Selecteer uw kantoor uit onderstaande lijst

Op basis van uw locatie selecteerden wij ons kantoor in . Wijzigen? Zoek SBB-kantoor.

Demente schenker. Wat gedaan?

Gepubliceerd op 28-10-15

Vaak worden kinderen geconfronteerd met al te hoge erfenisrechten ingeval hun ouders komen te overlijden. Ingeval van een vererving in rechte lijn, wordt een vermogen boven de 250.000 EUR namelijk belast in de schijf van 27% der erfenisrechten.

Aangezien er in het Vlaams Gewest een opsplitsing gebeurt tussen de roerende goederen en onroerende goederen en beide massa's vervolgens apart worden belast, doet dit de belastingsdruk enigszins afnemen. Daarenboven worden de erfenisrechten in het Vlaams Gewest berekend per erfgenaam, dit althans voor verervingen in rechte lijn en tussen broers en zussen, hetgeen de verschuldigde erfenisrechten per erfgenaam eveneens doet verminderen.

Indien u echter over een groot vermogen beschikt, is dit evenwel niet voldoende om de verschuldigde erfenisrechten binnen de perken te houden.

Zoals u wellicht weet, kan u de belastingsdruk aanzienlijk doen afnemen door tijdig aan een successieplanning te denken.

Gezien de meeste mensen slechts op latere leeftijd hun nalatenschap beginnen plannen, is het niet onrealistisch dat één van de echtgenoten zich reeds in een dementerende staat bevindt. Wat kan u in zulk geval ondernemen indien u toch vermogen wenst over te dragen naar de volgende generatie.

Stel, u heeft nog verschillende hectaren landbouwgrond die beroepsmatig worden geïnvesteerd in uw landbouwonderneming en u wenst deze gronden reeds over te dragen aan uw kinderen onder toepassing van het gunsttarief inzake schenking familiale onderneming. Dit alles met het oog op het verminderen van de verschuldigde erfenisrechten ingeval van overlijden.

Indien de gronden tot de huwgemeenschap behoren, is het noodzakelijk dat beide echtgenoten hun toestemming geven om te schenken. Aangezien één van de echtgenoten dement is, kan deze veelal geen geldige toestemming meer geven.

Vooreerst is er de notaris voor wie de schenkingsakte wordt verleden die de gezondheid van geest in de zin van artikel 901 van het Burgerlijk Wetboek van de schenker dient na te gaan. Indien blijkt dat de schenker onvoldoende gezond van geest is, dient de notaris zijn ambt te weigeren.

Bij een hand-of bankgift bestaat deze notariële toets echter niet, hetgeen ingeval van twijfel wel eens problemen kan veroorzaken. Indien vb.een misnoegde broer of zus achteraf zou opwerpen dat de schenker ten tijde van de schenking ongezond van geest was, kan de schenking nietig worden verklaard. Deze nietigheid is relatief, zodat enkel de schenker of diens erfgenamen de nietigheid van de schenking kunnen vorderen.

Indien de schenking goederen betreft die behoren tot de huwgemeenschap van de echtgenoten, kan beroep gedaan worden op artikel 1420 van het Burgerlijk Wetboek. Dit artikel biedt de mogelijkheid aan de bekwame echtgenoot om de schenkingsakte ook in naam en voor rekening van zijn onbekwame (demente) echtgenote te ondertekenen. Hiertoe dient de bekwame echtgenoot voorafgaandelijk een bijzondere machtiging aan te vragen bij de rechter. De rechter zal evenwel beoordelen of de schenking verantwoord is en o.a. de belangen van het gezin niet schendt.

Indien de schenking ook goederen zou omvatten die tot het eigen vermogen van de demente echtgenoot behoren, dient men echter beroep te doen op de nieuwe wetgeving van 17 maart 2013 inzake hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid.

Deze nieuwe wet biedt de mogelijkheid om een bewindvoerder aan te stellen over de goederen, dan wel de persoon (of beiden) van de onbekwame.

Wat schenkingen betreft, zal de rechter die een beschermingsmaatregel met betrekking tot de goederen beveelt, in zijn beschikking uitdrukkelijk moeten bepalen of de beschermde persoon nog kan schenken. Wanneer een beschermd persoon niet onbekwaam wordt verklaard om te schenken, is hij in principe nog bekwaam om schenkingen te doen, mits voldaan is aan de gemeenrechtelijke vereisten inzake gezondheid van geest. De persoon in kwestie dient desgevallend geen bijkomende machtiging aan de rechter te vragen, noch is er in enige controle voorzien.

Vanaf 1 september 2014 (vanaf de inwerkingtreding van de wet van 17 maart 2013) zal de notaris een verhoogde waakzaamheid aan de dag moeten leggen wanneer een beschermde persoon - die door de rechter bekwaam werd geacht om te schenken - daadwerkelijk overgaat tot schenken aangezien de gezondheidstoestand van een beschermd persoon onvoorspelbaar kan wijzigen.

Onder de oude wet was het zo dat een beschermd persoon principieel onbekwaam werd geacht om te schenken. Bijgevolg diende de beschermde persoon automatisch een bijzondere machtiging te vragen aan de rechter ingeval hij tot een schenking wou overgaan. Onder de oude wetgeving op het voorlopig bewind aanvaardde de meerderheid van de rechtsleer echter niet dat de voorlopige bewindvoerder namens de beschermde persoon rechtstreeks dan wel onrechtstreeks schenkingen kon doen, zelfs niet mits machtiging van de rechter.

De nieuwe wet op het bewind voert een uitzondering in op het strikt persoonlijk karakter van de schenking. De bewindvoerder-vertegenwoordiger krijgt onder de nieuwe wet, onder bepaalde voorwaarden, de mogelijkheid om te schenken in de plaats van de beschermde persoon.

De eerste voorwaarde is dat de rechter de bewindvoerder over de goederen enkel een bijzondere machtiging kan verlenen om te schenken in naam en voor rekening van de beschermde persoon wanneer de beschermde persoon zelf onbekwaam is om te schenken, hetgeen moet blijken uit een omstandige geneeskundige verklaring.

Als tweede voorwaarde wordt gesteld dat de 'animus donandi' (de wil tot schenken) in hoofde van de beschermde persoon moet worden aangetoond. Dit dient in principe te gebeuren op basis van vroegere mondelinge of schriftelijke verklaringen van de beschermde persoon, zoals vb. een volmacht in het kader van buitengerechtelijke bescherming, geuit op een tijdstip waarop de persoon nog wilsbekwaam was, zodat de wil tot schenken uitdrukkelijk blijkt.

Als derde voorwaarde geldt dat de rechter in ieder geval slechts toestemming kan geven om over te gaan tot schenken indien de schenking in verhouding staat tot het vermogen van de beschermde persoon en daarenboven mag de schenking de beschermde persoon of zijn onderhoudsgerechtigden niet behoeftig dreigen te maken.

Indien de animus donandi niet kan worden aangetoond of er wordt niet voldaan aan één van de andere voorwaarden, zal de rechter zijn toestemming weigeren en is de voorgenomen schenking uitgesloten.

Silke

Silke

adviseur successie- en vastgoedplanning

Schrijf u in op de nieuwsbrief en blijf steeds op de hoogte van veranderingen in uw sector
Bedankt voor uw inschrijving.