Selecteer uw kantoor uit onderstaande lijst

Op basis van uw locatie selecteerden wij ons kantoor in . Wijzigen? Zoek SBB-kantoor.

Rentabiliteit - Hoeveel houdt een vereniging uit haar activiteiten over?

Gepubliceerd op 18-02-15

Een vereniging zonder winstoogmerk wordt opgericht met een maatschappelijk doel voor ogen.Hierin verschilt de vzw danig met een vennootschap, die opgericht wordt met als doel een commerciële, winstgevende activiteit uit te oefenen.

Echter het belet een vzw niet om een positief resultaat te genereren of zelfs na te streven. Voorwaarde hierbij is wel dat het kadert in de realisatie van financiële soliditeit. Rentabiliteit is voor een vereniging geen doel op zich doch een middel ter realisatie van de continuïteit. De ratio's in verband met rentabiliteit die gebruikt worden voor commerciële organisaties zijn dan ook meestal niet relevant voor verenigingen.

Hierbij een overzicht van een paar ratio's die wel bruikbaar zijn voor de social profit.

Brutoverkoopmarge

 
Brutoverkoopmarge =  Bedrijfsresultaat voor de bedrijfsmatige niet-kaskosten x 100 / Verkopen

De verkoopmarge geeft het resultaat weer dat een organisatie kan genereren uit haar core business. Voor de berekening van deze verkoopmarge brengt men het bedrijfsresultaat in verhouding met de verkopen. Het begrip 'verkopen' moet geïnterpreteerd worden als 'core business' Dit wil zeggen dat naast de omzet ook rekening moet worden gehouden met de andere ontvangsten uit de core business van de vereniging, zoals bijvoorbeeld lidgelden, schenkingen, legaten en subsidies.

Bij de brutoverkoopmarge houdt men geen rekening met de structuurkosten. Dit zijn de kosten die rechtstreeks voortvloeien uit de structuur van de organisatie, waarvan de vaste activa doorgaans de voornaamste zijn. De structuurkosten zijn de afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen voor risico's en kosten.

De brutoverkoopmarge moet minstens positief zijn, een negatieve brutoverkoopmarge zou er immers op kunnen wijzen dat de werking van de vereniging , subsidies inbegrepen, niet zelffinancierend is, maar ook dat de vereniging er met haar werking niet in slaagt haar structuurkosten zelf te dragen.

De uitkomst van deze berekening op zich is niet relevant voor de vereniging, maar is uiterst geschikt om te vergelijkingen met organisaties actief binnen eenzelfde sector. Indien men het eigen resultaat vergelijkt met het resultaat van een gelijkaardige vereniging en waarbij de andere een hogere marge heeft, kan men tot de conclusie komen dat deze andere organisatie vanuit kosten/opbrengsten optimaler werkt. De verschillen in brutoverkoopmarge wijzen op verschillen in werking. Door dit ten gronde te bespreken en te analyseren, kan men de werking van de eigen vereniging verder optimaliseren.

Productiviteitsgraadmeter

 
Productiviteit per personeelslid =    netto toegevoegde waarde / aantal personeelsleden voltijds equivalent

waarbij netto toegevoegde waarde =
bedrijfsopbrengsten (70/74) - aankopen (60)- diensten&diverse goederen (61) - niet-kaskosten (63)

Productiviteit wordt gedefinieerd als 'meer winst genereren'. Dit wil zeggen efficiënter werken. Ook social profitorganisaties hebben er belang bij zo efficiënt mogelijk te werken. Via de ratio ' toegevoegde waarde ' in combinatie met het aantal medewerkers, krijgt men meer inzicht in de productiviteit. De kracht van de ratio zit hem in de vergelijking nadien met de ratio van gelijkaardige verenigingen in de sector.

Toegevoegde waarde is de waarde die de organisatie toevoegt aan de waarde van de verbruikte goederen en diensten door inzet van eigen productiefactoren. deze toegevoegde waarde moet voldoende zijn om alle interne 'productie factoren' te vergoeden. Bij de netto toegevoegde waarde houdt men rekening met de structuurkosten, we vergelijken nu immers de efficiëntie.

Men zou de toegevoegde waarde ook kunnen plaatsen tegenover de 'personeelskosten'. Deze benadering is echter pas relevant in geval de wijze van tewerkstelling tussen de vergelijkbare organisaties identiek is, zowel wat betreft de tewerkstellingsstatuten als qua financiering van deze tewerkstellingsstatuten.

De productiviteitsgraadmeter is een praktisch beleidsinstrument om de gevolgen van herstructureringen in kaart te brengen. Als deze bv. na herstructurering hoger ligt dan voor de herstructurering , dan betekent dit dat deze heeft bijgedragen tot de efficiëntie.

 

Annette

Annette

adviseur social profit

Praktijkgidsen

Praktijkgidsen

Wij krijgen elke dag vragen van klanten die voor belangrijke investeringsbeslissingen staan. Om hen wegwijs te maken in de vaak complexe wetgeving waarmee ze geconfronteerd worden, heeft ons kenniscentrum een aantal praktijkgidsen uitgewerkt die u wellicht zullen interesseren. U kan ze gratis downloaden.

 

Bekijk alle praktijkgidsen
Schrijf u in op de nieuwsbrief en blijf steeds op de hoogte van veranderingen in uw sector
Bedankt voor uw inschrijving.