen dan een vergoeding voor de kosten die de onderneming moet maken om de schuld te innen. Ook hier heeft de wetgever een plafond voorzien. De maximale bedragen zijn:
- 20 euro als het verschuldigde bedrag lager dan of gelijk aan 150 euro is;
- 30 euro vermeerderd met 10 % van het verschuldigde bedrag op de schijf tussen 150,01 euro en 500 euro als het verschuldigde saldo tussen 150,01 euro en 500 euro is;
- 65 euro vermeerderd met 5 % van het verschuldigde bedrag op de schijf boven 500 euro met een maximum van 2.000 euro als het verschuldigde saldo hoger dan 500 euro is.
Let op!
Je kan deze schadevergoeding enkel vorderen als dit uitdrukkelijk is bepaald in het contract met de consument. Is dit niet in je algemene voorwaarden opgenomen? Dan heb je niet de mogelijkheid om een vergoeding te vorderen.
Over welke soort schulden gaat het?
De regels zijn van toepassing op elke soort schuld van de consument ten aanzien van jouw onderneming, op voorwaarde dat er nog geen uitvoerbare titel voorhanden is. Dit betekent dat de wet niet meer geldt wanneer een gerechtelijke uitspraak de consument reeds veroordeelt tot betaling van de schuld.
Mag je hiervan afwijken?
De regels zijn ingegeven vanuit het oogpunt van consumentenbescherming. Hierdoor mag je er als ondernemer niet zomaar van afwijken. Wat je wel mag doen, is bepalingen opnemen in je algemene voorwaarden die nog voordeliger zijn voor de consument dan het wettelijk kader. Zo kan je bijvoorbeeld bepalen dat je ook voor een tweede of een derde ingebrekestelling geen kosten zal aanrekenen. Omdat de wet al zeer ver gaat in het beschermen van de consument, valt dit echter niet aan te raden.
Actie vereist
Zijn je algemene voorwaarden of je factuurvoorwaarden minder voordelig voor de consument dan de nieuwe wetgeving, dan worden de clausules in kwestie als niet-geschreven beschouwd. Je kan je er dus niet op beroepen ten opzichte van de consument. Die wordt van rechtswege vrijgesteld van de betaling van nalatigheidsinteresten, incassokosten en schadevergoeding. Daarnaast zijn er administratieve sancties en zelfs strafsancties mogelijk.
Het is dus van belang goed na te denken bij de opmaak van je voorwaarden, zodat je de kans om nalatigheidsinteresten, invorderingskosten en/of schadevergoedingen te innen niet misloopt.
Hiervoor kan je beroep doen op de juridische adviseurs van SBB.