Selecteer uw kantoor uit onderstaande lijst

Op basis van uw locatie selecteerden wij ons kantoor in . Wijzigen? Zoek SBB-kantoor.

Fiscaal optimaliseren met de liquidatiereserve?

Gepubliceerd op 06-07-15

Kmo-vennootschappen kunnen hun winsten opnemen in een zgn liquidatiereserve op de passief van de balans. De liquidatiereserve laat een aandeelhouder natuurlijke persoon toe om de vennootschapswinsten op termijn uit te keren met een aanzienlijke belastingbesparing ...

De vennootschapsbelasting

Een vennootschap betaalt een vennootschapsbelasting op de eventueel gerealiseerde fiscale winst. De vennootschapsbelasting bedraagt in de regel 33,99% tenzij de vennootschap de zgn verlaagde belastingtarieven van 24,98% tot 35,54% kan genieten.

Een dividendbelasting van 25%

De winst na vennootschapsbelasting blijft in het vermogen van de vennootschap tenzij beslist wordt tot een dividenduitkering aan de aandeelhouder(s). Indien de aandeelhouder een natuurlijke persoon is, dan is het dividendinkomen in principe belastbaar aan 25%. De belasting wordt door de vennootschap ingehouden via een zgn roerende voorheffing. De voorheffing is de eindbelasting zodat de aandeelhouder het dividendinkomen niet moet aangeven in zijn belastingaangifte in de personenbelasting.

De liquidatiereserve

Op de regel dat een dividendinkomen van een aandeelhouder natuurlijke persoon belastbaar is aan 25% bestaan uitzonderingen. Eén van die uitzonderingen is een uitkering door de vennootschap uit de zgn liquidatiereserve.

De gewone liquidatiereserve

Een kmo-vennootschap kan vanaf aanslagjaar 2015 de jaarlijkse vennootschapswinst (na vennootschapsbelasting) geheel of gedeeltelijk reserveren en opnemen op een passiefrekening van de balans. Dit is de zgn gewone liquidatiereserve. De vennootschap dient hierbij een anticipatieve heffing van 10% te betalen via de aangifte in de vennootschapsbelasting. De liquidatiereserve die vanaf aanslagjaar 2015 jaarlijks mag worden opgebouwd, mag altijd worden uitgekeerd aan de aandeelhouders. Bij een uitkering binnen de vijf jaar na de aanleg van de reserve zal echter een aanvullende belasting van 15% verschuldigd zijn zodat de totale belastingdruk 25% bedraagt (10% anticipatieve heffing + 15% aanvullende roerende voorheffing). Een uitkering in de eerste vijf jaren heeft dus in wezen geen zin omdat er dan geen belastingbesparing is gebeurd in vergelijking met een gewone dividenduitkering aan 25%. Bij een uitkering na vijf jaar na de aanleg van de reserve zal er slechts een aanvullende belasting van 5% verschuldigd zijn. De totale belastingdruk bedraagt dan 15% (10% anticipatieve heffing + 5% aanvullende roerende voorheffing)… In vergelijking met een gewone dividenduitkering aan 25% roerende voorheffing levert dit dus een belastingbesparing op van 10%.

Beter nog, indien de vennootschap na het aanleggen van een liquidatiereserve werkelijk wordt ontbonden en vereffend (zgn liquidatie van de vennootschap), dan is er geen aanvullende belasting verschuldigd wanneer de liquidatiereserve wordt uitgekeerd aan de aandeelhouder(s) zodat de totale belastingdruk 10% bedraagt, of een belastingbesparing van 15%. De termijn van vijf jaar is hier dan niet van toepassing. Bij een liquidatie binnen of na de eerste vijf jaren na het aanleggen van de liquidatiereserve zal geen aanvullende belasting verschuldigd zijn. De totale belastingdruk blijft dan beperkt tot de 10% anticipatieve heffing.

De bijzondere liquidatiereserve

De federale regering Michel-I heeft de mogelijkheid om een liquidatiereserve aan te leggen uitgebreid tot de niet-uitgekeerde winsten van het aanslagjaar 2013 en 2014. Een kmo-vennootschap kan dus ook de niet-uitgekeerde winst van het boekjaar 2012 en 2013 opnemen in een liquidatiereserve, de zgn bijzondere liquidatiereserve.

Indien een kmo-vennootschap de winst van het jaar 2012 (aj. 2013) wil opnemen in een bijzondere liquidatiereserve, dan moet de vennootschap snel beslissen. De anticipatieve heffing van 10% moet dan tegen 30 november 2015 worden betaald. De aangelegde bijzondere liquidatiereserve zal vervolgens ten vroegste vanaf 1 januari 2021 kunnen worden uitgekeerd met een aanvullende roerende voorheffing van 5%.

Indien een kmo-vennootschap de winst van het jaar 2013 (aj. 2014) wil opnemen in een bijzondere liquidatiereserve, dan heeft de vennootschap nog een jaar de tijd. De anticipatieve heffing van 10% moet dan tegen 30 november 2016 worden betaald. De aangelegde bijzondere liquidatiereserve zal vervolgens ten vroegste vanaf 1 januari 2022 kunnen worden uitgekeerd met een aanvullende roerende voorheffing van 5%.

Is een liquidatiereserve altijd interessant?

Niet altijd. De liquidatiereserve is een fiscale gunstmaatregel die zeer interessant kan zijn. Er kunnen altijd redenen zijn om geen liquidatiereserve aan te leggen. Bovendien zijn er mogelijks andere fiscale gunstmaatregelen die interessanter zijn voor uw kmo-vennootschap. U goed laten adviseren en begeleiden is dus de boodschap. SBB Accountants & Adviseurs beschikt over een uitgebreide en performante rekentool die de fiscale mogelijkheden met elkaar vergelijkt. Voor een verder advies of voor verdere vragen, contacteer gerust uw dichtsbijzijnd SBB-kantoor.

Gregory

Gregory

fiscaal adviseur

Praktijkgidsen

Praktijkgidsen

Wij krijgen elke dag vragen van klanten die voor belangrijke investeringsbeslissingen staan. Om hen wegwijs te maken in de vaak complexe wetgeving waarmee ze geconfronteerd worden, heeft ons kenniscentrum een aantal praktijkgidsen uitgewerkt die u wellicht zullen interesseren. U kan ze gratis downloaden.

 

Bekijk alle praktijkgidsen
Schrijf u in op de nieuwsbrief en blijf steeds op de hoogte van veranderingen in uw sector
Bedankt voor uw inschrijving.