Bijkomende heffing van 5,1% voor vennootschappen retroactief afgeschaft

Gregory Henin
Fiscaal advies

De bijkomende heffing van 5,1% voor vennootschappen is retroactief afgeschaft. Wat betekent dit nu concreet voor uw vennootschap?

Met het zomerakkoord van het jaar 2017 kan een vennootschap haar winst laten belasten aan een verlaagd tarief van 20,40%. Om van dit tarief te genieten, moet de vennootschap een minimum bedrijfsleidersloon uitkeren. Doet uw vennootschap dat niet, dan was het eerst de bedoeling dat uw vennootschap ‘dubbel’ werd gestraft. Enerzijds wordt de winst dan belast aan het basistarief van 29,58% (25% vanaf aanslagjaar 2021) en anderzijds moet de vennootschap een bijkomende heffing betalen van maximaal 2.295 euro. Die bijkomende heffing wordt nu retroactief afgeschaft. Een kleine vennootschap die geen minimumloon uitkeert aan minstens één bedrijfsleider natuurlijke persoon wordt dus niet dubbel gestraft.

Basistarief van 29,58%

De winst van uw vennootschap wordt in principe belast aan het gewone tarief van 29,58% (25% vanaf boekjaar 2020). De winst kan onder bepaalde voorwaarden ook belast worden aan het verlaagd tarief van 20,40%.

Verlaagd tarief van 20,40%

Een kleine vennootschap kan onder bepaalde voorwaarden genieten van het verlaagd tarief van 20,40% op de eerste winstschijf van 100.000 euro. Dit is dus 9,18% minder dan het gewone tarief van 29,58%. De winst boven de eerste winstschijf van 100.000 euro is altijd belastbaar aan 29,58% (25% vanaf boekjaar 2020). Voor het verlaagd tarief moet de vennootschap een minimumloon uitkeren aan minstens één bedrijfsleider natuurlijke persoon. Het minimumloon is 45.000 euro maar kan ook minder zijn indien het loon minstens gelijk is aan het belastbaar resultaat van de vennootschap. Indien de winst vóór aftrek van het loon van bijvoorbeeld de enige bedrijfsleider 60.000 euro bedraagt, dan is het minimaal uit te keren loon 30.000 euro. Het belastbaar resultaat van de vennootschap na aftrek van het loon is dan 30.000 euro en dus gelijk aan het uitgekeerde loon. Dankzij dit minimumloon wordt de winst van 30.000 euro belast aan 20,40%.

Startende vennootschap is vrijgesteld

Een startende vennootschap, die sinds meer dan 4 jaar bestaat en die geen zelfstandige activiteit verderzet, is gedurende de eerste 4 boekjaren vrijgesteld om een minimumloon uit te keren. M.a.w. de startende vennootschap wordt de eerste 4 boekjaren altijd belast aan 20,40% (20% vanaf boekjaar 2020).

Sommige vennootschappen worden uitgesloten van het verlaagd tarief

Bepaalde vennootschappen kunnen niet genieten van het verlaagd tarief, o.a.:

  • de grote vennootschappen;
  • de dochtervennootschappen (bijvoorbeeld uw exploitatievennootschap die voor meer dan 50% wordt aangehouden door een familiale holding);
  • de vennootschappen die enkel bestuurdersvennootschappen hebben en geen bedrijfsleider natuurlijke persoon.

Wat valt onder het begrip ‘loon’?

Dit is het brutoloon van de bedrijfsleider vóór aftrek van de sociale bijdragen en vóór inhouding van de bedrijfsvoorheffing. Het loon omvat niet alleen de gewone periodieke bezoldigingen maar ook de tantièmes; de voordelen alle aard (bv. bedrijfswagen of aandelenopties); de sociale bijdragen van de bedrijfsleider die door de vennootschap worden betaald; enzovoort.

Het brutoloon van een werknemer komt niet in aanmerking voor het verlaagd tarief tenzij die werknemer naast zijn werknemersfunctie ook een bezoldigde of onbezoldigde bedrijfsleidersfunctie heeft binnen diezelfde vennootschap.

Geen minimumloon? Bijkomende heffing van 5,1% retroactief afgeschaft

Volgens de zomerakkoordwet van 25 december 2017 was het de bedoeling dat uw vennootschap dubbel werd gestraft indien er geen minimumloon was uitgekeerd aan minstens één bedrijfsleider natuurlijke persoon. Naast het gewone tarief van 29,58% moest dan ook een bijkomende heffing van 5,1% betaald worden van maximum 2.295 euro. De berekening van de bijkomende heffing was zowel op het niveau van een individuele vennootschap als op groepsniveau een complex kluwen en gaf aanleiding tot veel vragen en praktische problemen. Om die reden heeft het federaal parlement op donderdag 4 april de bijkomende heffing retroactief afschaft. Met andere woorden, de heffing wordt geacht nooit te hebben bestaan. Dit betekent dat een vennootschap die geen minimumloon uitkeert aan minstens één bedrijfsleider natuurlijke persoon enkel het verlaagd tarief van 20,40% verliest en belast wordt aan 29,58% (25% vanaf 2020) maar géén bijkomende heffing van 5,1% moet bijbetalen.

De afschaffing is zeer goed nieuws voor kmo vennootschappen. Die vennootschappen moeten geen complexe berekeningen meer maken om de bijkomende heffing te vermijden. Die vennootschappen dienen enkel nog een loonoptimalisatie te overwegen om de winst te kunnen belasten aan 20,40% in de plaats van 29,58% (25% vanaf 2020).

Afhankelijk van de situatie kan de fiscale impact van een loonsverhoging groot of klein zijn. Opgelet, soms kan de fiscale impact ook negatief zijn waardoor het dan niet interessant is om het loon te verhogen.

 

Met het zomerakkoord en de talrijke andere wijzigingen in de vennootschapsbelasting is het belangrijk om de nodige aandacht te geven aan de fiscale situatie van uw vennootschap. Een goede analyse met performante simulatietools is hierbij een ‘must’.