GLB 2023: minimumpercentage bouwland aanhouden als niet-productieve arealen of elementen

Amelie Grammen
Omgevingsadvies

Minimumaandeel voor niet-productieve arealen of elementen

Conditionaliteit is de nieuwe term voor de huidige randvoorwaarden en enkele elementen van de huidige vergroening, maar ook nieuwe elementen gericht op meer duurzaamheid. De vergroeningspremie zelf valt hierdoor weg. De conditionaliteit is verplicht om toe te passen door alle landbouwers met rechtstreekse betalingen. 

Op vlak van biodiversiteit en landschap is één van de voorwaarden dat een minimumaandeel van het landbouwareaal bestemd is voor niet-productieve arealen of elementen. Dit houdt in dat een minimum percentage van het bouwland aangehouden zal moeten worden als niet-productieve arealen of elementen. 

  • Minimumaandeel van ten minste 4% bouwland op bedrijfsniveau bestemd voor niet-productieve arealen en elementen, met inbegrip van braakliggend land.
  • Minimumaandeel van ten minste 7% bouwland op bedrijfsniveau indien dit ook vanggewassen omvat, geteeld zonder gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, waarvan 3% braakliggend of niet-productieve elementen.
  • Vrijstelling voor bedrijven volgens 75%-regel (aandeel grassen en vlinderbloemigen op het totaal bouwlandareaal) zoals vandaag ook van toepassing voor de vergroeningsverplichtingen.

 

Een overzicht

Volgende tabel geeft de verschillende types van niet-productief areaal weer. Hou er rekening mee dat elk type een specifieke wegingsfactor heeft. 
 

Types niet-productief areaal/element + vanggewassen Wegingsfactor
Braakliggend land 1
Bufferstroken en akkerranden 1,5
Landschapselementen houtkanten/hagen/heggen 2
groep van bomen 1,5
bomenrijen 2
poelen 1,5
sloten 2
Vanggewas (mengsel is geen verplichting) 0,3

Omwille van de crisis in Oekraïne is er in 2023 een uitzondering voor het braakliggend land. Zo zal het toegestaan zijn om groenten en graangewassen (geen maïs) op braakliggend land te telen. Let wel op, dit is niet van toepassing voor percelen gelegen in groene bestemmingsgebieden. Een exacte lijst vanuit de overheid van de gewassen die hier voor in aanmerking komen, is nog in opmaak. De focus zal voornamelijk liggen op de voedingsproductie voor directe consumptie.

Een voorbeeld

Een landbouwer met een areaal bouwland van 20 ha kan in het kader van deze regel bijvoorbeeld kiezen om: 

  • Ofwel minstens 4% in te vullen met niet-productief areaal of elementen, d.w.z. minstens zo’n 0,8 ha braakliggend land
    • Of 0,54 ha bufferstroken, akkerranden en poelen (wegingsfactor van 1,5)
    • Of een combinatie van 0,2 ha bufferstroken (wegingsfactor van 1,5 ha) en 0,5 ha braakliggend land
    • Of 0,4 ha aan houtkanten, hagen, heggen, sloten en bomenrijen (wegingsfactor 2)
    • Of door een andere combinatie van de verschillende types te maken
  • Ofwel zal deze landbouwer minstens 7% invullen indien dit ook vanggewassen omvat, waarvan 3% braakliggend land of niet-productieve elementen, d.w.z. minstens 1,4 ha waarvan 0,6 ha braakliggend land of niet-productieve elementen en 2,7 ha via vanggewassen (wegingsfactor 0,3).

Let op, alle huidig beschikbare informatie is steeds onder voorbehoud.

 

Meer weten?

Heb je vragen? Aarzel niet om contact op te nemen met je SBB-kantoor of je SBB-consulent. Wij helpen je graag verder.