Selecteer uw kantoor uit onderstaande lijst

Op basis van uw locatie selecteerden wij ons kantoor in . Wijzigen? Zoek SBB-kantoor.

Bestuurdersaansprakelijkheid - Hoofdelijke aansprakelijkheid voor bestuurders bij niet betalen van btw

Gepubliceerd op 18-02-15

Met bestuurder wordt bedoeld elke persoon die, in feite of in rechte, de bevoegdheid heeft of heeft gehad om de vzw te besturen. Indien deze bestuurder in de uitoefening van zijn mandaat een fout maakt en hierdoor een derde schade lijdt, is er sprake van bestuurdersaansprakelijkheid. Een wettelijk vermoeden werd door de wet ingebouwd bij een aantal situaties. Dit is zo onder andere het geval bij het niet regelmatig doorstorten van de btw.
Het hof van beroep te Antwerpen heeft hierover recent een uitspraak gedaan. Het betreffend arrest heeft betrekking op een vennootschap, maar deze uitspraak is evenzeer aan de orde voor verenigingen. Artikel 93undecies C.W.BTW is immers ook van toepassing op grote verenigingen en stichtingen.

Wat vooraf ging

Een btw-maandaangever heeft tijdens een kalenderjaar gedurende tien opeenvolgende maanden de maandelijkse verschuldigde btw niet doorgestort. Ook de erop volgende periode van 10 maanden heeft de btw-maandaangever nog steeds het oplopend saldo van de rekening-courant niet vereffend. Twee jaar later wordt de vennootschap failliet verklaard, nadat er vergeefse pogingen waren gedaan om mogelijke investeerders te betrekken om via fondsen te investeren en de bevoorrechte schuldeisers alsnog te betalen.

Wat zegt de wet

Artikel 93undecies C.W.BTW voorziet in de aansprakelijkheid van bestuurders indien de vennootschap haar verplichting van doorstorten van de verschuldigde btw niet respecteert: "§1 In geval van tekortkoming door een aan de btw onderworpen vennootschap of door een rechtspersoon bedoeld in artikel 17,§3 van de wet van 27 juni 1921 [...} , aan haar verplichting tot het betalen van de belasting, van de intresten of van de bijkomende kosten, zijn de bestuurders van de vennootschap of van de rechtspersoon die belast zijn met de dagelijkse leiding [...} hoofdelijk aansprakelijk voor de tekortkoming indien dit te wijten is aan een fout in de zin van artikel 1382, die zij hebben begaan bij het besturen van de vennootschap of de rechtspersoon. Deze hoofdelijke aansprakelijkheid kan worden uitgebreid naar de andere bestuurders {...} indien in hunnen hoofde een fout wordt aangetoond die heeft bijgedragen tot de in het eerste lid bedoelde tekortkoming"

Hierbij wordt dus duidelijk dat het niet enkel de bestuurders betreft die belast zijn met het dagelijks bestuur, de aansprakelijkheid kan ook worden uitgebreid naar de andere bestuurders.

Tevens voorziet de wet in een wettelijk vermoeden van fout: "§2 de herhaalde niet-betaling van de voormelde belastingschuld door de vennootschap of door de rechtspersoon wordt, behouden tegenbewijs, vermoed voor te vloeien uit een in §1, eerste lid, bedoelde fout"

Volgens de wet dient men onder 'herhaalde niet-betaling' te verstaan:
Voor kwartaalaangevers : twee niet-betalingen in de periode van één jaar
Voor maandaangevers : drie niet-betalingen in de periode van één jaar

 
De bestuurders hebben wel de mogelijkheid het tegenbewijs te leveren. Het wettelijk vermoeden speelt niet wanneer een gerechtelijk akkoord werd aangevraagd, in geval van faillissement of bij een gerechtelijke ontbinding. 

De hoofdelijke aansprakelijkheid kan uitgebreid worden tot de bestuurders die niet belast zijn met de dagelijkse leiding als kan aangetoond worden dat zij een fout hebben begaan en dat deze fout heeft bijgedragen tot de tekortkoming inzake btw. 

De vennootschap of vereniging heeft altijd nog de mogelijkheid om de situatie te regulariseren: de ontvanger kan maar een rechtsvordering instellen één maand nadat hij de betrokken bestuurders bij aangetekende brief verzocht heeft om de tekortkoming te verhelpen of om aan te tonen dat dit niet het gevolg is van een door hen begane fout. Dit verhindert niet dat de ontvanger ondertussen bewarende maatregelen kan vorderen.

Wat oordeelde de rechter

De rechter oordeelde dat er in dit geval niet noodzakelijk een causaal verband bestaat tussen het niet betalen van de btw en het faillissement twee jaar later. Er kan niet van uitgegaan worden dat het niet betalen van de btw te wijten is aan financiële moeilijkheden die aan de basis lagen van het faillissement. Ook het inroepen van de economische crisis is op zich geen reden voor het niet naleven van de fiscale verplichtingen. 

Het is de gedelegeerd bestuurder die erop moet toezien dat de verschuldigde btw tijdig wordt betaald. In dit geval heeft de vennootschap de btw gedurende lange tijd niet betaald. Ondertussen bleef de vennootschap verder actief en maakte ze dus onrechtmatig gebruik van btw-gelden. Het hof is dan ook van oordeel dat de bestuurders belast met het dagelijks bestuur aansprakelijk zijn, maar ook de andere bestuurders gaan niet vrijuit. Het hof oordeelt hierbij dat er duidelijk fouten zijn gemaakt, de bestuurders hebben toegelaten dat de btw niet werd afgedragen. Men is blijven hopen op een verder bestaan, terwijl duidelijk was dat de moeilijkheden niet tijdelijk waren.

Het hof veroordeelde ten slotte alle bestuurders, hoofdelijk aansprakelijk, tot betaling van alle openstaande BTW schulden.

 

Annette

Annette

adviseur social profit

Praktijkgidsen

Praktijkgidsen

Wij krijgen elke dag vragen van klanten die voor belangrijke investeringsbeslissingen staan. Om hen wegwijs te maken in de vaak complexe wetgeving waarmee ze geconfronteerd worden, heeft ons kenniscentrum een aantal praktijkgidsen uitgewerkt die u wellicht zullen interesseren. U kan ze gratis downloaden.

 

Bekijk alle praktijkgidsen
Schrijf u in op de nieuwsbrief en blijf steeds op de hoogte van veranderingen in uw sector
Bedankt voor uw inschrijving.