Selecteer uw kantoor uit onderstaande lijst

Op basis van uw locatie selecteerden wij ons kantoor in . Wijzigen? Zoek SBB-kantoor.

De "nieuwe" vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen uitgebreid toegelicht in nieuwe Circulaire

Gepubliceerd op 23-09-14

Zoals reeds eerder aangehaald komen verenigingen en kleine ondernemingen waarvan hun jaaromzet minder bedraagt dat 15.000 euro (exclusief btw), in aanmerking voor de bijzondere vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen. Sinds 1 april 2014 is deze drempel van een jaaromzet van 5.580 euro opgetrokken naar 15.000 euro ('Verenigingen en kleine ondernemingen sneller vrijgesteld van btw').

Opteren voor deze regeling houdt in dat men geen btw meer moeten aanrekenen op de uitgaande facturen en dus ook geen btw moet doorstorten naar de schatkist. Men kan dan ook geen btw (meer) terugvorderen op inkomende handelingen. De kleine ondernemer geniet bovendien van een ontheffing van een aantal administratieve verplichtingen die worden opgelegd aan de gewone btw-plichtigen.

De fiscus had reeds een brochure gepubliceerd over de nieuwe vrijstellingsregeling in afwachting van een aangepast Koninklijk Besluit.

Een nieuwe uitgebreide circulaire verduidelijkt nu verder deze regeling (Circulaire nr. ET 123.849 van 25.08.2014). Deze Circulaire annuleert en vervangt de aanschrijving nr. 2 van 7 februari 1994.

Een paar belangrijke aandachtspunten/nieuwigheden van deze regeling worden hieronder opgesomd.

De administratie bevestigt dat een belastingplichtige die tijdens het voorgaande kalenderjaar een omzet heeft gerealiseerd die het bedrag van 15.000 euro, exclusief btw, niet overschrijdt, nooit tegen zijn wil kan onderworpen worden aan de vrijstellingsregeling. De administratie moet erover waken dat de belastingplichtige formeel zijn akkoord heeft gegeven over de overgang naar de vrijstellingsregeling en dat hij zich bewust is van de gevolgen van de overgang van deze regeling. Voordien was dit niet het geval en was er een risico om automatisch naar de kleine ondernemingsregeling overgezet te worden vanaf 1 juli wanneer de omzet van het voorgaande jaar minder was dan 15.000 euro. Maar opgelet, men moet in principe nog steeds zelf de btw-administratie informeren vόόr 1 juni wanneer men de gewone btw-regeling wenst te behouden.

Een belastingplichtige bovendien al van de vrijstellingsregeling genieten vanaf 1 januari indien uit zijn exploitatievooruitzichten blijkt dat het jaarlijks omzetcijfer het volgend jaar de 15.000 euro niet zal overschrijden. Men dient dan in de loop van het vierde kwartaal, maar sowieso vόόr 15 december, een aanvraag indienen bij de btw-controle, met het bedrag van omzet van de eerste drie kwartalen en een raming van de omzet van het vierde kwartaal.

Wanneer men zijn activiteit in de loop van het jaar aanvangt en men wil bepalen of men in aanmerking komt van de kleine ondernemingsregeling, moet de drempel van 15.000 euro worden verminderd pro rata temporis, a rato van het aantal kalenderdagen verstrekt tussen 1 januari van het betrokken kalenderjaar en de datum van aanvang van de activiteit. Deze vermindering pro rata temporis van het omzetcijfer moet echter niet gebeuren voor seizoensgebonden ondernemingen of ondernemingen die een werkzaamheid uitoefenen op een onderbroken wijze. Denk bijvoorbeeld maar aan de ijsjesverkoper die tijdens de vakantiemaanden juli en augustus ijsjes en koude dranken verkoopt aan de kust.

 Indien het duidelijk is bij de aanvraag voor btw-identificatie (via het formulier 604A) dat de belastingplichtige niet aan de voorwaarde voor de kleine ondernemingsregeling voldoet of zal voldoen, kan de kleine ondernemingsregeling geweigerd worden. De btw-controle moet hiervoor wel de nodige argumenten aanhalen. Het heeft dus niet veel zin om de kleine ondernemingsregeling aan te vragen indien het overduidelijk is dat de omzet dat 15.000 euro zal overschrijden.

Vanaf het moment dat men in de loop van het jaar de drempel van 15.000 euro overschrijdt, moet men onmiddellijk de btw-controle hiervan in kennis stellen. Vanaf de overschrijding van de drempel moet er namelijk btw worden aangerekend op de verkopen en moeten er btw-aangiften worden ingediend (tenzij men opteert voor een bijzonder forfait). Het is dan ook niet onbelangrijk dat de kleine ondernemer (of zijn boekhouder) in de loop van het jaar zijn omzet goed bijhoudt. Hij moet namelijk weten vanaf welke verkoop hij btw moet aanrekenen en zijn controle hiervan op de hoogte moet stellen. Zo niet, is het mogelijk dat de kleine ondernemer zelf de 21% btw op de verkopen moet betalen aan de schatkist, verhoogd met btw-boeten en laattijdigheidsintresten. Bovendien kan er dan nog een boete worden opgelegd voor het niet in kennis stellen van de btw-controle van de overschrijding van de drempel.

Voor een uitgebreide uiteenzetting van de regeling van de kleine ondernemers, verwijzen wij naar de Circulaire nr. 34/2010 (ET 123.849).

 

Leslie

Leslie

fiscaal adviseur

Wegwijzers in het ondernemen

Wegwijzers in het ondernemen

Wie onderneemt, is vaak druk in de weer en heeft meer dan wie ook baat bij snelle en betrouwbare informatie. Daarom biedt SBB u deze praktische Wegwijzers aan. Op een overzichtelijke manier wordt antwoord gegeven op een aantal veelgestelde vragen. U kunt de SBB-Wegwijzers hieronder eenvoudig downloaden.
Bekijk alle wegwijzers
Schrijf u in op de nieuwsbrief en blijf steeds op de hoogte van veranderingen in uw sector
Bedankt voor uw inschrijving.