Wat betekent het Zomerakkoord voor vennootschappen? 10 verhelderende vragen en antwoorden

Gregory Henin
Fiscaal advies

1. Betaal ik nu minder vennootschapsbelasting?

Op 1 januari vond de verschuiving van de vennootschapsbelasting plaats. Boekjaren die nu starten, worden niet meer belast via de oude tarieven: 33,99% of de zogenaamde verlaagde opklimmende tarieven voor bepaalde vennootschappen met een lagere winst dan 322.500 euro.

 

  2017
Huidig basistarief (incl. 3% crisisbijdrage) 33,99%
Huidig verlaagd opklimmend tarief (incl. 3% crisisbijdrage)  
0 - 25.000 24,98%
25.000 - 90.000 31,93%
90.000 - 322.500 35,54%
> 322.500 33,99%

In de plaats komen nu twee andere tarieven:

 

  2018 - 2019 Vanaf 2020 Voor wie?
Nieuw basistarief

29,58%

(29% + 2% crisisbijdrage)

25%
  • Grote vennootschappen
  • Kleine vennootschappen die geen minimale bedrijfsleidersbezoldiging uitkeren
  • Dochtervennootschappen
  • Beleggingsvennootschappen
  • Financiële vennootschappen
Verlaagd vast tarief

20,40 %

(20% + 2% crisisbijdrage)

20% Kmo-vennootschappen die niet tot een van bovenstaande categorieën behoren. Let wel: dit tarief geldt enkel op de eerste schijf van 100.000 euro winst.

Stel: je hebt een kleine vennootschap die geen dochter-, beleggings- of financiële vennootschap is. Je keert jezelf als bedrijfsleider een minimaal loon uit en je hebt in het boekjaar 2018 200.000 euro winst gemaakt. Op de ene helft betaal je dan 20,40% vennootschapstaks, de andere helft wordt belast aan het standaardtarief van 29,58%.

Loopt je boekjaar samen met het kalenderjaar? Dan profiteer je al vanaf 1 januari van de lagere tarieven. Start je boekjaar echter bijvoorbeeld op 1 juli, dan zijn de winsten tot en met 30 juni 2018 nog belastbaar aan de voormalige hogere tarieven. Je boekjaar snel wijzigen naar een kalenderjaar heeft geen zin, want de fiscus heeft duidelijk aangegeven daar geen rekening meer mee te houden.

2. Moet mijn zaak een minimumloon geven aan de bedrijfsleider(s)?

Ja. Of tenminste: als je als kleine vennootschap wil profiteren van het verlaagd vast tarief van 20,40% vennootschapsbelasting. Het minimumloon bedraagt in principe 45.000 euro bruto. Als je loon lager is dan 45.000 euro, dan moet je loon minstens gelijk zijn aan de belastbare vennootschapswinst.

 

Wat met startende ondernemingen?

Is je vennootschap minder dan 4 jaar oud en zet ze geen oude activiteit verder? Dan ben je de eerste 4 jaren vrijgesteld van deze regel!

Keer je jezelf of andere bedrijfsleiders geen minimumloon uit, dan volgt er een dubbele sanctie:

  1. Al je winst wordt belast aan 29,58% in plaats van 20,40%.
  2. Je betaalt een bijkomende (aftrekbare) heffing van 5,1% op het tekort aan loon dat niet is toegekend (5% vanaf boekjaar 2020). Stel dat je bijvoorbeeld kosteloos werkt als bedrijfsleider, dan bedraagt die heffing 2.295 euro (45.000 x 5,1%).

Heeft je vennootschap geen natuurlijke persoon maar wel een zogenaamde bestuurdersvennootschap(pen) als bedrijfsleider, dan is je zaak altijd belastbaar aan 29,58% en moet je een bijkomende heffing van 2.295 euro (45.000 x 5,1%) betalen.

Ben je een bedrijfsleider in meerdere verbonden vennootschappen waar minstens de helft van de bedrijfsleiders dezelfde personen zijn, dan moet die heffing niet noodzakelijk per individuele vennootschap worden toegepast. Je mag dan de heffing toetsen aan een minimumloon van 75.000 euro, waarna enkel je vennootschap met de hoogste belastbare winst betaalt.

3. Wat met de fiscaliteit van mijn bedrijfswagen?

Fiscaal gezien blijft de bedrijfswagen een interessante piste. Pas vanaf 2020 wordt de fiscale aftrekbaarheid van personenwagens stevig dooreen geschud. De bestaande aftrekregels blijven dus nog even aan de orde: de financieringskosten zijn voor 100% aftrekbaar, brandstofkosten kan je voor 75% aftrekken en de overige autokosten zijn aftrekbaar van 50% tot 120% (afhankelijk van de CO2-uitstoot). De categorie van 120% geldt wel enkel voor 100% elektrische wagens.

Vergeet daarnaast niet dat je bedrijfswagen meestal ook een voordeel alle aard is, waar je dus nog personenbelasting op betaalt. Je belastbaar voordeel wordt berekend in functie van de cataloguswaarde van de wagen en de CO2-uitstoot. Die waarde wordt wel ‘gecorrigeerd’ met een percentage tussen de 100% en 70%, afhankelijk van de leeftijd van de wagen. Hoe ouder de wagen, hoe minder waard hij wordt en dus hoe kleiner het belastbaar voordeel.

De formule ziet er zo uit: (cataloguswaarde x leeftijdscorrectie) x 6/7 x CO2-percentage.

 

Opgelet met ‘valse’ hybride bedrijfswagens

Heeft je wagen een elektrische motor met een kracht van minder dan 0,5 kWh per 100 kg van het autogewicht en is die na 1 januari 2018 besteld door de vennootschap? Dan word je vanaf 2020 belast op een veel hoger voordeel. Niet langer de erg lage officiële CO2-uitstoot, maar de veel hogere reële uitstoot van de niet-hybride tegenhanger telt dan nog als basis voor het belastbaar voordeel.

Heb je je valse hybride bedrijfswagen nog besteld vóór 1 januari 2018, dan word je vanaf 2020 wel op een lager voordeel belast.

4. Wordt de meerwaarde op mijn aandelen belast?

Tot en met 2017 hoefden kmo-vennootschappen die hun aandelen meer dan één jaar bijhielden bij de verkoop ervan geen belasting te betalen. Grote vennootschappen betaalden een relatief kleine taks van 0,412% op de meerwaarde bij verkoop. Enkel als je je aandelen binnen het jaar van de hand deed, moest je een taks van 25,75% betalen.

Het Zomerakkoord maakt komaf met de 0,412%-belasting, maar maakt de vrijstelling ook een pak strenger. De vrijstelling geldt nu enkel nog als je kan bewijzen dat:

  • je een minimumparticipatie van 10% hebt in het kapitaal van de vennootschap waarin je belegt,
  • of als de investeringswaarde van de aandelen minimaal 2.500.000 euro bedraagt.

Belegt je vennootschap rechtstreeks in beursgenoteerde aandelen of in deelbewijzen van beleggingsfondsen, dan voldoet je meestal niet aan die voorwaarden. En dan betaal je bij verkoop een meerwaardebelasting van 20,40% of 29,58%.

Meerwaarden op een investering in zogeheten DBI-bevekaandelen zijn wel vrijgesteld. Tenminste, als de DBI-bevek investeert in ‘goede’ aandelen (lees: de dividenden van deze aandelen komen in aanmerking voor DBI-aftrek). Hier geldt de voorwaarde van de minimumparticipatie niet: noch voor je vennootschap, noch voor de DBI-bevek.

5. Gaat de investeringsaftrek omhoog?

Ja, maar tijdelijk. Tot en met 2017 kon je een investering in afschrijfbare activa voor 8% aftrekken. Nu is dit tijdelijk opgetrokken tot 20% voor zowel eenmanszaken als kmo vennootschappen, op voorwaarde dat de investering voldoet aan enkele voorwaarden. Personenwagens kan je bijvoorbeeld nooit inbrengen onder deze maatregel.

Omdat het om een aanzienlijke stijging gaat, kan het interessant zijn om je investeringsplannen in 2018 op te schroeven.

6. Kan ik medewerkers belonen met een winstpremie?

Met de nieuwe winstpremie heb je een sterke incentive om sterk presterend personeel te belonen. In vergelijking met de klassieke bonus (het zogeheten niet-recurrente resultaatsgebonden voordeel) komt de nieuwe premie een pak interessanter uit: je werknemers betalen hier slechts 13,07% RSZ-bijdrage en een personenbelasting van 7% op.

 

Per werknemer Gewone bonus Loonbonus Winstpremie
Brutokostloonkost voor werkgever 1.000 euro 1.000 euro 1.000 euro
Werkgeversbijdrage (32% resp. 33%) -242,42 -248,12 nvt
Vennootschapsbelasting (29,58%) nvt nvt 228,28
Bruto bonus 757,58 751,88 771,72
Werknemersbijdrage (13,07%) -99,02 -98,27 -100,86
Subtotaal 658,56 653,61 670,86
Fiscale inhouding -349,04 nvt -46,96
Netto voor werknemer 309,52 euro 653,61 euro 623,90 euro
(Para)fiscale druk in % 69,05% 34,64% 37,61%

7. Kan ik nog belastingvrij kapitaalverminderingen doorvoeren?

Wat je zelf in geld of in natura hebt ingebracht in je vennootschap (het ‘gewoon’ kapitaal), kon je tot 2018 belastingvrij terug uitkeren aan jezelf en/of andere aandeelhouders. Daar komt nu verandering in. Het geld dat je wil uitkeren, moet voortaan voortkomen uit je belaste winsten (de ‘belaste reserves’ op je balans). Gevolg: de kapitaaluitkering wordt deels gekwalificeerd als een dividend, waarop je navenant belast wordt (in principe 30% roerende voorheffing).

Bij een ‘vastgeklikt’ kapitaal, dat uit winst voorkomt, liggen de zaken anders. Na een wachttermijn van 4 of 8 jaar kan je dit geld nog altijd belastingvrij uitkeren. Voor begin 2018, bijvoorbeeld, betekent dit dat je jezelf winsten van eind 2013 kan uitreiken uit je kmo vennootschap zonder daarop taksen te betalen.

Bij zo’n kapitaalvermindering komen echter veel fiscale adders onder het gras kijken. Laat je dus grondig adviseren.

8. Hoe worden dividenden van een dochtervennootschap naar mijn holding belast?

Je dochtervennootschap betaalt de belastingen op haar winsten. Als je die winst na belastingen uitkeert aan je holding, dan kan dit vrij van roerende voorheffing. Tot het boekjaar 2018 zijn de dividenden die je holding ontvangt, vrijgesteld ten belope van 95%. 5% van de ontvangen dividenden wordt dus (opnieuw) belast in de holding. Goed nieuws: die vrijstelling stijgt vanaf 2018 naar 100%!

9. Kan ik nog optimaliseren met een vooruitbetaalde huur?

Voor een boekjaar dat is gestart vóór 1 januari 2018 kan je vennootschap de verschuldigde huur voor de komende jaren vooruitbetalen. De betaling vermindert het fiscaal resultaat van het jaar waarin de vooruitbetaling gebeurt, zelfs al heeft die betaling betrekking op de volgende jaren. De bedrijfsleider is vaak de verhuurder-eigenaar en kan zo geld uit zijn vennootschap halen als een onroerend inkomen. Dit inkomen wordt niet in 1x belast maar kan gespreid worden over de jaren waarvoor de huur is vooruitbetaald. De gespreide taxatie heeft o.m. als voordeel dat de herkwalificatie van de huur naar een beroepsinkomen kan vermeden worden. Voor een boekjaar dat ten vroegste start op 1 januari 2018 is die optimalisatie niet meer mogelijk.

10. Is het werken via een vennootschap fiscaal voordeliger?

Misschien wel! Iedere situatie moet natuurlijk individueel geanalyseerd en geadviseerd worden. Je boekhouder of accountant kan steeds een simulatieberekening voor je maken. Neem nu contact op met je SBB-adviseur voor een analyse op maat.