Selecteer uw kantoor uit onderstaande lijst

Op basis van uw locatie selecteerden wij ons kantoor in . Wijzigen? Zoek SBB-kantoor.

Financiering via een buitenlandse vennootschap

Gepubliceerd op 05-07-17

De financiering van een Belgische vennootschap is geen eenvoudige zaak. Zo zijn er bijvoorbeeld heel wat juridische en fiscale aspecten waarmee rekening moet worden gehouden. Die aspecten zijn complex indien het gaat over een financiering in een internationale context, bijvoorbeeld wanneer een Belgische vennootschap een lening krijgt van een buitenlandse vennootschap. Hierna worden een aantal fiscale aandachtspunten kort toegelicht.

Een klassieke lening van een buitenlandse vennootschap

Een Belgische vennootschap die op zoek is naar financiële middelen krijgt een externe financiering van een buitenlandse vennootschap. De buitenlandse vennootschap geeft hiervoor bijvoorbeeld een klassieke lening. De twee vennootschappen kunnen tot dezelfde groep behoren en met elkaar verbonden zijn. Zo kan de buitenlandse vennootschap bijvoorbeeld de moedervennootschap zijn van de Belgische vennootschap. In die situatie spreekt men dan van een zgn shareholder loan. De twee vennootschappen kunnen ook niet behoren tot dezelfde groep en volledig onafhankelijk zijn van elkaar.

Moet de buitenlandse vennootschap een marktconforme rente vragen?

De leningvoorwaarden en de interestvergoeding moeten marktconform zijn. Dit geldt ook indien de vennootschappen tot dezelfde groep behoren. Met een renteloze lening kunnen er fiscale addertjes onder het gras schuilen voor de Belgische vennootschap. Het Hof van Cassatie heeft in een arrest van 10 maart 2016 geoordeeld dat een Belgische vennootschap die een renteloze lening krijgt van een verbonden vennootschap, belastbaar is op het genoten abnormaal voordeel. Ook het Hof van Beroep te Antwerpen heeft geoordeeld dat een renteloze lening van een Britse vennootschap aan een verbonden Belgische vennootschap een belastbaar abnormaal voordeel kan uitmaken (arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen van 28 maart 2017). Het abnormaal voordeel die de Belgische vennootschap geniet is namelijk de uitgespaarde interestkost… De uitgespaarde interestkost vormt met andere woorden een minimaal belastbare winst in hoofde van de Belgische vennootschap ongeacht het werkelijk fiscaal resultaat van die vennootschap.

Voorbeeld:

De buitenlandse vennootschap CreditCo geeft een renteloze lening van 3.000.000 euro aan de Belgische vennootschap BelCo. De marktconforme rente bedraagt 3%. BelCo heeft dus 90.000 euro interestkosten ‘bespaard’ (3.000.000 euro x 3%). Dit kan gekwalificeerd worden als een abnormaal genoten voordeel waardoor Belco minstens op 90.000 euro wordt belast zelfs indien het werkelijk resultaat van dat jaar lager is dan 90.000 euro…

Mag de Belgische vennootschap de interesten fiscaal aftrekken?

De interesten zijn in principe fiscaal aftrekbaar. De interesten moeten marktconform zijn en dus niet overdreven zijn. Overdreven interestvergoedingen zijn immers niet aftrekbaar.

Indien de vennootschappen tot dezelfde groep behoren dan zijn de interesten beperkt aftrekbaar, dit is de zgn thin-cap regel. Die regel bepaalt dat de interesten volledig aftrekbaar zijn indien de lening niet meer bedraagt dan 5 maal de belaste reserves bij het begin van het boekjaar en het gestort kapitaal op het einde van het boekjaar.

Een Belgische vennootschap die voor meer dan 100.000 euro (zowel interesten als kapitaalaflossingen) per jaar betaalt aan een vennootschap gevestigd in een ‘belastingparadijs’ mag de interestvergoeding als een kost aftrekken indien die betalingen worden aangegeven in een bijzondere aangifte (formulier 275F). De belastingadministratie houdt een lijst bij van de geviseerde belastingparadijzen (bv. Jersey). Echter, Luxemburg bijvoorbeeld staat niet meer op de zwarte lijst van ‘belastingparadijzen’. De interestvergoedingen betaald aan een Luxemburgse vennootschap zijn dus aftrekbaar, zelfs indien de betalingen (interestvergoedingen en kapitaalaflossingen) meer dan 100.000 euro per jaar bedragen.

Is de buitenlandse vennootschap in België belastbaar op de interestvergoeding?

Dit hangt onder meer af van de vraag of België een dubbelbelastingverdrag heeft afgesloten met het land waar de buitenlandse vennootschap effectief is gevestigd. België en Luxemburg bijvoorbeeld hebben een dubbelbelastingverdrag afgesloten waarin bepaald wordt welk land de interestvergoeding mag belasten. De vraag of de Belgische vennootschap een roerende voorheffing moet inhouden op de interestvergoedingen van een lening kan als volgt worden samengevat:

 

 

Gregory

Gregory

fiscaal adviseur

Schrijf u in op de nieuwsbrief en blijf steeds op de hoogte van veranderingen in uw sector
Bedankt voor uw inschrijving.