Selecteer uw kantoor uit onderstaande lijst

Op basis van uw locatie selecteerden wij ons kantoor in . Wijzigen? Zoek SBB-kantoor.

De schenking van een levensverzekering onder vuur door de Vlaamse Belastingdienst

Gepubliceerd op 20-11-15

Men kan roerende goederen op verschillende manieren schenken. Dit kan gebeuren via een handgift, een bankgift of een notariële schenking in België of in het buitenland. Bij een notariële schenking voor een Belgische notaris wordt de schenkingsakte automatisch ter registratie aangeboden en hierop is dan schenkbelasting verschuldigd (vlak tarief van 3 % of 7 % in het Vlaams Gewest). Als er geen schenkbelasting is betaald, en de schenker komt binnen drie jaar na de schenking te overlijden, is er erfbelasting verschuldigd over de geschonken som.

Levensverzekering

Stel nu dat de schenker geen geldsom of effecten wil schenken, maar wel een beleggingsverzekerering. Vaak wordt zo’n verzekering volgens een 'AAB-verzekeringsconfiguratie' afgesloten, waarbij A verzekeringnemer en verzekerd hoofd is en B (bv. zijn kind) de begunstigde is van de verzekeringsprestatie die de verzekeraar bij het overlijden van A zal uitkeren.

Als A de in zijn levensverzekering belegde sommen wil schenken, dan kan hij zijn levensverzekering afkopen en de afkoopwaarde aan B schenken. Het gaat dan om een schenking van een geldsom zoals in de eerste alinea beschreven. Maar het is niet altijd wenselijk om op deze manier te werk te gaan. Er kunnen hier aanzienlijke kosten verbonden zijn.

Vandaar dat de praktijk ontstaan is om de levensverzekering ongehavend te behouden en die te schenken, waarbij de levensverzekering dus het voorwerp is van de schenking. De gehele verzekering wordt overgedragen. Dit betekent dat dus niet enkel de afkoopwaarde, maar alle rechten die ermee samenhangen, worden overgedragen.

Door de schenking zal de 'AAB-configuratie' overgaan in een 'BAB-configuratie'. B is dan de nieuwe verzekeringsnemer, en A is enkel nog verzekerd hoofd in die nieuwe configuratie. Er wordt aangeraden om een dergelijke schenking te doen via Belgische notariële akte. Dit betekent dus met betaling van drie procent schenkbelasting, berekend op de afkoopwaarde van de verzekering. De schenking van de beleggingsverzekering gaat bovendien gepaard met een bijvoegsel bij de oorspronkelijke polis.

Vroeger rees de vraag of deze schenking later nog belast kon worden in erfbelasting, omdat er reeds schenkbelasting betaald is. Normaal gezien is er geen erfbelasting verschuldigd wanneer er reeds schenkbelasting betaald is op een roerende schenking.

Ook rees de vraag of er nog wel sprake kon zijn van een belastbaar fictief legaat ten voordele van een derde, gezien de gewijzigde configuratie. Wat betreft het tweede punt, is de federale belastingadministratie, die tot en met vorig jaar in Vlaanderen bevoegd was voor dergelijke materie, en het nog steeds is in het Brussels en Waals Gewest, dat er door de nieuwe configuratie, geen sprake meer is van een beding ten gunste van een derde, meer wel ten gunste van zichzelf. Hierdoor is het toepasselijke wetsartikel, artikel 8 W.Succ in Wallonië en Brussel, en artikel 2.7.1.0.6 VCF dat een beding ten gunste van een derde belast, niet van toepassing, en moet op de uitgekeerde som (of in sommige gevallen op de helft ervan) geen erfbelasting betaald worden.

Recent, in het eerder vernoemd standpunt, heeft de Vlaamse Belastingdienst geponeerd dat de voorgaande regeling niet meer opgaat, en dat er toch erfbelasting verschuldigd is.

Het maakt volgens haar niet uit of er reeds schenkbelasting betaald is, want: "Het voorwerp van deze uitkering bij overlijden is immers niet hetzelfde als het voorwerp dat met de schenkbelasting is belast". Normaal gezien is de erfbelasting niet verschuldigd op een roerende schenking wanneer er reeds schenkbelasting is betaald.

De Vlaamse Belastingdienst gaat hier voorbij aan het feit dat niet enkel de afkoopwaarde over wordt gedragen, maar de gehele verzekeringsprestatie. Zij verliest hierbij echter uit het oog dat zij hiermee de schenking van een verzekering anders behandelt dan de schenking van een geldsom of een effectenportefeuille, waar een betaling van de schenkbelasting van drie procent bevrijdend werkt ten aanzien van de erfbelasting.

Naast het feit dat de Vlaamse Belastingdienst vindt dat de betaling van schenkbelasting niet relevant is, is zij van mening dat de uitkering van het kapitaal oorspronkelijk door de schenker-verzekeringsnemer is bedongen, en het daarom een beding ten behoeve van een derde in de zin van art. 2.7.1.0.6., § 1 VCF blijft.

Zij negeert hiermee het feit dat er door de schenking van de levensverzekering geen sprake meer kan zijn van een beding ten behoeve van een derde, zoals de federale administratie in het verleden bevestigde.

Inwerkingtreding onduidelijk

Gezien de impact van de beslissing is het ten zeerste te betreuren dat de Vlaamse Belastingdienst geen datum van inwerkingtreding heeft bepaald. Naar verluidt zal de Vlaamse Belastingdienst hierin nog duidelijkheid brengen.

Rechters

Ons inziens is het niet zeker of de rechterlijke macht de visie van de Vlaamse Belastingdienst zal volgen.

Sonny

Sonny

adviseur successieplanning

Schrijf u in op de nieuwsbrief en blijf steeds op de hoogte van veranderingen in uw sector
Bedankt voor uw inschrijving.