Vaarwel 1 en 2 eurocent: alle cashaankopen worden afgerond tot op 5 cent

Gregory Henin
Fiscaal advies

Vanaf 1 december 2019 moet je alle cashaankopen van particuliere klanten afronden naar het dichtste veelvoud van 5 cent. De maatregel geldt enkel voor aankoopbedragen die (deels) met cash betaald worden. Let wel: de munten van 1 en 2 cent blijven wel een wettelijk betaalmiddel.

Waarom een afronding? 

Uit een enquête van 2018 blijkt dat 8 op de 10 handelaars voorstander is om de munten van 1 en 2 cent af te schaffen. 7 op de 10 consumenten is dezelfde mening toegedaan. In de praktijk gebruiken consumenten de rosse muntjes nauwelijks. Ze blijven veelal in de portefeuille zitten of ze liggen bij de mensen thuis. De kosten om constant nieuwe munten te produceren en in omloop te brengen, lopen daardoor hoog op. De vraag naar munten van 1 en 2 cent wordt nu afgeremd door alle bedragen af te ronden.   

Voor wie geldt de maatregel? 

Als je op regelmatige basis economische activiteiten doet, moet je aan de regel voldoen. Ook rechtspersonen en vzw’s moeten dus afronden als ze regelmatig verkopen. Voor particulieren onderling, b2b-transacties of online aankopen worden de bedragen niet afgerond. Als ondernemer kan je er vrijwillig voor kiezen om ook voor niet-contante betalingen af te ronden, maar dan moet je dat op een duidelijk zichtbare plaats aankondigen. 

Concreet: hoe moet je afronden? 

Het totaalbedrag rond je af naar het dichtste veelvoud van 5 cent: 

  • Bedragen eindigend op 1 en 2 cent worden naar onderen afgerond
  • Bedragen eindigend op 3, 4, 6 of 7 cent worden naar 5 cent afgerond
  • Bedragen eindigend op 8 en 9 cent worden naar boven afgerond

Wordt een aankoop deels contant en deels met een ander middel betaald, dan gebeurt de afronding enkel op het contant betaalde bedrag. Het kassaticket moet duidelijk en afzonderlijk het totaalbedrag en het afgeronde totaalbedrag vermelden. Dit kan enkel na een technische aanpassing van de software in het kassasysteem.

Meer weten?

Alle informatie en voorwaarden vind je op de website van de FOD Economie